Review

De afvalbak van Hitlers maakbare samenleving

Historicus Robert Jan van Pelt heeft zijn eigen ritueel om mensen met wie hij voor het eerst Auschwitz-Birkenau bezoekt, te doordringen van de onbevattelijke absurditeit van de massamoord op de joden die de nazi's in dit vernietigingskamp pleegden. Ook deze keer volgt hij de vertrouwde werkwijze. Na het diner in de Scorpio-club, in het gebouw waar Reichsféhrer-SS Heinrich Himmler in de Tweede Wereldoorlog zijn plaatselijke hoofdkwartier had, overrompelt Van Pelt zijn gezelschap met een verbazingwekkend voorstel. Even later zijn wij in de auto op weg naar het oude kampterrein, enkele kilometers buiten het stadje. De wodka heeft rijkelijk gevloeid, het is ijskoud buiten, iedereen is moe na de reis naar Polen, het is pikkedonker, maar toch vindt Van Pelt het een goed idee om nu Birkenau te bezoeken.

Via een illegale doorgang betreden we het kamp. Overdag oogt dat als een desolaat terrein met honderden schoorsteentjes, de laatste resten van de houten barakken die hier in de oorlog stonden, maar nu, 's nachts, hebben we slechts een vermoeden van deze vlakte en zoeken we in het duister onze weg. Het is dat Van Pelt elke vierkante meter van het kamp kent, anders was de terugkeer nog lastig geweest. Naderhand zegt Van Pelt, gevraagd naar zijn bedoeling met het nachtelijke bezoek, dat hij de kennismaking met Birkenau doelbewust begint met een poging het oog uit te schakelen. Het oog is volgens hem het zintuig van de rede. Wie kijkt heeft perspectief, kan afstand bepalen, contouren onderscheiden en zo controle over zijn omgeving krijgen. Het oor daarentegen is het zintuig van het gevoel. Waar zicht afstand schept, dringt geluid naar binnen. Het geluid van blaffende honden, in dit geval. Opvallend hoeveel herdershonden hier 's nachts in de buurt blaffen. Zouden we dat nu opmerken als we niet op deze verdoemde plek stonden, waar in krap tweeënhalf jaar tijd meer dan een miljoen mensen eerst geestelijk, daarna lichamelijk zijn vernietigd?

Van Pelt wil de ratio van zijn reisgenoten in dat nachtelijke uur tijdelijk uitschakelen, omdat het verstand stilstaat bij de gruwel die zich hier heeft voltrokken. ,,Het is toch een volkomen absurd idee dat een van de meest geciviliseerde naties, in luttele jaren tijd in de ban raakt van een ideaal dat Menschen van Untermenschen onderscheidt, en dat het recht zou verschaffen degenen die als geen ander aan die civilisatie hebben bijgedragen, alle bezittingen te ontnemen, in een trein te zetten, naar een kamp te rijden, kaal te scheren, te ontkleden en te doden.'

Er is volgens hem geen manier waarop de levenden in de voetstappen van de slachtoffers kunnen treden, hun ervaringen kunnen begrijpen of hun herinneringen delen. Daarvoor is deze tragedie te onmenselijk. De ervaring die niet begrepen kan worden, is alleen te benaderen door achter de massa naar het individuele slachtoffer te kijken. De schrijver Elie Wiesel, overlevende van het kamp, probeerde dat bij de herdenking van vijftig jaar 'Auschwitz', in de winter van 1995. ,,Herinnert u de nachtelijke stoet kinderen, en nog eeer kinderen, en nog meer kinderen, zo angstig, zo mooi. Als we slechts naar één van hen konden kijken, zou ons hart breken.' En opnieuw verbijsterd vervolgde hij: ,,Maar de harten van de moordenaars braken niet'. Daarom smeekte Wiesel de genadige God deze ene keer géén genade te hebben.

Het machteloze gevoel dat iedere bezoeker van Birkenau overvalt door zijn onvermogen de kloof met de slachtoffers te overbruggen, doet gekke dingen met mensen. Van Pelt maakt dat telkens weer mee. Naar zijn ervaring vinden bezoekers het moeilijk van zichzelf te accepteren dat de rondgang door het voormalige kamp hen vooral teleurstelt. Gespannen over de komende confrontatie met de grootste misdaad uit de geschiedenis, hebben zij een lange reis gemaakt, om ter plekke te ontdekken dat het drama voor hen onbereikbaar is. De dag dat wij in Birkenau zijn, lopen scholieren uit Israël bijna zegevierend rond, velen met de vlag van hun land, alsof zij opnieuw zeven dagen rond Jericho trekken. En onlangs nog deed een joods meisje uit Amerika een vergeefse poging lotsverbondenheid met de slachtoffers te ervaren, door zich voor de deur van een gaskamer volledig te ontkleden. Zij wilde voelen hoe het is naakt, in de vrieskou de dood tegemoet te treden. Het gevoel kwam niet.

De geschiedenis van de Holocaust is onlosmakelijk met het Poolse stadje verbonden geraakt. ,,Auschwitz is duizenden jaren gemeden door het leven, omdat de dood daar de wacht hield', schreef de Poolse onderzoeksrechter Jan Sehn in 1945 in zijn officiële rapport over de Duitse wandaden. Met de kennis van nu, waarvan de dramatische lading is samengebald in de waarschuwing voor elke volgende generatie: 'Nooit meer Auschwitz', zijn we geneigd Auschwitz te demoniseren als een godverlaten, naargeestig oord waar het noodlot wel halt moest houden. De reis in het gammele stoptreintje naar Oswiecim, zoals Auschwitz in het Pools heet, draagt aan die doemsfeer bij. Dit Roergebied van Polen, een van de meest vervuilde streken van Europa, oogt als een eindeloos industrieel landschap vol kapotte, gesloten fabrieksgebouwen. In het stadje zelf lijkt elke vierkante meter nog gestempeld door de oorlog. Van de vervallen drankfabriek, ooit de trots van de stad, waar de joodse familie Haberfeld tot de Tweede Wereldoorlog de beste likeuren van het oosten maakte, tot de roestige spoorrails over een landweggetje, die de resten blijken te zijn van het zijspoor dat de treinen het vernietigingskamp in leidde.

De doemsfeer die het verleden over het stadje legt, maakt het des te moeilijker ons een voorstelling te maken van de glorieuze toekomst die de nazi's ooit voor Auschwitz in petto hadden. Auschwitz vormde het stralende middelpunt van een megalomane nazi-fantasie over de germanisering van Oost-Europa. Een tot in details uitgewerkt urbaan plan van Hans Stosberg, een ingenieur die het na de oorlog nog zou schoppen tot stadsarchitect van Hannover, beschreef hoe Auschwitz zou kunnen voldoen aan het ideaal van een stad naar nationaal-socialistisch model, omgeven door het agrarisch Arcadia dat de nazi's in het 'Duitse Oosten' tot stand wilden brengen.

In hun ogen was Oost-Europa Duits land dat op verlossing wachtte. Hun project behelsde het herstel van de 'raszuivere Duitse natie' die hier in de Middeleeuwen de dienst uitmaakte. Reichsféhrer-SS Heinrich Himmler was de drijvende kracht achter een programma om het gebied te ontdoen van Poolse keuterboeren, waarna Duitsers hun plaats konden innemen en het land tot agrarische rijkdom brengen. De nazi's beschreven het project als een Heimkehr van de oorspronkelijke bewoners, een noodzakelijke correctie op de geschiedenis waarin Polen onrechtmatig bezit hadden genomen van Duits erfgoed.

Met een pennenstreek beslisten de nazi-ideologen dat in naam van dat idee miljoenen Polen moesten worden gedeporteerd. In iets meer dan anderhalf jaar tijd bracht Himmler 490 640 Volksduitsers Heim ins Reich en deporteerde hij tegelijkertijd grote delen van de oorspronkelijke bevolking, onder wie veel joden, naar gebieden verder naar het Oosten. Voor de oorspronkelijke bewoners betekende de 'reconstructie' van Oost-Europa dat elk moment Duitse agenten voor de deur konden staan, met het bevel binnen een paar uur huis en haard te verlaten, met achterlating van de spullen, maar niet dan nadat het huis was aangeveegd en schoongemaakt voor de nieuwe Duitse bewoners. Hanns Johst, een nationaal-socialistische schrijver, was verrukt over de koelbloedigheid en rust waarmee Himmler zijn volksverhuizing regelde: ,,Het is schitterend om mee te maken hoe hier iemand kalm en emotieloos de migratie van complete volken organiseert. Honderdduizenden mensen stromen het Reich binnen en vinden een huis in het Oosten, anderen worden gedeporteerd.'

De reconstructie van Auschwitz tot Duitse stad kreeg de hoogste urgentie toen IG-Farben besloot hier een reuzenfabriek voor het kunstrubber Buna te vestigen. Omwille van een aantrekkelijke woonomgeving voor zijn arbeiders verlangde IG-Farben dat Auschwitz zo spoedig mogelijk van zijn Poolse karakter zou worden ontdaan en een Duits aanzien zou krijgen. Zo raakte de bouw van de fabriek vervlochten met de vernieuwing van het stadje en ontstond in korte tijd een enorme behoefte aan bouwarbeiders. Dat was volgens Himmler geen probleem. Slaven genoeg in de concentratiekampen. Dankzij de samenkomst van machtige industriële en ideële belangen kreeg de hergermanisering van Auschwitz en de ommelanden de hoogste prioriteit en mocht de Reichsféhrer-SS de kampen in Auschwitz zelf en Birkenau razendsnel uitbreiden, om een onuitputtelijk reservoir van dwangarbeiders te creëren.

Kampbewoner Rudolf Vrba zei naderhand in een getuigevenrslag dat er twee soorten arbeiders waren op het bouwterrein van IG-Farben. De snellen en de doden. Na te zijn afgedankt omdat het lichaam te zwak was geworden voor de slavenarbeid, stierven de meesten spoedig en eindigden zij in een van de crematoria in de kampen. Voor Hitler waren Auschwitz en Birkenau de afvalbakken van zijn maakbare samenleving. Himmler gaf kampcommandant Höss de order: ,,Genadeloos zult u de arbeidsongeschikte joden uitroeien'.

De geschiedenis van de nazi-visioenen voor Auschwitz en omgeving is niet eerder zo uitvoerig gedocumenteerd als in het boek 'Auschwitz', van Robert Jan van Pelt, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de universiteit van Waterloo (Canada), en Debórah Dwork, directeur van het centrum voor Holocauststudies van de Clark Universiteit (VS). Het idee voor hun studie ontstond op een namiddag in 1989. Tijdens een wandeling door de stad, na enkele lange uren in het archief van het staatsmuseum Auschwitz, stond Van Pelt stil bij een blok huizen. Waar had hij dat dak vandaag eerder gezien? Ineens herinnerde hij zich een bouwtekening die hij die ochtend in het archief had bestudeerd, van een crematorium in het concentratiekamp. De ontwerper van dit huizenblok had ook dat crematorium getekend, met hetzelfde dak in een typisch Duitse Heimat-stijl. Maar wat deed dat Duitse huizenblok hier, in dit Poolse stadje?

Die vraag bracht Van Pelt en Dwork op het spoor van de grootse plannen die de nazi's met Auschwitz hadden. Nauwgezet beschrijven zij hoe de glorieuze toekomst die de nazi's voor Auschwitz en het 'Duitse Oosten' wilden creëren, in de beide kampen de hel op aarde veroorzaakte. Zij zijn de eerste historici die voor hun verhaal alle bouwtekeningen die bewaard zijn gebleven, bestudeerden. In de haast waarmee de nazi's bij hun vlucht uit Auschwitz in 1945 de gaskamers met dynamiet opbliezen, om de sporen van hun schanddaden zo veel mogelijk uit te wissen, vergaten zij deze tekeningen te vernietigen. Wie goed kijkt kan aan de hand van deze documenten de schanddaden evengoed reconstrueren.

Zo troffen Van Pelt en Dwork op het ontwerp van de standaardbarak in Birkenau een korte potloodaantekening aan van architect Karl Bischoff. Hij had bij de berekening van de capaciteit van de barak het getal '550' doorgehaald en vervangen door '744'. Met die aantekening besloot hij dat op elk brits niet drie maar vier kampbewoners hun laatste privéplek op aarde hadden. Per gevangene resteerde de ruimte die iemand nodig heeft omdat hij nu eenmaal over een lichaam beschikt. De Duitsers konden zo 28 000 dwangarbeiders meer in Birkenau stouwen, om tegemoet te komen aan de vraag naar arbeidskrachten op de bouwplaatsen in Auschwitz en bij IG-Farben.

Van Pelt kenschetst deze tekening als het 'ontwerp van een oorlogsmisdaad'. Voor de Russische dwangarbeiders vonden de Duitsers één wasbarak per 7800 en één latrinehok per 7000 gevangenen voldoende. De latrine bestond uit een schuurtje zonder zittingen en tussenschotjes voor de privacy, met een betonnen open riool waar een klein stroompje water doorheen liep. Of het ontwerp nu het gevolg was van een catastrofale combinatie van architectonische onkunde met bureaucratische directieven, of doelbewust bedoeld om de laatste resten eigenwaarde van de gevangenen te vernietigen, maakt voor het resultaat niet uit. 'Een biologische ramp', aldus Van Pelt.

De architectonische aandacht die de latrines tekortkwamen, ging wel uit naar de crematoria voor de talloze doden die het kampbestaan eiste; aanvankelijk door uitputting, ziekte en honger, later door de massamoord in de gaskamers. In het ontwerp voor het zogeheten crematorium II verborg architect Werkmann de verbrandingsovens met een capaciteit van 1440 lijken per dag, de lijkenopslag en de kamers voor de gevangenen die de ovens bedienden, achter een huiselijk-romantische gevel in Duitse Heimatstijl. Dit crematorium in Birkenau is met de bijbehorende gaskamer de plek op aarde waar in tijd en ruimte gemeten de meeste mensen zijn omgekomen, 500 000 in twee jaar tijd. De technisch superieure tekening toont slechts het vakmatig genoegen waarmee de architect zijn ontwerp vervaardigde.

Van Pelt herinnert zich die ochtend dat hij met een Duitse collega en studenten uit Berlijn de tekening bekeek. ,,Deze professor ziet het ontwerp van het crematorium en zegt tegen zijn studenten: 'Jongens, dit probeer ik jullie nu te leren! Dit is de manier waarop je een lijn moet trekken! Kijk naar de dikte, naar de lijnvoering. Dit is prachtig! Als een van jullie zo zou kunnen tekenen ...' Ik zeg: 'Stephan, weet je waar je naar kijkt? Naar het ontwerp voor de meest dodelijke plek op aarde.'

Ook de beslissing van de nazi's, op de Wannsee-conferentie van januari 1942, om de joden uit te roeien en Birkenau om te vormen van een dwangarbeiderskamp in een vernietigingskamp, is op bouwtekeningen van het crematorium II te traceren. Een concrete aanduiding van een gaskamer ontbreekt, niettemin zijn enkele architectonische detailwijzigingen veelzeggend. Zo heeft de architect op zijn definitieve ontwerp de stortkoker waardoor de nazi's overleden kampbewoners in een lijkenopslagruimte gooiden, vervangen door een trap. Dat wijst op een besluit dat lijkenhuis plaats te laten maken voor een gaskamer. Lijken gaan door een stortkoker, slachtoffers van een gaskamer lopen via een trap hun dood tegemoet. Twee gewijzigde streepjes op de tekening zijn eveneens een aanwijzing voor het besluit tot de systematische uitroeiing van de joden. Op de eerste tekening, nog met de lijkenopslag, geven de streepjes aan dat de deuren van deze ruimte naar binnen opengaan. Op het definitieve ontwerp gaan de deuren naar buiten open. In een gaskamer was dat noodzakelijk, zo leerde de ervaring van de nazi's. Slachtoffers van een vergassing hadden op het moment dat ze merkten wat hen overkwam, de neiging naar de deur te vluchten, in een laatste poging aan hun lot te ontkomen. De beulen troffen achter de deur steevast hoge stapels doden aan. De deur naar binnen openen kon daardoor niet, alleen naar buiten was mogelijk.

Kampbewoner Vrba was ooggetuige toen Himmler een vergassing bijwoonde. ,,Himmler luisterde aandachtig toen ze hem de procedure tot in bijzonderheden uitlegden. Hij stapte naar de verzegelde deur, keek even door het kleine, dikke observatieraampje naar de wriemelende lichamen daarbinnen, en keerde terug om nog een paar vragen op zijn ondergeschikten af te vuren.' Daarna gaf hij toestemming te beginnen. Terwijl kinderen, vrouwen en mannen binnen stierven, gluurde Himmler nog een keer door het raampje, stelde nog wat vragen, rookte een sigaret, lachte en maakte grapjes. ,,Himmler wachtte tot de rook dik uit de schoorstenen walmde en keek toen op zijn horloge. Het was tijd voor de lunch.'

Later, in oktober 1943 op een bijeenkomst van SS-leiders, prees Himmler zich gelukkig dat zijn mensen de moord op de joden hebben doorstaan en desondanks 'fatsoenlijk' zijn gebleven en 'hard' geworden. ,,Wij hebben deze zeer zware taak uit liefde voor ons volk volbracht. En wij hebben daarbij geen schade aan ons innerlijk, aan onze ziel, aan ons karakter opgelopen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden