Review

De Afrikaners: een heerlijk voorbeeld én bron van afkeer

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties slaagde er begin deze maand niet in de farce-verkiezing in Zimbabwe onwettig te verklaren. Zuid-Afrika lag dwars. Het bleef bij een mondeling ’betreuren’. Ik heb geen enkele kerkelijke reactie gehoord. Bij de Wereldraad in Genève is het al geruime tijd doodstil en de PKN is te geconcentreerd op een mislukt ict-project om zich met de buitenwereld bezig te houden.

Maar stel dat Zimbabwe nog Rhodesië was en dat ’die groot krokodil’, good old P. W. Botha, de macht nog had. Dat een blanke dictator zijn onderdanen net zo zou intimideren, mishandelen en vermoorden als Mugabe. Zou het dan ook zo stil gebleven zijn?

Het huis zou te klein zijn geweest. Moord en brand. De verkondiging van Gods Koninkrijk houdt zorg in voor de hele aarde. Geloof en politiek hebben alles met elkaar te maken. Hier past onomwonden veroordeling. Dat hadden de kerken gezegd. Er zouden ook tegenstemmen zijn geweest. Die zeiden dat je niet zo snel moest oordelen. Ook al vanwege de verwantschap tussen ons, Nederlanders, en de Afrikaners. Het evangelie, zeiden die tegenstemmen, moest je niet politiseren.

Zo ging dat vroeger als de kerken over Zuid-Afrika spraken. Maar dat is lang geleden. Lang genoeg om, zoals Erica Meijers deed, een studie te schrijven over Zuid-Afrika en de kerken. Ze promoveerde er vorige maand op in Kampen.

De vraag: ’Waarom vroeger zo rumoerig en nu zo stil?’, stelt Meijers niet. Haar studie stopt in 1972. Dan woedt de strijd over Zuid-Afrika in de kerken weliswaar op zijn hevigst, maar zijn de beslissende stappen gezet. De banden met de Afrikaanse broederkerken zijn zo goed als verbroken. Via het Wereldraadfonds ter bestrijding van racisme worden bevrijdingsbewegingen gesteund zonder controle of er ook wapens voor het geld gekocht worden. Racisme wordt niet langer gezien als een persoonlijke, ’te genezen’ manier van denken, maar als een politiek en economisch en dus niet als een persoonlijk probleem.

Ik heb Meijers’ boek met veel plezier gelezen. Ze weet, ondanks de 477 pagina’s, de vaart er meestal behoorlijk in te houden. Al helpt natuurlijk ook dat ik het Zuid-Afrikadebat vanaf eind jaren vijftig van stap tot stap heb gevolgd en de meeste hoofdpersonen persoonlijk heb meegemaakt. Maar er is nog een reden. Na lezing van Meijers’ studie ben ik anders gaan aankijken tegen de rol die de Afrikaners indertijd speelden in het hervormde en gereformeerde debat over Zuid-Afrika en apartheid.

Nederland was vernederd en verward uit de Tweede Wereldoorlog gekomen. Alles was anders geworden. De hervormden hadden in de oorlog de basis gelegd voor een vernieuwingskoers. De gereformeerden daarentegen hadden een kerkscheuring uitgevochten die juist kopschuw maakte voor vernieuwing.

De wereld trok zich daar intussen niks van aan en veranderde in rap tempo. Met als gevolg dat in de kerken de problemen rond de eigen identiteit zich opstapelden. De hervormden wilden kerk en geloof vernieuwen. Zou dat lukken? De gereformeerden wilden vooral zichzelf blijven, ook al was dat een hachelijke onderneming in een sterk veranderende wereld.

In die situatie verschenen, als door de hemel gezonden, de Afrikaners. Met hun koppige, calvinistische, vlezige hoekigheid, hun letterlijke Schriftopvatting, hun afkeer van modernisme en politiek op de kansel, belichaamden ze, letterlijk en figuurlijk, het gereformeerde ideaal van stoere onveranderlijkheid. Voor de conservatieve vleugel waren ze daardoor een heerlijk voorbeeld. En omgekeerd voor de jongere generatie een even heerlijke bron van intense afkeer, vaak extra intens doordat ze in de Afrikaners hun eigen vader herkenden. Dankzij de Afrikaners konden de gereformeerden hun conflict tussen behouders en vernieuwers over de rug van buitenstaanders uitvechten.

Ook bij de hervormden kwamen de Afrikaners op een goed moment. Zij het in een andere rol. Zuid-Afrika bood de hervormde kerkleiders een prachtig oefenveld om de voorgestane vernieuwing – een doorbraak van de kerk naar de wereld – concreet te maken. Apartheid duldde geen grijs, alleen zwart en wit. Het was bovendien het probleem van een ander, maar wel een verwante ander. Ideaal dus voor het interne debat. Het ging over ver weg en toch over dichtbij.

Ooit waren de Afrikaners van belang. Maar die tijd is voorbij. Daarom is de belangstelling ook na 1994 nooit teruggekomen. Daarom is het nu zo stil rond Zuid-Afrika.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden