PoëzieJanita Monna

David Troch vat grote dingen in één lettergreep

null Beeld

David Troch laat woorden slepen en rennen. Hij schrijft speels, verheven en nuchter.

Wat valt u op in de volgende regels? ‘zie: zon zwemt in zee,/ lokt golf na golf naar zich toe/ en splijt die dan, crawlt de zee vol schuim/ tot ze het zat is en op het strand stapt’. Zeker, al die s- en die z-klanken, alsof de zee van de pagina ruist; en dat beeld van die zwemmende zon prikkelt ook. Maar er is nog iets anders. Inderdaad: in deze paar regels zijn alleen woorden gebruikt van één lettergreep. Toeval denkt u misschien? Nee, David Troch schreef een hele bundel vol zogeheten ‘eenlettergreepgedichten’: voor jou wou ik een huis zijn. Troch, een Vlaming, kreeg in Nederland bekendheid toen hij in 2012 de Turingwedstrijd voor het beste gedicht won. Ook was hij stadsdichter van Gent.

Eenlettergrepige woorden roepen natuurlijk meteen herinnering op aan eerste leeservaringen, maan, roos, vis. Maar wat Troch doet, is in de verte ook verwant aan Oulipo. Net als de groep Franstalige schrijvers, onder wie George Perec en Raymond Queneau, legt hij zichzelf beperkingen op, en is zijn eenlettergreepgedicht meer dan alleen taalspel. Want Trochs werk verhaalt over de ‘grote dingen des levens’. Over het verlangen naar nieuwe horizonnen, over de breekbaarheid van de mens, ouder worden, de dood, over vogels en hoe ze zingen, over kinderen, over liefde, veel liefde. Zo kan verliefdheid klinken in woorden van één lettergreep: ‘het blaast het stof uit je ziel./ het daalt naar je buik waar het wild in het rond draait. je rolt en tolt/ stijgt op, vliegt. het liegt er niet om. het is groots. zo groots/ dat het te klein voor je lijf lijkt’.

Troch buit de beperking uit. Hij varieert in ritme, laat woorden slepen en rennen, hij varieert in toon, schrijft speels, verheven, nuchter. Onnadrukkelijk vervlecht hij kinderspelletjes, literatuur, soepel weeft hij een oneindige lijst aan spreekwoorden en uitdrukkingen in een tien pagina’s lang eenlettergreepwoorden gedicht.

Er staat veel zon, maan, zee, berg, boom in de bundel, dat maakt het werk aangenaam concreet. En al moet Troch ervoor waken dat zijn regels vlak worden, en nu en dan afbuigen richting Happinez-achtige tegeltjeswijsheden, daar staan beeldende zinnen als deze tegenover: ‘als de nacht in de dag sluipt en al het licht/ uit de lucht zuigt’. Met woorden van één lettergreep.

null Beeld

David Troch
voor jou wou ik een huis zijn
Vrijdag / Wablieft; 104 blz. € 15

vloed

het valt en het valt maar uit de lucht en je rent

en je rent maar en ik ren met je mee, volg op de voet

door de vloed. zie ons. je rent om ter snelst, schudt me haast

van je af, maar ik houd je bij. en je rent de lucht uit je lijf, hijgt.

dit is echt niet jouw ding en toch ren je. wiens plan was dit?

en ik ren en jij vloekt, vloekt, vloekt, al houd je nog zo goed

het hoofd naar de grond, je schoen deelt een plas in twee

en hoe je ook rent, rent, rent, traag dringt de kou in je kous,

je voet, je been. waar o waar ren je heen, naar waar neem je

me mee? de lucht raakt maar niet leeg, vult zich weer meer

en meer. het zwerk ziet zwart. van top tot teen zijn we nat.

het drupt van ons af. het stroomt van ons af. en jij rent

en ik ren en het lijkt wel dat het nooit stopt. en als het

toch ooit stopt, bouw ik een muur of vier, dek die af

met een dak en dan noem jij die plek thuis. daar zal

het droog zijn. daar zal er zon zijn.

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden