InterviewDavid Mitchell

David Mitchell schreef een rock-'n-roll roman: De sixties waren een snelkookpan

Schrijver David Mitchell.Beeld Eoin O'Conaill

In ‘Utopia Avenue’ van bestsellerauteur David Mitchell volgen we een band op het aloude pad naar eeuwige roem, in het Londen vlak na de summer of love. Maar is muziek wel in woorden te vangen?

Leonard Cohen wilde een stukje van de wereld bezitten. Daarom schreef hij liedjes. Elf Holloway deed dat om haar gevoelens te uiten, Dean Moss omdat hij het simpelweg verdomde leuk vond. Die eerste bestond echt, die laatste twee zijn roman­personages, aanvoerders van de fictieve rockband Utopia Avenue, die vanuit Londen ­anno 1967 de wereld veroveren. Utopia Avenue is David Mitchells rock-’n-roll-roman.

Een, zeker voor de Britse bestsellerauteur, tamelijk conventionele roman. Met slechts een zijspoortje ­magisch-realisme; een chronologische verhaallijn; en één verhaal – in plaats van de caleidoscopische raam­vertellingen waarbij interdimensionaal door de tijd wordt gereisd uit zijn vorige boeken Tijdmeters of zijn succesroman Cloud Atlas.

Utopia Avenue is het aloude verhaal van een band op het pad naar eeuwige roem. Maar die reis – van half­lege zaaltjes op studentenfeesten in Britse provinciestadjes, tot aan een uitverkochte tournee door de Verenigde Staten richting hippieparadijs San Francisco – wordt wel ­verdraaid aanstekelijk verteld.

David Mitchell laat ons kennismaken met songschrijver Dean Moss, toetsenist Elf Holloway, gitaar­fenomeen Jasper de Zoet en drummer Griff Griffin, ­bijeengeraapt door manager Levon Frankland. Het zijn uiteenlopende persoonlijkheden: de wildebras Dean – ruwe bolster, blanke pit – de bedachtzame Elf, de introverte, autistische Jasper en de stoïcijnse Griff: totaal ­verschillend, maar samen, zoals de beste bands, meer dan de som der delen. Stuk voor stuk aimabele, aaibare, typische David Mitchell-personages die de lezer al snel om hun vingers winden.

Bij Levon Frankland zal bij de Mitchell-fans misschien een belletje rinkelen, en dit randpersonage uit Tijdmeters is lang niet het enige karakter uit het ­uitdijende Mitchellversum dat wordt hergebruikt. Dat recyclen van personages is één ding, daarnaast komen zo’n beetje alle muzikanten die er tijdens de swingin’­ sixties toe deden voorbij. In een donker steegje ont­moeten we een nog onbekende David Bowie; onder een tafel botsen we tegen een schuchtere John Lennon; in het penthouse van het befaamde Chelsea Hotel zijn we te gast op het feestje van Janis Joplin en Leonard Cohen.

David Mitchell in the Bulman Pub in het Ierse Kinsale.Beeld Eoin O'Conaill

In zijn Utopia Avenue grijpt Mitchell de tijdgeest bij de lurven: 1967, een tijdperk als een snelkookpan, een moment waarop alles mogelijk leek.

De schrijver is beslist geen ervaringsdeskundige: hij werd twee jaar na de summer of love geboren en wist voordat hij aan dit boek begon niet hoe hij een gitaar moest vasthouden. “Ik zou best in een bandje willen spelen, maar ik denk niet dat iemand zou komen kijken”, grinnikt de ietwat nerdy Mitchell voorovergebogen vanachter zijn computerscherm in zijn werkkamer in Ierland. Hij nam gitaar- en pianolessen bij wijze van research, en las talloze (auto)biografieën van rocksterren. “Keith Richards, Michael Nesmith van The Monkeys, Patti Smith, Bob Dylan, David Crosby, Graham Nash… om er een paar te noemen. Ik denk dat ik er twintig, ­misschien dertig heb gelezen.”

Ruimteschip van geluid

De eerste concerten die hij zich kan herinneren, ­waren van de popformatie Bucks Fizz en een vroege incarnatie van de Schotse progrockband Marillion. Dat het spelen in zo’n rockband met niets te vergelijken is, had hij toen al door. “Je hoort weleens hoe dirigenten vertellen dat het dirigeren van een orkest is als het besturen van de ­meeste machtige machine die je je kunt voorstellen. Een ruimteschip van geluid. Maar als je in een band speelt moet het zijn alsof je niet alleen dat ruimteschip bestuurt, maar het tegelijkertijd ook bent.”

Welk concert heeft de meeste indruk gemaakt? Hij is even stil. Dan: “In Ierland vormt muziek het hart van het culturele leven. En dan vooral muziek gemaakt in kleine context. De pubs hier hebben sessie-avonden, niet echt concerten, het zijn meer sociale bijeen­komsten – de kern van het dorpsleven in een plek als Clonakilty, waar ik woon.

“Afijn, John Spillane is een vrij anonieme singer/songwriter die ooit enig internationaal succes had, maar nooit veel, en daar volstrekt tevreden mee is. Elke eerste woensdag van de maand heeft hij zo’n sessie in één van de pubs hier. En er was één zo’n woensdagavond dat alles klopte. Alsof die avond kunst, met een grote K, de vorm had aangenomen van een grijzende man met gitaar. Je spendeerde anderhalf uur in het gezelschap van Kunst. Het was zo bijzonder dat je je op dat moment niet eens realiseerde dat je naar een concert keek. Het was zo’n oergevoel.”

Hij moet soms zoeken naar woorden. De manier waarop David Mitchell praat, verraadt zijn schrijverschap. Hij stottert, maar wanneer hij een struikeling over een woord voelt aankomen, zwijgt hij even, om vervolgens met een andere volzin tot dezelfde bestemming te komen.

Dansen over architectuur

Dat zoeken naar woorden was in het schrijven over muziek de grootste uitdaging. Aangezien het geschreven woord ei-gen-lijk volkomen ontoereikend is om muziek te vangen. Het aloude adagium luidt niet voor niets: “Schrijven over muziek is als dansen over architectuur”.

In zijn boek laat Mitchell het Frank Zappa ergens zeggen - die het ook echt zou hebben gezegd. Soms wordt het toegeschreven aan Charles Mingus, of aan ­David Crosby. “Of ze elkaar napraatten, of dat al die ­muzikanten dit aforisme toevallig weer opnieuw bedachten… wie weet. De oorsprong ervan is minstens zo enigmatisch als het onderwerp zelf.” En het onderwerp ervan vormde de grote uitdaging die het voor Mitchell zo bevredigend maakte dit boek te schrijven.

“Het is onmogelijk om muziek direct te beschrijven. Stel, ik gebruik twee pagina’s waarin ik precies opschrijf wat er in ‘Bohemian Rhapsody’ gebeurt. ‘Nu speelt het orgel dat wijsje, die noten, Freddy’s vocalen gaan omhoog. Dan, de baslijn, die doet dit en dat, en dat is interessant, want…’ hoe saai zou dat zijn? Na drie zinnen is de lezer al overleden van verveling. Maar vergelijk dat eens met wat je ervaart als je naar het nummer luistert. En dan gaat dit voorbeeld nog over een nummer dat echt bestaat. Ik schrijf over een fictieve band met fictieve nummers.

Schrijver David Mitchell Beeld Eoin O'Conaill

“Dus moest ik doen wat goede literatuur altijd doet: het prikkelen van de verbeelding. Goede fictie is goed in hinten: als beschrijvingen te exact worden, wordt het een gebruikshandleiding. Nuttig, maar geen literatuur. Eigenlijk moest ik dansen over architectuur op elke ­pagina van dit boek. Want de personages praten en ­denken constant over muziek – het is immers hun lust en hun leven.”

“Maar daarbij kun je de muzikaliteit van taal ge­bruiken. Taal, woorden, zinnen – die hebben een ritme. Ze bezitten muzikaliteit. Wat je als schrijver kunt gebruiken. Je kunt een baslijn nabootsen – een drumroffel. Daarom werkt poëzie: met alliteratie, rijm, metrum. Muzikaliteit. Je hebt metaforen, symboliek, syllogismen. Het is geen muziek-muziek, maar je kunt muziek er wel mee benaderen.”

“En dan is er nog structuur: ik kan misschien niet dansen over architectuur, maar ik kan een roman wel opdelen in drie verschillende albums, met elk een A en een B-kant, met elk aparte nummers – de hoofdstukken, geschreven vanuit het perspectief van het personage dat het nummer schreef. Dus ja. Het was een uitdaging. Maar… ik doe drie, misschien vier jaar over het schrijven van een roman. Waarom zou ik al die tijd spenderen aan iets dat makkelijk is?”

Alles viel op zijn plek

En als je dan een boek over rock-’n-roll wilt schrijven, valt er geen betere tijd en plek te bedenken dan het Londen van 1967. Daar werd op dat moment een deur geopend, die leidde naar een nieuwe wereld. Een kantelpunt in de tijd: het favoriete thema van Mitchell.

Wie is David Mitchell?

David Mitchell (Engeland, 1969) is schrijver van negen romans, waaronder de bestsellers Cloud Atlas en De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Ook werkte hij mee aan het script aan Netflix-serie ‘Sense8' en de dit najaar te verschijnen film ‘The Matrix 4'. Hij woont aan de kust van Ierland in Clonakilty met zijn vrouw en twee kinderen. Utopia Avenue is zijn nieuwste roman.

Mitchell haalt in het boek niet voor niets Brian Eno aan, die het begrip scenius muntte – dat alle geniale muziek van toen niet alleen voortkwam uit de muzikanten, maar doordat alles in de scene van toen precies op zijn plek viel. “In het Londen van 1967 vond de perfecte symbiose plaats van muziek en tegencultuur. Het was een tijd van zo veel eersten. Het eerste, echte album – ‘Sgt Pepper’, waarmee The Beatles lieten zien dat een album niet zomaar een verzameling liedjes was. Muziek werd voor het eerst ingezet als wapen. Als manier om de wereld te veranderen.”

Een prachttijd voor iemand als Mitchell, die zegt dat de wereld onleefbaar zou zijn zonder een gezonde dosis naïef idealisme. “Er was de wil om de maatschappij te herstarten. Je kunt zeggen dat al die hippie-idealen al in 1970 waren stukgeslagen op hard realisme. Maar in werkelijkheid zijn veel idealen nooit écht verdwenen. Ze zitten inmiddels ingebakken in onze maatschappij. Een sociaal vangnet, opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld, gratis gezondheidszorg voor iedereen. Dat noem ik hoopvol. Dat die kleine explosies van utopianisme destijds, een halve eeuw later de wereld blijvend hebben veranderd.”

Cameo’s & terugkerende personages

Hiermee echoot de schrijver wat hij tegen het einde van het boek in de mond legt van Jerry Garcia, voorman van het legendarische Grateful Dead. Het boek zit tjokvol met dit soort cameo’s van rocksterren uit de echte wereld. Mitchell vertelt hoe hij hiervoor op YouTube obscure interviews van deze sterren opzocht, zodat wat hij een Janis Joplin of Leonard Cohen laat zeggen door hen echt gezegd had kúnnen zijn. “Leonard Cohen was overigens een moeilijke – want hij was intelligenter dan ik ben”, grinnikt Mitchell. “Het zijn echte mensen met echte levens. Ze zijn niet mijn speelgoed. Mijn stelregel was: ze mochten niet de koers van het verhaal veranderen. Maar ze moesten wel van invloed zijn op de scene waarin ze in voorkwamen.”

Naast die rocksterren komt er ook een stoet aan personages uit zijn vorige romans voorbij, veelal in kleine rolletjes. Uitzondering hierop is Levon Frankland, die in Tijdmeters (2014) al refereert aan een band waarmee hij vroeger werkte.

AD/BC-moment

Oftewel, in zijn vorige roman verwees Mitchell al naar een boek dat hij nog moest schrijven. Zitten er in Utopia Avenue ook zulke toespelingen op toekomstig werk? “Noem het deuren. En die deuren zouden referenties kúnnen worden. Die opmerking van Frankland… ik speelde toen al met de gedachte mijn volgende boek over een band te schrijven. Die deur stond al op een kier toen ik hem plaatste, zogezegd.”

Het zijn interessante tijden voor een schrijver als Mitchell, met een voorliefde voor brandpunten in de tijd – zoals, zeg, een woekerende coronapandemie. “Maar mijn kristallen bol functioneert niet beter dan die van elk anders mens. Het is duidelijk dat dit de geschiedenis eventjes goed versnelt. Dat deze pandemie voor honderden miljoenen mensen voor een AD/BC-moment zorgt.

“Kun je hier iets mee als schrijver? Ja. Zeker. Als je dat wilt – een schrijver heeft alleen de verantwoordelijkheid die een schrijver aan zichzelf stelt. Maar ik ben zeer hongerig om het nu aan te spreken, om de nabije toekomst onder handen te nemen.” 

David Mitchell staat maandag 28/9 in de grote zaal van Tivoli­Vredenburg voor het tweejaarlijkse International Literature Festival Utrecht (ILFU).

Lees ook:

Fantasy is geen excuus

Hele volksstammen prijzen David Mitchells laatste roman de hemel in. Julie Phillips denkt dat de auteur nóg meer in huis heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden