David Hockney schildert de lente alsof de natuur een erectie heeft

Schilder David Hockney tijdens een persconferentie in Amsterdam. Beeld EPA

De Engelse kunstenaar David Hockney is dol op de lente, vanwege de uitbundigheid. ‘s Werelds meest verkopende nog levende kunstenaar is ook dol op Van Gogh. Een nieuwe tentoonstelling is een liefdesverklaring aan allebei.

Repeterende streepjes, rondjes, haakjes en stippels, meer vormen gebruikt David Hockney niet in zijn houtskooltekening. Het lijkt wel een borduurpatroon. Loop een halve meter naar achter en opeens, alsof iemand een knop omdraait, is het een landweggetje in het bos. Tussen deze tekening en die ernaast, een paar dagen later getekend, is nog meer magie in het spel: hetzelfde landweggetje, andere borduurpatronen: streepjes zijn golfjes geworden, de rondjes ovaal. De natuur springt open. Magie, transformatie: de lente is in aantocht.

De serie van vijfentwintig houtskool­tekeningen, met vijf keer achter elkaar vijf standpunten, is een van de vele hoogtepunten van de tentoonstelling ‘The Joy of Nature’ in het Van Gogh Museum. Zo’n zestig werken van David Hockney (allemaal voor het eerst in Nederland te zien, op twee na allemaal na 2004 gemaakt) hangen tegenover tien schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh.

Strekkende meters

Het is een uitwedstrijd die Hockney puur op getallen al wint. Qua werkervaring: Van Gogh schilderde met moeite zes jaar, Hockney schildert en tekent al zestig jaar dagelijks en peinst er niet over te stoppen. Vanwege de grootte van zijn werk: de schilderijen van Hockney gaan tot tien strekkende meters, Van Gogh haalt de één meter niet eens – zijn schilderijen hangen bescheiden op de palen in het midden van de zalen, de Hockneys vullen hele muren, die voor de gelegenheid ook nog eens in felle kleuren zijn geverfd.

David Hockney ‘More Felled Trees on Woldgate”, 2008, olieverf op doek Beeld Richard Schmidt

Vlekjes verf

En dan is er die ‘joy’, het kijk- en schilderplezier dat van Hockney’s doeken en tekeningen spat, iets waarop je Van Gogh maar zelden betrapt. Zo lekker soepel schildert Hockney zijn landschappen, ieder blaadje, iedere grasspriet lijkt hem plezier te doen, en daarmee zijn publiek. Hij maakt tekeningen op de iPad, op een filmpje kan je zien hoe hij ze opbouwt. Een serie van 36 weggetjes, straten en karrensporen, omringd door groen in aquarel, zijn zo vanzelfsprekend neergezet dat het je verbaast dat het van dichtbij ook nog vlekjes verf zijn.

Bijzonder dol is Hockney op de lente. Hij volgt de intrede ervan graag op de voet, liefst op plekken die je in eerste instantie niet als bijzonder schilderachtig zou noemen. Een landweggetje, een veld met een hek, ook de hoogspanningskabels horen in het uitzicht. In het introductiefilmpje bij de tentoonstelling legt hij guitig uit wat er zo mooi is aan de lente. “Alles is fris, richt zich op. Alsof de natuur een erectie heeft. En op de struiken is champagne uitgeschud.” Nee, niemand kan een bloeiende meidoorn zo sappig schilderen als Hockney.

Toch is het uitgangspunt van de tentoonstelling de overeenkomst tussen de twee kunstenaars. In de schetsboekjes en tekeningen, ook uitgestald in de tentoonstelling, is de verwantschap het meest direct zichtbaar: beiden weten met een paar puntjes en streepjes een stuk groen vast te leggen.

David Hockney - "May Blossom on the Roman Road" 2009, olieverf op doek Beeld Richard Schmidt

Hockney zag zijn eerste Van Goghs op zijn achttiende, hij zat op de kunstacademie in Yorkshire. Van Gogh ging naar Zuid-Frankrijk vanwege het licht, Hockney vertrok naar Californië; ook daar was volgens de schilder sprake van een marvellous clarity, een wonderbare helderheid. Hij maakte er zwembadschilderijen waarop jonge naakte mannen in het blauwe water zwemmen of er net zijn ingesprongen en werd er wereldberoemd mee.

Geboortegrond

Pas veel later, nadat hij ook met zijn portretten naam had gemaakt, keerde hij terug naar zijn geboortegrond. Hij had zich beziggehouden met fotografie, onderzoek gedaan naar de hulpmiddelen die grote meesters gebruikten om de ruimte in beeld te brengen. En precies daar zit, meent Hockney zelf, ook zijn grote verwantschap met Van Gogh. Want net als Hockney lette die beter op de ruimte dan de meeste kunstenaars.

Van Gogh tuurde lang naar de landschappen die hij schilderde, wist met afsnijdingen en onverwachte composities diepte te scheppen in zijn werk. Ook hier troeft Hockney de jonggestorven oude meester af: met schilderijen opgebouwd uit meerdere doeken, waarbij elk doek een eigen verdwijnpunt heeft. Zo sta je, meer dan waar ook, in het centrale midden van het landschap. Wat een feest zo te kijken.

‘Hockney - Van Gogh: The Joy of Nature’, tot 26 mei in het Van Gogh Museum in Amsterdam, catalogus €29,95. ★★★★★

Lees ook:

David Hockney spettert nog steeds

Het begon allemaal met een plons in het zwembad. ‘A bigger splash’ heet het vierkante schilderij uit 1967, waarop je een duikplank ziet, een zwembad, op de achtergrond een bungalow, een lege stoel en twee palmbomen, en in het zwembad opspattend water. David Hockney werd er wereldberoemd mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden