Dat Matthijs Maris zijn doeken 'doelbewust' in een waas hulde, was ook voor de conservator een verrassing

Beeld RV

De schilderijen van Matthijs Maris zijn soms zo 'mistig' dat er nauwelijks iets is te zien. Te lang gepoetst in de verf? Nee, de kunstenaar heeft het zo bedoeld. Vincent van Gogh noemde zijn werk 'wonderbaar'.

Dit schilderij is waarschijnlijk mislukt, dacht Jenny Reynaerts, toen ze jaren geleden als jonge conservator in het depot van het Rijksmuseum op een schilderij stuitte van Matthijs Maris. Het leek alsof de schilder te lang was blijven poetsen in de verf. De voorstelling was amper te zien. Er waren alleen nog vage contouren zichtbaar op het schimmige doek.

Nu staat Jenny Reynaerts ademloos te kijken naar hetzelfde schilderij. Het hangt op de tentoonstelling die ze gemaakt heeft over de excentrieke en eigenzinnige schilder Matthijs Maris (1839-1917). Hoe langer je in de zachtbruine 'mist' kijkt op het twee meter hoge doek, wat haast een mystieke ervaring is, hoe meer je gaat zien. Gaandeweg doemt in de nevel een geknielde vrouw op: een herderin met wat schapen aan haar zijde.

Van Matthijs Maris is bekend dat hij een zonderlinge figuur was, die de laatste vijftien jaar van zijn leven steeds meer als een kluizenaar leefde in zijn atelier in Londen. En dat hij extreem perfectionistisch was en eindeloos bleef werken aan zijn schilderijen, waardoor zijn productie zienderogen afnam. Maar dat hij zijn doeken 'doelbewust' in een omfloerst en geheimzinnige waas hulde, was ook voor de conservator een verrassing. Onderzoek heeft aangetoond dat de kunstenaar soms wel vijftien dunne lagen verf zonder bindmiddelen aanbracht om de voorstelling steeds ijler en schimmiger te maken.

Kunstestablishment

De afgelopen drie jaar verdiepte een onderzoeksteam van het Rijksmuseum zich samen met Richard Bionda - Mariskenner bij uitstek - in het leven en werk van Matthijs Maris, die altijd in een adem wordt genoemd met zijn broers Jacob en Willem, bekende schilders van de Haagse School. Drie schilderende broers, maar daarmee houdt de overeenkomst ook wel op. Matthijs ontwikkelde zich eerst in de lijn van zijn grote broer Jacob, maar al gauw keerde hij zich af van wat hij het kunstestablishment noemde. Hij wilde niet voor de kunstmarkt schilderen; zijn kunst moest 'verheffen en veredelen'.

Dit jaar is het een eeuw geleden dat Matthijs Maris overleed in Londen. Op de schildersezel stond een doek waaraan hij nog werkte. Er waren wel afbeeldingen van, maar zijn finale werk '(Smart) Verloren illusies' - in bezit van een particulier - wordt nu voor het eerst tentoongesteld. Bezoekers krijgen het meteen te zien als ze binnenkomen. En dat is schrikken, want het hangt naast het lieflijke schilderij 'De vlinders' uit 1874, dat geldt als het topstuk in zijn oeuvre. Eerst blijft het oog hangen bij dit sprookjesachtige doek en de intens blauwe jurk van het dromerige meisje. Maar dan wringt als een kwaadaardige heks zich dat andere doek op het netvlies. 

Een grijsbruine drab, meer zie je niet. Wat is hiermee gebeurd? Neem de tijd om te kijken, is het advies van de conservator. Dan doemen in de vele lagen grijs en oker langzaam de lijnen op van een vrouw, voorover liggend op de trappen van een altaar. Ze spiegelt als het ware het meisje met de vlinders. Met deze contrasterende werken wordt de bezoeker alvast voorbereid op de opzienbarende verandering in het werk van Maris, die aan het eind van de expositie zichtbaar wordt in een zaal vol mysterieuze, nevelige werken. Eigenlijk zijn er twee schilders in één persoon, leert deze tentoonstelling.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld RV

Talent

Al op jonge leeftijd blijkt Matthijs een groot talent. Op zijn dertiende gaat hij naar de Haagsche Teekenacademie. Om wat bij te verdienen kopieert hij met zijn broer Jacob voor een kunsthandel werk van schilders als Schelfhout en Koekkoek. Met een beurs studeert hij vervolgens drie seizoenen aan de kunstacademie in Antwerpen. Terug in Den Haag deelt hij een atelier met Jacob. Samen maken ze een grote reis naar Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Ook gaan ze naar Oosterbeek en Wolfheze om buitenstudies te maken. Matthijs ontwikkelt op reis een voorliefde voor romantische landschappen, sprookjesachtige kastelen en kathedralen. Anders dan Jacob neemt hij het met de realiteit niet zo nauw. Het middeleeuwse silhouet van Lausanne, waar hij helemaal weg van is, duikt regelmatig op als achtergrond in fantasielandschappen. Voortdurend krijgt hij het advies om 'naar de natuur' te blijven werken, maar daar heeft hij 'geen hart' voor. Hij vindt het ook een knieval voor de commercie om realistische landschappen te schilderen die goed in de markt liggen.

Na het vertrek van Jacob naar Parijs raakt hij in een isolement. Ook doet hij niet meer mee aan tentoonstellingen, als hij kritiek krijgt op zijn werk. Er komt nog zo weinig uit zijn handen dat Jacob hem vraagt bij hem en zijn gezin in te trekken. Hij bloeit op en tussen 1871 en 1875 ontstaan zijn beroemdste werken, waaronder 'Souvenir d'Amsterdam' en 'De vlinders'. Zijn schilderijen uit die periode hebben vaak al een geheimzinnige en dromerige sfeer, zoals het prachtige stadsgezicht van Saint Ouen dat nooit eerder was te zien. Zijn werk is zo anders en spreekt zo tot de verbeelding, dat critici hem betitelen als een 'vreemde bloem' en 'de grootste visionair' in de Nederlandse schilderkunst. Vincent van Gogh noemt zijn werk 'wonderbaar'. 'Het is droomerij - maar wat een meester!'

Geldzucht

Zelf spreekt Maris nooit over zijn werk, ook niet in de vele brieven die hij schrijft. Daarin gaat het nooit over zijn schilderijen en zijn geworstel met verf, zoals in de brieven van Van Gogh. Het zijn vooral klaagzangen over de geldzucht van de kunsthandel en de materialistische westerse samenleving. Hij komt over als een wereldvreemde romanticus en bohémien met heimwee naar alles wat verdwenen is.

Het lijkt alsof hij geprobeerd heeft in zijn schilderijen zijn gedroomde wereld te herscheppen. Steeds omfloerster en mystieker wordt zijn werk. In zijn schemerige atelier in Londen, waar hij zich in 1877 vestigde, blijft hij maar poetsen en schrapen in de verf, nog een laag erbij, en nog één. Het recente technische onderzoek heeft aangetoond dat hij dit alles heel doelbewust doet. Eindeloos lang werkt hij aan een schilderij, met als gevolg dat er na 1900 nauwelijks nog nieuw werk zijn atelier verlaat. Aan het portret van de twee dochtertjes van een vriend werkt hij meer dan dan twintig jaar. Het is in zijn ogen nooit goed genoeg. Na zijn dood wordt het gevonden in zijn atelier. De gezichten van de meisjes zijn net zo vervaagd als de herinneringen aan hun jeugdjaren.

Steeds vaker loopt hij ook op tegen de grenzen van het materiaal. Hij wil de beelden op het doek net zo 'onstoffelijk' maken als de droombeelden in zijn hoofd. Maar hoe krijg je dat voor elkaar met verf? Hij gaat over op houtskool, een vluchtiger materiaal. Met kleerborstels veegt hij de houtskooltekeningen telkens weer uit. Een immaterieel beeld in je hoofd is nu eenmaal moeilijk te materialiseren in olieverf en houtskool. Gelukkig zagen anderen wel de schoonheid ervan en hebben ze zijn werk verzameld.

Deze tentoonstelling toont aan dat de tragiek van Maris is dat hij juist zo uniek is in waarin hij dacht te kort te schieten. Wie de tijd neemt voor zijn droombeelden, stapt in de schemerige entourage die het Rijks heeft gecreëerd, binnen in zijn wonderbaarlijke wereld. Matthijs Maris kon toveren met verf, houtskool en poetsdoeken. En niet te vergeten zijn ongelooflijke verbeeldingskracht.

Matthijs Maris, t/m 7 januari 2018 in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Eenmalig toestemming van het schotse parlement

Het Rijksmuseum in Amsterdam kan door bruiklenen uit The Burrell Collection in Glasgow voor het eerst een breed overzicht (75 werken) tonen van het werk van Matthijs Maris. Het museum in Glasgow is vernoemd naar de scheepsmagnaat Sir William Burrell (1861-1951), die onder meer het werk van Maris verzamelde. Na zijn dood liet hij zijn collectie na aan de stad Glasgow op voorwaarde dat deze nooit de zee over zou steken.

Vanwege een verbouwing is het museum tot 2020 gesloten, waardoor het parlement van Schotland bij hoge uitzondering toestemming heeft gegeven om 25 werken van Maris naar Amsterdam te laten reizen. Dit bood onderzoekers van het Rijksmuseum ook de mogelijkheid om voor het eerst een aantal schilderijen te analyseren om de versluierende werkwijze van Maris te achterhalen. Over dit onderzoek verscheen het boek 'Matthijs Maris at Work', door Erma Hermens, Laura Raven en Suzanne Veldink. Daarnaast is er de lijvige monografie 'Matthijs Maris' door Richard Bionda.

Beeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden