Opinie

Dat konijn móet uit die hoed

Eenmalige spektakels of groots vormgegeven voorstellingen. De inzet van zoveel mogelijk creativiteit in een vrije samenwerking. Dat, gecombineerd met geldgebrek en humor, zijn de kenmerken van Het Monsterverbond. Iedereen had het kunnen bedenken, maar zij bedachten het.

'De schoorsteen valt op klassieke wijze om. Met donderend geraas en grote stofwolken.'' Zo staat het in het draaiboek, dus zo zal het gebeuren in het nieuwste spektakel van Het Monsterverbond. De kleine groep artistieke vrijbuiters die achter deze naam schuilgaan, ziet het al helemaal voor zich. Alleen van welk materiaal de schoorsteen gemaakt gaat worden, dat is nog niet zeker. Duizend kartonnen dozen misschien. Het 'donderend geraas' hebben ze op band.

Tien jaar ervaring heeft Het Monsterverbond inmiddels met het bedenken en vervaardigen van rare dingen en gekke toestanden. De lijst Monsterproducties vermeldt onder meer een 'Hieronymus Bosch nachtmerrie ten behoeve van jubileumviering pater Van Kilsdonk' (1995), levering aan de gemeente Den Haag van 'twee zwevende schelpen en een vuurbrakende monstervis' (1998) en de 'komische verbeelding van het ontstaan van een idee binnenin de hersenen voor de TU Delft (1998), waarbij wordt opgemerkt: 'hoogte van het geconstrueerde idee: zes meter'.

'Objecttheater' is de wetenschappelijke naam voor de kunstvorm die het Monsterverbond beoefent. Het speelt zich meestal af in de buitenlucht, het visuele aspect is belangrijker dan de tekst (als die er al is), en bewegende constructies, liefst van gigantische afmetingen, horen erbij, evenals de kostuums en de stunts. Dus een vallende schoorsteen, daar draaien ze hun hand niet voor om. Kwajongenstheater zou je het ook kunnen noemen. In Nederland is de Dogtroep er beroemd mee geworden.

,,Eigenlijk lossen we raadseltjes op'', zegt zakelijk leider Igor Michel. ,,Het raadsel wordt opgegeven door onze opdrachtgevers. Die hebben een aanleiding om iets te doen, maar weten zelf nog niet wat. Een jubileum, opening of eerstesteenlegging moet opgeluisterd worden, ze zijn op zoek naar betovering. Wij lossen het raadsel op door met een voorstel te komen dat uitdrukt wat de opdrachtgever bedoelde, en dat technisch en financieel haalbaar is.''

Vanwege hun voorliefde voor bouwsels van vreemde makelij noemen de Monsters zich net zo lief ambachtslieden als kunstenaars. ,,Het is ons om schoonheid te doen. Niet voor niks is de doelstelling van stichting Het Monsterverbond het verrijken en opfleuren van de dagelijkse stedelijke omgeving'', luidt het mission statement.

Het werken in opdracht en bij gelegenheden brengt de Monsters regelmatig op plaatsen waar theatermakers maar vreemd volk gevonden worden. Op bouwterreinen bijvoorbeeld, waar het kan gebeuren dat de opdrachtgever het ene moment enthousiast de plek aanwijst waar de voorstelling of de installatie kan worden neergezet, en het volgende moment een bulldozer die plek in een diepe kuil verandert. Michel: ,,Daarom is het zaak om meteen maatjes te worden met de mensen op de werkvloer.'' Zijn kompaan en artistiek leider van Het Monsterverbond Casper Oorthuys: ,,Je komt als vreemde eend. Na verloop van tijd ontstaat er vertrouwen. Respect krijg je pas na afloop, als ze gezien hebben wat je gemaakt hebt.''

Michel: ,,Als je het konijn weer voor ze uit de hoed getoverd hebt.''

De intens gevoelde behoefte aan een eigen atelier, daar begon het mee. Wat er in dat atelier gemaakt ging worden, dat zou wel blijken. Igor Michel (1963) had zijn studie kunstgeschiedenis afgebroken en was decorschilder, Casper Oorthuys (1962) studeerde theaterwetenschappen. Ze kenden elkaar al sinds de lagere Montessori-school. (Oorthuys: ,,Daar hebben we leren samenwerken.'') Aanvankelijk waren ze met z'n vieren, maar één wilde beeldhouwer worden en een ander werd al agressief bij de gedachte aan een opdrachtgever, laat staan een offerte. Maar Michel en Oorthuys besloten ernstig om hun uitkeringen als een starterssubsidie te beschouwen, en gingen aan de slag. Een winkel binnenlopen en zeggen: ,,Leuk zaakje, maar wat u mist is een totempaal voor de deur'', of ongevraagd een ontwerp indienen voor de gevelversiering van een theater. Zo sleepten de jonge honden opdracht na opdracht binnen in hun gekraakte AgitProp-atelier. In 1993 stonden ze met hun eerste grote eigen productie op het zomerse Oerolfestival op Terschelling. Oorthuys: ,,Daarmee was bewezen dat het kon.''

Nu, na tien jaar, is alles veranderd, en toch hetzelfde gebleven. Er is een groter atelier, waarvoor huur wordt betaald. Er zijn medewerkers bij gekomen. Verzekeringen werden afgesloten. Het Monsterverbond is, in de woorden van Oorthuys, 'compatibel geworden met de rest van de maatschappij'. Maar de Monsters zijn niet gezwicht voor het grote geld zoals zo vaak gebeurt - al kan de verklaring daarvoor zijn dat zij het grote geld eenvoudigweg niet hebben weten te vinden. Hoewel ze regelmatig klussen voor film en televisie doen, die toch goed betalen, zijn de Monsters niet in staat om een rendabele winkel te draaien. Er gaat wel steeds meer geld om, maar er blijft nog steeds niet meer geld over. Dát raadsel hebben Michel en Oorthuys nog niet weten op te lossen. In hun verhalen duikt regelmatig de aanduiding 'Subsidieland' op, als een vreemd en duister rijk waar zij de weg niet goed kennen.

In de gesprekken over de zakelijke ontwikkeling komen ook de verschillen tussen beide heren naar voren. De naam Monsterverbond is niet zomaar gekozen. Eigengereidheid binnen het verbond wordt niet afgekeurd maar toegejuicht. De gedreven Oorthuys leidt mededelingen in met de zinsnede 'over ambitie gesproken', ook als niemand dat woord in de mond heeft genomen. Kennelijk zit het in hem. Zijn ambitie is vooral het verbond steeds grotere projecten zelfstandig te laten uitvoeren.

Groot, mooi, dat zijn ook de trefwoorden voor Michel, al noemt hij het geen ambities. Hij is meer het type dat de rekeningen kloppend maakt door bij de baten ook de enorme lol op te tellen die een project heeft opgeleverd. ,,Elk project is een hefboom waarmee we weer iets groters aankunnen. Onze grote rijkdom is dat we steeds de gelegenheid hebben om nieuw terrein te verkennen, om iets te doen of te maken wat nog niet bestaat. Dat geeft een enorme vrijheid.''

Over ambitie gesproken, Het Monsterverbond gaat het buitenland in. De eerste voorstelling buiten Nederland zal plaatsvinden te Managua, Nicaragua. Amsterdam en Managua hebben een zogeheten stedenband, zeg maar een gesubsidieerde vriendschap. De stedenband stimuleert samenwerking, ook op cultureel vlak. In dat kader zijn de Monsters uitgenodigd een voorstelling te komen maken met zes Nederlanders en zes Nicaraguanen. Op oudejaarsavond moet de voorstelling plaatsvinden in een auditorium dat speciaal gebouwd is voor de paus. De NOS beraadt zich op een uitzending.

Oorthuys: ,,Wat we op dit moment weten is dat de Nicaraguanen graag iets over de pre-koloniale geschiedenis van hun land willen maken, terwijl wij vooral geïnteresseerd zijn in de imperialistische tijd. We zien wel. Het wordt in ieder geval een mooie afsluiting van dit millennium.''

Michel: ,,Als het konijn maar uit de hoed komt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden