Beeld Trouw

Column Klassiek&zo

Dat je iets vocaals omwerkt tot iets instrumentaals, en dat het dan zo magistraal uitpakt

In mijn jaren als verkoper van klassieke muziek kreeg ik in de platenzaak vaak de wat wanhopig klinkende vraag voorgelegd wat de mooiste uitvoering van compositie X was. En of ik kon uitleggen waaróm uitvoering Y van dat stuk X dan zoveel beter was dan opname Z. 

We kwamen er meestal wel uit, de klanten en ik. Niet dat ik beweer het ultieme XYZ der muziek te zijn geweest voor al die mensen, maar de kritische oren en de grote repertoirekennis stammen uit die fijne periode van mijn leven. Twintig jaar later is er haast geen cd-winkel meer over, en dus is ook het contact tussen klant en verkoper verdwenen.

Natuurlijk Jaap! Of toch niet ...

Deze week kwam die vraag uit het verleden, in iets andere vorm, ineens terug. De mooiste muziek die ik de afgelopen week hoorde? Iemand vroeg het onverwachts, een beetje tussen neus en lippen door. Op mijn lippen lag het antwoord al klaar, als een pavlovreactie: ‘Die Walküre’ gedirigeerd door Jaap van Zweden in de NTR ZaterdagMatinee. Natuurlijk! Dat was het mooiste dat ik gehoord had die week. 

Maar toen ik er wat langer en genuanceerder over nadacht, klonk het antwoord toch anders. Jaaps Wagner was onvergetelijk en historisch, maar die muziek kende ik al door en door, maat voor maat. Iets heel moois dat ik nog niet kende, en een stuk dat me geweldig verraste, hoorde ik twee dagen later tijdens het concert van het Pittsburgh Symphony Orchestra in het Concertgebouw. Het was een nieuwe compositie van James MacMillan.

Het stuk heet ‘Larghetto for Orchestra’ en werd door het orkest uit Pittsburgh twee jaar geleden in hun eigen Heinz Hall voor het eerst uitgevoerd. Onder leiding van Manfred Honeck, die ook in Amsterdam present was. Helemaal nieuw is de compositie overigens niet, want MacMillan orkestreerde zijn eigen ‘Miserere’, een werk voor koor uit 2009. Dat vind ik sowieso al iets ongelofelijks, dat je als componist de potentie ziet van zo’n bewerking, dat je iets vocaals omwerkt tot iets instrumentaals, en dat het dan zo magistraal uitpakt.

Andersom is het gegaan met het beroemde ‘Adagio for strings’ van Samuel Barber. Barber bewerkte het langzame deel van zijn strijkkwartet in 1938 voor strijkorkest, en in die versie werd het een veelgespeelde en populaire compositie. Weer dertig jaar later maakte hij er een versie voor achtstemmig koor van, gezet op de tekst van het Agnus Dei.

De trombonist was ook tevreden

MacMillans Larghetto heeft wel wat van Barbers Adagio. Het zou zo maar eens eenzelfde klassieke status kunnen krijgen. Het duurt een klein kwartier, en bestaat uit welluidende klankvelden, die zacht, als van ver, aan komen rollen. In het Concertgebouw stonden drie musici opgesteld op het frontbalkon; een hoornist, een trompettist en een trombonist. Op gezette tijden slingerden zij hun noten richting het podium, waar ze in die klankvelden werden opgevangen, opgenomen. Magisch. De trombonist, die naast me had staan toeteren, vertrouwde me na afloop toe dat het in deze zaal nog nooit zo goed had geklonken. Ik geloof het graag.

Wat me zeker niet zal bijblijven van deze week was Lang Langs interpretatie van Beethovens Tweede pianoconcert woensdag met het Concertgebouworkest. De Chinese pianopatjepeeër liet zich weer eens gaan in even excentriek als kitscherig spel. Als iemand me had gevraagd wat het lelijkste van de week was geweest, dan had ik daar zeker een antwoord op gehad.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden