Vandaar dit boekConny Braam

Dat enorme bedrog van Afrikanen in de Tweede Wereldoorlog

Beeld Mark Kohn

Conny Braam (1948), romanschrijfster en voormalig anti-apartheidsactiviste, schreef ‘Wij zijn de wrekers over dit alles’, over gruwelijk én lachwekkend racisme.

“Je kunt zeggen dat ik aan mijn boek begon in 1972: toen ontmoette ik Wolfie Kodesh. Hij was ANC-voorman en veteraan uit de Tweede Wereldoorlog. Als nazaat van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa had hij vrijwillig dienst genomen in het Zuid-Afrikaanse leger om te vechten tegen de nazi’s. Ik heb hem heel vaak horen vertellen over zijn deelname aan de bevrijding van Italië. Toen hij een keer opkwam voor het lot van zijn zwarte medesoldaten werd hij zwaar gestraft.

Mijn vorige roman ‘Ik ben Hendrik Witbooi’ ging over de leider van de opstand in 1904 van het Nama-volk in Namibië, toen een Duitse kolonie. Na dat boek stuitte ik googelend tot mijn grote verrassing op nazaten van Witbooi, begraven op oorlogsbegraafplaatsen in El Alamein (Egypte), en in Italië. Ik kon mijn ogen niet geloven. Dat herinnerde me aan die verhalen van Wolfie en al die Joodse, veelal communistische Zuid-Afrikaanse veteranen die na de oorlog ANC-lid werden.

Oorlogsveteranen waren de eersten die tegen apartheid gingen demonstreren, met hun non-raciale organisatie, het Springbok Legioen. In de Tweede Wereldoorlog liggen de wortels voor de onafhankelijkheidsstrijd van Namibië. Dat was na de Eerste Wereldoorlog een kolonie van Zuid-Afrika geworden. De Swapo, die tegen Zuid-Afrika’s bezetting vocht, was opgericht door Toivo ja Toivo, oorlogsveteraan en medegevangene van Nelson Mandela op Robbeneiland.

Witboois

Dertigduizend Zuid-Afrikanen hebben tegen Hitler gevochten. Je had het Native Corps, dat was zwart, het Cape Corps, dat was bruin, en de rest was wit. De Nama, waartoe de Witboois behoren, kwamen in het Cape Corps, want ze zijn niet helemaal zwart.

Een goed verhaal voor een roman kwam pas op toen ik ontdekte dat tienduizend Zuid-Afri­kanen krijgsgevangen waren gemaakt. Ze moesten overleven in barre kampen in de Noord-Afrikaanse woestijn, en werden later vervoerd naar Duitse kampen.

In de eerste dagboeken die blanken schreven vind je niets over het racisme in die kampen, van zwarten die bij de latrines moesten bi­vakkeren. Een soort schuldgevoel daarover lees je pas in dagboeken vanaf de jaren negentig, veelal geschreven voor de kleinkinderen, vaak in heel beperkte oplagen. De kunst is om die te vinden in tweedehandswinkeltjes.

Zwarte getuigenissen bestaan alleen in interviewvorm. Historicus Louis Grundlingh schreef in 1986 zó’n dik proefschrift over de rol van zwarte soldaten in de Twee­de Wereldoorlog. Uniek: als blanke Zuid-Afrikaan ging hij de townships in om zwarte veteranen te interviewen. Een goudmijn.

Meevechten tussen de blanken

De hoofdpersoon in mijn roman, Jakob Witbooi – fictieve kleinzoon van Hendrik Witbooi – meldt zich om tegen Hitler te vechten omdat Churchill en Roosevelt zelfbeschikkingsrecht beloven. Dat stond in het Atlantische Handvest uit 1941, dat ook Zuid-Afrika’s toenmalige president Jan Smuts had ondertekend.

De vraag ‘wat levert ons dat op, meevechten in deze oorlog tussen de blanken?’ speelde wel onder zwarten. Maar ze pikten die belofte over zelfbeschikkingsrecht op via de radio. Ook het ANC stimuleerde mensen daarom om te gaan vechten, ze dachten dat dat uiteindelijk zou helpen in de strijd voor democratie. Zelf beschikken over je regeringsvorm, kiesrecht: dat motiveerde ook veel zwarten in Namibië die streden tegen de bezetting door Zuid-Afrika.

In mijn boek helpt Jakob Witbooi zijn Joodse strijdmakker Moritz Rabinowitz. In Duitse krijgs­gevangenschap wisselen ze hun identiteitsplaatjes. De Duitsers zullen de gekleurde Witbooi toch niet voor een Jood aanzien, denkt Witbooi, terwijl zijn naam Witbooi de Jood Rabinowitz zal beschermen. Maar bij terugkeer in zijn racistische land krijgt Witbooi voor de voeten geworpen dat hij zich voor een blanke heeft uitgegeven met die identiteitswissel.

Dat heb ik verzonnen, maar identiteitswisselingen kwamen vaker voor. Bijvoorbeeld de vader van ANC-voorman Tokyo Sexwale, medegevangene van Mandela op Robbeneiland, heeft dat gedaan. En een dergelijke vernedering bij terugkeer heeft hij ook ondergaan. Net als Jakob Witbooi in mijn boek, had hij in Italiaanse krijgsgevangenschap een verhouding gekregen met een Italiaanse. Sexwale droeg een foto bij zich van hem en de Italiaanse samen. Bij terugkeer bekeek de Zuid-Afrikaan­se douanebeambte die foto en en verscheurde hem. Die vernedering: het meest intieme van een verliefde jongeman afpakken!

Conny Braam - Wij zijn de wrekersBeeld -

Als anti-apartheidsactiviste ben ik nauw verbonden geweest met ANC’ers, ik heb heel veel tijd met ze doorgebracht in Zambia, waar ze als ballingen scholen. Ondergronds werk is vooral wachten, wachten en wachten, en héél veel praten. Ik heb eindeloos veel verhalen gehoord, over de vernederingen, over hun motieven om ANC-lid te worden. Dat is allemaal een voedingsbodem voor zo’n boek, zulke scènes zou ik anders niet hebben durven opschrijven.

“Waar zijn we mee bezig geweest?”

Een andere belangrijke bron voor mijn boek is een blanke uit onwaarschijnlijke hoek: Ian Gleeson, oud-stafchef van het Zuid-Afrikaanse leger. Toen de omwenteling in Zuid-Afrika kwam, werkte hij uitstekend samen met Siphiwe Nyanda, de leider van de gewapende tak van het ANC, die hem later zou opvolgen.

Na zijn pensionering schreef Gleeson een boek over de geschiedenis van gekleurde Zuid-Afrikanen in het leger. Volgens mij was een van zijn motieven om dat boek te schrijven zijn opluchting, zijn gevoel ‘waar zijn we eigenlijk de hele tijd mee bezig geweest’.

Ik hoop dat de lezers van mijn boek ook het lachwekkende van racisme eruit halen, het pathetische ervan. Ik wilde het verhaal vertellen over niet alleen het enorme bedrog dat is gepleegd tegen Afrikanen (om nog maar te zwijgen over de miljoenen Indiërs die door oorlogsheld Churchill genaaid zijn), maar ook hoe racisme zich voordoet in een grote groep, hoe gruwelijk het is, en hoe het kan wegvallen als mensen gedwongen zijn om met elkaar te overleven – zoals ik beschrijf in de tocht die Jakob Witbooi en zijn Zuid-Afrikaanse medesoldaten maken als ze van Auschwitz naar de geallieerden trekken.

Ja, ik hoop van harte dat mijn boek ook in Zuid-Afrika wordt uitgegeven, zoals er ook een vertaling van ‘Ik ben Hendrik Witbooi’ in het Afrikaans is. Ik hoop dat het studenten in Zuid-Afrika en Namibië zal stimuleren om de archieven in te duiken, want die liggen nu te verstoffen. Er is nu vrijwel geen belangstelling voor bijvoorbeeld militaire archieven – wat wil je, met hun achtergrond van apartheid.”

Wij zijn de wrekers over dit alles
Conny Braam
Atlas Contact; 384 blz. € 22,99

Lees ook:

Iedereen mag van mij voor God spelen

Conny Braam was in 1971 een van de oprichtsters van de Anti-apartheidsbeweging Nederland en is sinds 1992 als schrijfster actief. Dit jaar verscheen ‘Ik ben Hendrik Witbooi’, een historische roman over een vrijheidsstrijder uit Namibië.

Witbooi was helemaal geen wreedaard

Conny Braam duikt in de geschiedenis van het Nama-volk en hun leider Hendrik Witbooi

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden