Review

Darwin vreesde de unfittest-test

Veel mensen weten zich desgevraagd te herinneren dat Darwin de man van the survival of the fittest was. Maar dat was nu net de uitdrukking die Herbert Spencer (1820-1903) bezigde in zíjn versie van de evolutietheorie, die nog stamde van vóór de verschijning van Darwins 'Het ontstaan der soorten' (1859). In latere edities van zijn boek nam Darwin het begrip van de Engelse filosoof met kennelijke instemming over.

De Amsterdamse historicus Cor Hermans is onlangs gepromoveerd op een proefschrift dat de verbanden onderzoekt tussen Darwins leer van de natuurlijke selectie en het gedachtegoed van de 'sociaal-darwinisten', van wie Spencer als een roemrucht voorbeeld geldt. Roemrucht, omdat de sociaal-darwinisten sinds jaar en dag voor een stelletje reactionairen doorgaan, die Darwins theorie misbruikt zouden hebben om een hardvochtig kapitalisme en een verderfelijk racisme te verdedigen.

Misbruik? Dat Darwin zich kon vinden in Spencers grimmige karakterisering van het menselijk bedrijf als 'de overleving van de sterkste' maakt duidelijk dat ook Darwin zelf sombere gedachten over de mensengeschiedenis koesterde. De sociaal-darwinisten borduurden daar op voort.

Hermans' boek is ingedeeld in vijf perioden opgehangen aan één of meerdere figuren, die elk het publiek een eigen lezing van Darwin voorhielden. Opgeruimde liberalen als Spencer waren veel optimistischer over de diensten die het selectiemechanisme de samenleving kon bewijzen dan latere doemdenkers zoals zijn landgenoot Francis Galton (1822-1911), die de onbeheerste voortplantingsdrift van de lagere klassen met sterilisatie wilde beteugelen. Franse en Duitse wetenschappers trokken aan het eind van de 19de eeuw nationalistische en racistische conclusies uit Darwins denken, en maakten zich sterk tegen degeneratie en vóór veredeling van het ras.

Grosso modo bewoog zich in de loop van het tijdvak dat Hermans bestrijkt de sociaal-darwinist van een geleerde naar een moralist. Maar iets van beide was er van begin af aan al. Darwins uitleg van het selectiemechanisme liet namelijk zowel een laisser-faire- houding toe, als een actieve bemoeienis met politiek: een lezer van 'Het ontstaan der soorten' kon zijn vertrouwen nog stellen in de wrede maar vanzelfsprekende wijze waarop de natuur opruiming hield onder de zieken en zwakken, maar in het twaalf jaar later verschenen 'De afstamming van de mens' uitte Darwin ernstige bezorgdheid over het functioneren van de sociale selectie in een maatschappij die met allerlei wetgeving de minst bedeelden beschermt. De zelfbeheersing van de elite wordt zo tot een nadeel. ,,De onnadenkende, ontaarde en dikwijls kwaadaardige leden van de maatschappij vertonen de neiging sneller toe te nemen dan de voorzichtige en in het algemeen deugdzame leden.'

Voor de welwillende mensen die Darwin altijd als een kampioen van verlichting en humanisme hebben vereerd, is het moeilijk te geloven, maar Hermans laat er geen twijfel over bestaan dat de kern van een aantal onaangename opvattingen over wie wel en wie niet mag bestaan, al bij Darwin zelf is te vinden.

In enkele gevallen heeft hij zijn sympathie laten blijken voor de krasse voorstellen die sociaal-darwinisten her en der deden om aan het alarmerende verval van de beschaving en eind te maken. Het was een bont gezelschap, de sociaal-darwinisten, en Hermans heeft er veel werk aan de grootste gemene deler te vinden. Het gevaar van een, overigens bekwaam gepenseelde, portrettengalerij van eminent Victorians is aanwezig, en dus maakt de schrijver met enige regelmaat de rekening op van wat er nou nog sociaal-darwinistisch mag heten.

Die geheugensteuntjes lijken soms overbodig, maar ze maken het klinkklaar dat de hoop op de voortschrijdende beschaving en het vertrouwen in de natuurwetten gedurende het hele beschreven tijdvak op gespannen voet met elkaar stonden. Met de mond beleden de sociaal-darwinisten dat de westerse blanke upper class het ongeëvenaarde hoogtepunt van de evolutie vormde, maar met angst en beven zagen zij om zich heen naar de lagere rassen en klassen die zich in liederlijkheid wentelden.

Toch vonden de meeste eugenetische (=rasveredeling beogende) aanbevelingen die Hermans de revue laat passeren nog in een min of meer burgerlijk kader plaats. Pas na de Eerste Wereldoorlog losten de fascisten de tegenspraak op in het voordeel van de barbarij. Sindsdien is sociaal-darwinisme ook een besmette term.

Hermans haalt een aantal belangrijke figuren en theorieën uit het verdomhoekje waarin zij lange tijd hebben gestaan. Hij doet dat soms met een omzichtigheid die aan wijdlopigheid grenst. De wind waait inmiddels wéér uit een hoek waarin het recht van de sterkste menigeen een goed idee lijkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden