BoekrecensieNatuurdagboek

Dara McAnulty is een natuurjongen met een missie

null Beeld
Beeld

De 14-jarige autistische Dara McAnulty komt in zijn natuurdagboek vanuit de schaduw steeds meer in het licht te staan.

Dagboeken schrijf je altijd voor een ander betoogde de onvolprezen Patricia De Martelaere ooit, ook als ze geheim zijn. Het geheime dagboek dat slordig werd verstopt vráágt erom gevonden te worden én gelezen. Door die ex bijvoorbeeld die na lezing ervan tot inzicht komt en terugkeert bij de geliefde die zo bruut verlaten werd. Ook de dagboekschrijver die niet de stiekeme hoop heeft nu of in de toekomst gelezen en begrepen te worden, schrijft voor of aan een imaginaire lezer. Je toekomstige ik bijvoorbeeld. Het puberdagboek roept niet alleen zo bén ik, maar ook – nu al – zo wás ik, laat ik dat niet vergeten, want dit ben ik echt. Dagboek van een natuurjongen van Dara McAnulty is een puberdagboek – veertien is McAnulty als hij dit bijhoudt – en toch ook niet.

Hoogbegaafde autist

De Noord-Ierse McAnulty is dan ook geen gewone puber. Hij is een hoogbegaafde autist die ‘gevangen in suburbia’ tot rust en leven komt in de natuur – hét medicijn tegen een overactief brein. Hij wordt geplaagd door angsten, op school werd hij gepest, maar in het weekend trekken hij en zijn familie naar plekken die ze tot hun eigen ‘speeltuin’ rekenen. Zo spot hij in het Big Dog Forest klein hoefblad, ‘explosies van zon uit de opengebarsten grond’ waar de veldhommels zich begerig aan tegoed doen. Het zijn de eerste stuifmeelplanten, weet hij, en ongelooflijk belangrijk voor de biodiversiteit; iedereen zou een stukje in de tuin moeten laten verwilderen voor dit soort planten. Hij kan zichzelf zijn tussen de planten en de dieren, een berg op rennen, op de grond gaan liggen als hij wil, een pissebed op zijn huid voelen kriebelen. Heerlijk vind hij dat. ‘Niet eens vanwege het contact dat ik dan voel, maar om de nieuwsgierigheid die het bevredigt.’

Als hij geluk heeft zijn er blauwe kiekendieven of hij kan, vanaf de heuveltop, de eerste wilde zwanen op het meer zien dobberen. En zien is ook echt zien, zó goed kijken dat hij er nadien over kan schrijven, of door te schrijven beseft wat hij heeft gezien. Zo creëert hij, ook als de natuur afwezig is, door middel van de taal verbinding met de wereld om hem heen. Zijn binnenste ontploft als hij op zijn kamer terugdenkt aan die wolk van zweefvliegen boven de lisdodden, en hij koestert de woorden die hem in staat stellen het allemaal nog een keer te voelen.

Dara McAnulty Beeld Kate Peters
Dara McAnultyBeeld Kate Peters

Verbinding, daar gaat het McAnulty om, niet alleen met de wereld, de natuur, maar ook met het verleden zoals dat spreekt uit volksverhalen en folklore die, zo begrijpt hij, door het vreemde en ontheemde zijn geïnspireerd. Zijn diep doorvoelde, zintuiglijke, ervaringen en schrijvers als Homerus, Oscar Wilde, Edward Thomas en Seamus Heaney – hij heeft ze allemaal gelezen – helpen hem een brug te slaan naar die ene gevaarlijke diersoort waar McAnulty het zo zwaar mee heeft: de mens. Het hele gezin trouwens worstelt ermee. Ze zijn allemaal autistisch, ‘behalve pap: hij is het buitenbeentje’.

Het is die sterke band met zijn familie, ‘hecht als otters’, waar McAnulty kracht uit put én kennis, ook over zichzelf. Van jongs af aan heeft hij geleerd om om te gaan met zijn gebreken en te genieten van zijn zintuiglijk vermogen één te zijn met de natuur. Een zeehond zou hij willen zijn. ‘Niet alleen ­kunnen ze van zonsopkomst tot zonsondergang op de rotsen liggen, ze hoeven ook maar één grote beweging te maken om zich in de donkere diepte te storten op zoek naar voedsel.’ Maar McAnulty is een mens, eentje met een missie zelfs. Een persoonlijke missie: ‘tegen andere mensen praten, interactie hebben’ al was het maar om ook aan zijn maatschappelijke missie, de wereld redden, gehoor te geven. Nee, McAnulty schrijft dit natuurdagboek niet louter voor zichzelf, maar voor een publiek, een groot publiek zelfs dat moet voorkomen dat soorten uitsterven en de aarde nog verder opwarmt. En juist daarin zit ook het puberale van zijn schrijven.

Gewone puber

In de herfst van dit dagboek dat een jaar ­beslaat, van de lente tot en met de volgende lente, waarin hij vijftien wordt, begint hij zich af te vragen of hij wel de juiste keuzes maakt. Moet hij naar school gaan, studeren, vogels ringen, kennis vergaren, of juist ­spijbelen en staken, zoals Greta Thunberg doet? Het is die hartstochtelijke ambitie en die vertwijfeling, en zelfs dat vleugje jaloezie dat ik ten aanzien van Thunberg bespeurde, die van McAnulty een gewone puber maken. Zo eentje die de schaduw zoekt en steeds meer in het licht komt te staan. Een jongen die gedichten schrijft met zinnen als: ‘Groei om de groei, het moet ophouden./ Zal mijn generatie het recht zien / Opkomen?’

Daar is geen woord autisme bij.

Dagboek van een natuurjongen Beeld
Dagboek van een natuurjongen

Dara McAnulty
Dagboek van een natuurjongen
Vert. Annemie de Vries. Balans; 256 blz. € 22,99

Lees ook:

Judith Visser groeide op met autisme: ‘Ik ben de gelukkigste kluizenaar ter ­wereld’

In haar nieuwe autobiografische roman ‘Zondagsleven’ vertelt Judith Visser op invoelbare en eerlijke wijze over leven met autisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden