Opinie

Dansers in een aquarium vol wonderolie

Hersenklievend gedreun doorsnijdt het pauze-geroezemoes na afloop van Jiri Kylians 'Bella Figura' (1995). Nog nagenietend van de vlinderachtige voeten, rode crinolines en ontblote bovenlijven probeert het publiek van het Nederlands Danstheater die geluidsterreur te negeren.

Onverschillig wordt ook gereageerd op de jongeman die tussen de mensen slungelachtig over zijn zwarte schoenen strompelt of op vier meisjes die zich met een nietszeggend clip-dansje sierlijk tussen het publiek persen. Pas terug in de zaal wordt het duidelijk: het ballet 'Wenn wir uns begegnen' van Regina van Berkel is al in de pauze begonnen. Het is de eerste verwijzing naar de grote invloed van William Forsythe op deze Nederlandse danseres, die in 1998 bij het Holland Dance Festival als choreografe debuteerde en direct de Zilveren Dansprijs ontving.

Uit alle theaterhoeken komen op het onmetelijk ogende witte dansvlak dansers bijeen, zestien in totaal. Zij vormen een paars, blauw, groen, oranje baaierd van draaiende en flitsende ledematen, kolkend als zeeschuim rond een grote driehoek, een soort zeil waarvan alleen de onderste punt de grond raakt. Onder oorverdovende teringherrie zoeken de mensen ondertussen hun zitplaatsen. Pas als het zaallicht dooft stuiven de zestien dansers weer uiteen, niet meer als schuim maar als olie waarin het zonlicht weerkaatst. Een kompas voor hun razendsnelle wendingen lijkt te ontbreken. Telkens vormen ze nieuwe groepen of spetteren ze los in solo's of duetten. Dan weer bevriezen zij in poses, als een onontwarbare kluwen, waarin zij elkaar een uitstekende hand, een woest opzwiepend bovenlijf of een wegtollende draai bieden.

Het lawaai zwelt sinister aan, maar soms tinkelt en ruist het ook zachtjes en harmonieus, terwijl op de witte driehoek projecties van lucht, water en vuur een verwrongen wanorde suggereren. Regina van Berkel legt haar ex-collega's van het NDT het vuur na aan de schenen en houdt de teugels strak in dat opzwepen en benutten van hun virtuositeit. Ruim veertig minuten lang houden de dansers als een zwerm exotische vissen de aandacht gevangen, in een alternatief aquarium vol danstechnische wonderolie.

Echt contact is de toeschouwers niet vergund, misschien omdat hart en hersenen daarvoor teveel signalen tegelijk te verwerken krijgen. Nu eens laten zij hun dans swingend en speels als een videoclip zijn, dan weer vormen zij een knap gemonteerde film over de ongrijpbare schoonheid onder of vlak boven de zeespiegel. Hoe kunstig ook, de ontmoeting wil maar geen vlam vatten. Al het waanzinnige gedoe met superieure vormgeving verwijst wel telkens naar de magie die Forsythe aan zijn dansers ontlokt, maar bij Van Berkel ontbreekt die dwingende kracht.

Mocht ze meer dan haar beheersing van vorm en ruimte willen overdragen, dan komt die aap pas laat uit de mouw. Aan het eind van 'Wenn wir uns begegnen' laat Van Berkel de strompeldanser uit de foyer op het toneel verschijnen: een ogenschijnlijke stoorzender, die als enige de afstandelijk gebleven contactpogingen doorbreekt. Aan één van de danseressen ontlokt hij de noodkreet 'Look Out!', een scheurtje in de glazen aquariumwand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden