Rowwen Hèze frontman Jack Poels.

InterviewJack Poels

Dankzij een blauw veertje schreef Jack Poels van Rowwen Hèze na 35 jaar zijn eerste soloplaat

Rowwen Hèze frontman Jack Poels.Beeld Laurens Eggen

Na 35 jaar en 23 albums met Rowwen Hèze presenteert zanger Jack Poels dan eindelijk zijn solodebuut: ‘Blauwe Vear’. ‘Zo’n soloplaat is een medicijn bijna. Ik heb dat wel nodig. Dat voel ik nu.’

 Voor Jack Poels is schrijven het fijnste wat er is. “Daarvoor heb ik rust ­nodig, maar die heb ik bijna nooit. Maar nu, echt, ik weet haast niet wat er met me gebeurt. Ik schrijf bijna elke dag een liedje.” Thuis in het Limburgse dorp America hoeft hij geen nette blouse aan te trekken, zijn haar niet naar achteren te kammen in Elviscoupe. Dagen aaneen zit de frontman van Rowwen Hèze in zijn joggingpak aan tafel te schrijven.

Alle stress viel van zijn schouders nadat de 62-jarige zanger de drie drukste maanden van zijn leven in rook op zag gaan. “De agenda stond helemaal vol met optredens van Rowwen Hèze en mijn eerste soloplaat. En ineens, poef… ineens was alles weg door de coronacrisis. De aanleiding is niet goed, niet fijn, maar het werkt echt louterend voor mij. Dit is ­ultiem.”

Al 35 jaar, sinds de oprichting van Rowwen Hèze, zeuren mensen aan Poels hoofd of het niet tijd wordt voor een solocarrière. Zeker na het hitje ‘Bestel Mar’ was het volgens platenlabel CNR Records de hoogste tijd. Maar Poels heeft ‘dat bandje’ waarmee hij inmiddels 23 ­albums opnam gewoon nodig. “Ik ben wel een beetje een loner, maar ik gedij juist ook goed bij een groep.”

Toch speelde ook Poels al tientallen jaren met het idee van een soloplaat, naar het voorbeeld van Johnny Cash en zijn akoestische ­album ‘American Recordings’ uit 1994. “Maar steeds kwam er iets tussen. Een theatershow. Of er moesten weer liedjes voor Rowwen Hèze komen. En tja, dat is de eigen familie, dus daar gaan de liedjes heen. Maar na onze laatste plaat ‘Voorwaartsch’ had ik wat liedjes over en toen dacht ik: nú is het moment.”

Vlaamse gaai

Alles begon met een blauwe veer. Of eigenlijk met het vertrek van zijn zoon Jan voor vijf maanden naar Zuid-Korea, voor zijn studie. “We hadden afscheid genomen op een zondagavond in augustus. We zaten bij ons in de ­achtertuin nog wat biertjes te drinken, ik ­probeerde een bemoedigende man te zijn en vooral niet al te dramatisch te doen over zijn vertrek. Dat heb ik volgehouden tot Jan wuifde” – hij zet een stem op – “‘Nou, doei pap! Tot ziens!’

“Nou, toen was ik gesloopt. En ik bleef een beetje in die sombere bui hangen: een zwarte wolk. Vooral die dag erna. We liepen door het bos, het was regenachtig, miezerig, grijs, grijs en nog eens grijs. Tot ik in een modderpoel die metallic blauwe veer zag liggen van een Vlaamse gaai. “Dat was werkelijk zo’n intens moment. Ik dacht: fuck, Jan hangt nu in zo’n blauwe Boeing in de lucht, onderweg naar Korea. En ik vind hier dit blauwe veertje. Daarna was er geen houden meer aan. Ik kreeg aan de ­lopende band beelden in mijn hoofd. Dat zijn uiteindelijk allemaal liedjes geworden. Dat is wat die blauwe veer heeft gedaan.”

Poels zingt op titelnummer ‘Blauwe Vear’ met die warme, rokerige stem in Noord-Limburgs dialect: “Ik loat ‘m los straks in de wind. Als alles heer wir is bedaard. Als geej wir thoesgekome bint.”

In de koelkast

Zo is het schrijven van liedjes voor hem ook een ‘wanhopige poging om controle te houden’. Toen Rowwen Hèze voor het eerst naar het Amerikaanse Austin vloog, schreef Poels de aanzet tot ‘Auto, Vleegtuug’.

“Dat nummer zette ik in de koelkast en ik haalde het er pas weer uit toen we terugkwamen in het dorp. Dat was voor mezelf een soort bezwering: die reis moet goed gaan, want ik moet dat liedje ooit nog afmaken.

Beeld Laurens Eggen

“En zo heb ik dat ook met deze hele soloplaat gedaan. Ik zei tegen Jan: als jij terug bent, dan is-ie klaar. En dat heb ik ook waar kunnen maken. Hij is terug en studeert weer in Tilburg.”

Poels zingt over de ganzen die naar het zuiden trekken. En over kersenbloesem, een verlangen naar de lente. Maar ook over zijn vliegangst waar hij vroeger mee kampte en over strafregels schrijven op de basisschool. Kortom, melancholie. “Ik schrijf om mezelf weer wat vrolijkheid of troost te brengen. ­Eigenlijk gaat het altijd zo.”

Zweterige blote basten

Hij heeft zo zijn eigen Limburgse dialect ontwikkeld. Dat zorgt nog weleens voor strijd in het dorp. “Het dialect waarin ik schrijf, daar klopt niks van. Ik doe alles fout. Praoten bijvoorbeeld, dat moet ik met ao schrijven. Maar ik hoor toch eerst een o? Net als blauwe vaer. Daar hoor ik ook eerst een e en niet een a. Maar ik krijg dat hier in het dorp niet uitgelegd en zij ook niet aan mij, haha!”

Hij houdt de liedjes klein met een akoestische gitaar en af en toe een mandoline erbij of de slidegitaar van Bart-Jan Baartmans. Zo is het een americanaplaat uit het Limburgse America geworden. En dus géén polka’s, Ierse folk en texmex zoals we die kennen van Rowwen Hèze, met een melancholieke accordeon en vrolijke trompet.

En dus ook géén broeierige feesttent, ­gesmijt met plastic bekers vol bier, zweterige blote basten die tegen elkaar opbotsen in moshpits en meebrullen met: “Het is een kwestie van geduld, rustig wachten op de dag, dat heel Holland Limburgs lult.”

“Het is zeker breekbaarder”, zegt Poels. Hij maakt zich groot. “Met Rowwen Hèze sta ik wijdbeens op het podium, een beetje zoals Lemmy van heavymetalband Motörhead. Deze soloplaat is haast het tegenovergestelde. Op het podium zullen we alle drie op een stoel zitten, Jan Hendriks van Doe Maar, gitarist Bart-Jan Baartmans en ik. Dat is een heel ­relaxt vooruitzicht.

“En Bart-Jan heeft mij geleerd niet omhoog te zingen met de kin, maar naar vóren. Dan gaat alles openstaan. Mijn stem klinkt anders. In die zin heb ik er technisch ook wat van ­opgestoken.”

Klotebandje

Alles moest altijd wijken voor het ‘klotebandje’ Rowwen Hèze, zei hij jaren geleden eens in een interview. Banen. Relaties. “Ja, die periode was zo extreem druk, waardoor je ­geleefd wordt door de band. Maar het is ook niet helemaal fair om de band daarvan de schuld te geven, ik ben zelf de aanjager, ik wil het ook graag.

Jack Poels met Rowwen Hèze tijdens de vijftigste editie van Pinkpop in 2019.Beeld Maarten Hartman

“Maar die soloplaat moest er wel ooit van komen. Als ik alles rond dat klotebandje – zo noemen we dat nu niet meer – goed wil blijven doen, dan heb ik dit wel nodig. Dat voel ik nu. Zo’n soloplaat is een medicijn bijna.”

Stiekem denkt Poels al aan een tweede ­soloplaat. “Ik ben zó fijn aan het schrijven. Het gaat maar door met de liedjes. En die ­dagen in de studio voor ‘Blauwe Vear’ met Bart-Jan, dat heb ik eigenlijk nog nooit zo heerlijk meegemaakt, zo organisch.”

Zonder bemoeienis van producers, van bandleden. Gewoon prutsen aan muziek. Een gitaartje hier. Een mandoline daar. “Je zit nergens aan vast. Dat is een bevrijding in alle ­opzichten. Al zou ik die tweede plaat uiteindelijk niet eens uitbrengen, of het zou een flop worden, dat proces van liedjes opnemen zou ik mezelf gewoon opnieuw cadeau moeten doen. Egaal wat ermee gebeurt.”

Lees ook: 

Pinkpop vierde haar jubileum met een feest vol nostalgie

De vijftigste editie van Pinkpop was een nostalgisch feest, met vooral Nederlandse artiesten als Golden Earring, Anouk en Krezip. Het festival ontbeerde échte headliners op haar jubileum - al werd dat door het afsluitende Fleetwood Mac ruimschoots goedgemaakt.

Nederlandstalige muziek is hot. Pardon, heet. Hoe kan dat?

Zingen in de Nederlandse taal? Dat deden vroeger vooral volkszangers en kleinkunstenaars, geen popartiesten. Maar het Nederlands is in opmars, blijkt op popfestival Eurosonic/Noorderslag in Groningen. Maar liefst veertig procent zingt in de moerstaal. ‘In het Engels gaat er toch iets verloren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden