InterviewRonelda Kamfer

‘Dankzij Dostojevski kon ik ontsnappen aan mijn jeugd’

Ronelda Kamfer: ‘Mijn moeder zorgde ervoor dat ik niet over het misbruik  van mijn vader sprak'. Beeld Hollandse Hoogte / Joost van den Broek
Ronelda Kamfer: ‘Mijn moeder zorgde ervoor dat ik niet over het misbruik van mijn vader sprak'.Beeld Hollandse Hoogte / Joost van den Broek

In haar nieuwe bundel schrijft de Zuid-Afrikaanse dichter Ronelda Kamfer over haar vader, een horrible man. ‘Door te lezen kan ik ontsnappen aan een slechte wereld.’

Een jaar of wat geleden verbleef dichter Ronelda S. Kamfer als writer in residence in Amsterdam. Ze herinnert zich hoe verbaasd ze was, toen ze zag dat vrouwen er ’s avonds alleen over straat liepen. “Ik dacht: ‘Wat doen die vrouwen? Dat kan toch niet zomaar!’” Op je hoede zijn, de Zuid-Afrikaanse Kamfer weet niet beter. Ze bracht haar jeugd door bij haar grootouders, in een landelijk gelegen dorpje buiten Kaapstad. Ze was een jaar of twaalf toen ze bij haar ouders ging wonen, in de Cape Flats, de ruige buitenwijken van Kaapstad, waar een maandagochtend er zo uit kon zien:

‘tegen de eerste pauze was er een lijk in de Skoolstraat / een miskraam in mijn klas’

Het zijn regels uit Noudat slapende honde, Kamfers indringende poëziedebuut uit 2008, dat op nuchtere toon een genadeloos beeld schetst van een leven in armoede – ‘mijn T-shirts waren oversized/ omdat ze uit de afvalbakken van witte mensen/ kwamen’ – in een buurt die zo gevaarlijk was, dat zelfs de pizzabezorger er niet wilde komen.

De Westkaap heeft Kamfer inmiddels verruild voor het rustige Grahamstown. En al haalt elke inbraak daar nog steeds de lokale krant, het gevaar is onder haar huid gekropen. Ze is zich er altijd van bewust. “Vrouwen zijn kwetsbaar. Zeker in Zuid-Afrika. Verkrachting is aan de orde van de dag. Als ik de deur uitga, zorg ik altijd dat mijn locatie aanstaat. Tegen mijn man zeg ik waar ik naartoe ga en hoelang ik weg ben. Als ik niet op tijd thuis ben, belt hij me. En omgekeerd doe ik dat ook. We letten op elkaar. Die abnormale situatie is voor ons normaal geworden.”

Behalve in haar eigen land, maakte haar werk ook in Nederland indruk: Na Nu de slapende honden volgde Santenkraam (2012), met overgeleverde verhalen in poëzie van een vissersdorpje dat onder de apartheid plaats moest maken voor een militair oefenterrein. En Mammie (2017), een pijnlijke en liefdevolle ode aan haar overleden moeder en aan de vrouwen van haar generatie. Recent verscheen Chinatown, net als het andere werk spot on vertaald door Alfred Schaffer, die dit jaar de P.C. Hooftprijs kreeg. Kamfer, lachend: “Daar schep ik natuurlijk graag over op!”

Chinatown is opnieuw een bundel als een vuistslag, met dit keer een belangrijke rol voor de vader. Kamfer noemt hem een horrible man. Ze heeft op dit moment geen contact.

Waarom wilde u over hem schrijven?

“Dat wilde ik al heel lang. Al wilde ik niet alleen over mijn eigen vader schrijven, maar ook over de maatschappij die zijn gedrag in stand hield. Mijn vader was heel gewelddadig. Als je als kind in een huis woont met iemand die jou misbruikt, is dat extreem moeilijk. En als diezelfde persoon ook zorgt voor jouw eten, het dak boven je hoofd, dan creëert dat ook nog eens een enorme gespletenheid in jou als slachtoffer. Veel vrouwen, veel slachtoffers van seksueel geweld worstelen daarmee.

Ik ontwikkelde een enorme zelfhaat, werd zelfdes­tructief, dronk, gebruikte drugs, verweet mezelf dat mijn vader deed wat hij deed en zei wat hij zei. De psychologische impact daarvan kun je alleen onderzoeken als je die omgeving verlaat. In mijn werk probeer ik de focus te leggen op de onnatuurlijkheid van dat gedrag.”

Kamfer belandde destijds vanwege haar zelfdestructieve gedrag in een afkickkliniek. “Mijn ouders kwamen elke zondag op bezoek. Om iets te doen, gingen we dan naar Chinatown, een kleine shopping mall, naast de kliniek. Ik haatte die uitjes. Daar zaten we, een disfunctioneel gezin dat in een fake place deed alsof er niks aan de hand was. Zo was Chinatown, een plek waar je kunt doen alsof dingen normaal zijn die dat niet zijn.”

‘mijn vader is als een Roman Polanski /omringd door oude mannen die jong bloed ruiken // draai ik me om en vraag et tu Pa? / zijn favoriete bestemming is Chinatown / want hij voelt zich thuis bij de nepweelde de glimmende troep / die pijn aan je ogen doet en de geur van nutteloosheid’

Kamfer schrijft met een ogenschijnlijke nonchalance, zonder opsmuk, met humor. In gedichten waarin elk woord geladen is, toont ze de wereld waarin zij opgroeide, waarin zoveel kinderen als zij opgroeien. Melodrama zou eenvoudig binnen kunnen sluipen, maar Kamfer houdt het op afstand.

Hoe blijft uw poëzie zo beheerst?

“Door de taal waarin ik schrijf, denk ik. Wat en hoe ik schrijf is een combinatie van al mijn ervaringen en culturele referenties, en die zijn niet erg gebruikelijk in poëzie in het Afrikaans. Ik schrijf in het Kaaps-Afrikaans. Het is Afrikaans zoals ik het spreek, er is Engels in vervlochten, en straattaal. Het is anders dan het Standaard-Afrikaans. Het Afrikaans in de poëzie die ik las, was de taal van de rijke, witte man. Daarin herkende ik mezelf niet. Ik wil laten zien dat Kaaps-Afrikaans geen minderwaardige taal is. Dat die zich leent voor filosofische gedachten, dat je er poëzie in kunt schrijven.”

In Chinatown probeert Kamfer niet alleen haar vader, de Zuid-Afrikaanse man, te doorgronden. Ze kijkt ook naar de rol van de vrouw, naar de moeders.

Uw bundel kreeg een motto van Winnie Mandela: ‘De meerderheid van de vrouwen accepteert het patriarchale systeem klakkeloos en be­schermt het zelfs (…)’. Kunt u dat uitleggen?

“Moeders en echtgenotes ‘helpen’ de door mannen gedomineerde cultuur in stand te houden, doordat ze hun eigen ‘stille lijden’ vaak doorgeven aan hun kinderen. Ze zorgen ervoor dat hun dochters niet over misbruik en geweld praten. Mijn moeder deed dat. Ze was een stille vrouw, we praatten nergens over. Ze nam het niet voor me op als een tante iets zei over mijn haar, als de buurvrouw iets zei over mijn gedrag. Ze beschermde me niet. Ze wist niet beter, zo was het haar geleerd: je ondergaat wat je meemaakt en zwijgt erover.”

‘Als een hashtag potentiële daders doet terugdeinzen om een verschrikkelijk mens te worden, des te beter.’ Beeld Hollandse Hoogte / Joost van den Broek
‘Als een hashtag potentiële daders doet terugdeinzen om een verschrikkelijk mens te worden, des te beter.’Beeld Hollandse Hoogte / Joost van den Broek

In een van haar gedichten schrijft Kamfer hoe ze eens een brief over haar vaders gedrag in de tas van haar moeder frommelde. Ze hoopte daarmee de situatie te veranderen. Het leek effect te hebben: ‘ze zegt ik heb hem de wind van voren gegeven/ ze probeert zacht of gevoelig te zijn/ ze zegt hij zal niet meer aan je zitten/ ik heb hem gewoon op de man af gevraagd/ wil jij je eigen kind neuken’

Werd met die brief het stilzwijgen doorbroken?

“Even voelde ik me opgelucht, maar al snel realiseerde ik me dat de manier waarop mijn moeder het aanpakte, betekende dat er niets zou veranderen. Niemand zou mij uit deze situatie halen. Steeds werd er gedaan of ík hysterisch was, dat maakte me murw. Dus zoals zoveel kinderen doen in misbruiksituaties: ik internaliseerde alles.”

Inmiddels staan wereldwijd vrouwen op tegen seksueel misbruik. Hoe kijkt u naar #MeToo?

“Eigenlijk vind ik elke nieuwe beweging gevaarlijk, omdat bewegingen weer overgaan. Dus ik probeer niet te enthousiast te zijn. Maar eindelijk slaan vrouwen de handen ineen, om zich uit te spreken over hun ervaringen met seksueel geweld. Ook in landen waar je het niet zo snel zou hebben verwacht. Als een hashtag potentiële daders doet terugdeinzen om een verschrikkelijk mens te worden, des te beter.”

‘mijn gedichten zijn niet voor feministen/ mijn gedichten zijn voor de vrouwen in de keuken/ mijn gedichten zijn voor de zwarte en bruine jochies/ in een klas vol witte kinderen’.

U hoopt dat vrouwen het stilzwijgen doorbreken, maar over het feminisme klinkt u sceptisch?

“De meest feministische vrouwen die ik ken, zijn vrouwen die niet zijn opgeleid, maar die wel het hoofd van een huishouden zijn, kostwinner zijn. Ze hebben allemaal rollen die je feministisch zou kunnen noemen, maar worden ze ook zo gezien? Wat deed het feminisme voor mijn moeder die schoonmaakster was? Ik ben niet sceptisch, maar de geschiedenis heeft geleerd dat veel bewegingen gemarginaliseerde groepen buitensloten. Daar lever ik kritiek op.”

Kamfers moeder was dan een stille vrouw, die met schoonmaakwerk de eindjes aan elkaar knoopte, ze bracht ook een nieuwe wereld de Cape Flats binnen. Die van de literatuur waarin de jonge Ronelda kon vluchten. “Als er mensen verhuisden in het bejaardentehuis waar mijn moeder werkte, mocht zij vaak de boeken meenemen. En in de verschrikkelijke buurt waar ik woonde, was ook een prachtige bibliotheek. Lezen heeft me gered. Dankzij de Russen, dankzij Dostojevski wist ik: ‘Oké ik woon in een slechte wereld, maar door te lezen kan ik daaruit ontsnappen’. En later was er mijn man, en we kregen een dochter. En nu voel ik dat er mensen zijn die om me geven. Mijn man en ik overleefden het getto. We willen dat onze dochter zich gesteund voelt, dat zij zich kan uiten op een manier die wij nooit konden.”

U zegt ‘overleefden’, in Chinatown klinkt u venijnig als dat woord valt?

Surviving things is een idioot concept. Het suggereert dat wie niet uit het getto kwam, wel iets fout zal hebben gedaan. Het geweld, misbruik, de Cape Flats achter je laten is niet iets om trots op te zijn. De situatie had om te beginnen nooit zo mogen zijn.”

Hoopt u dat uw werk iets verandert in de manier waarop vrouwen behandeld worden?

“Ik hoef de maatschappij niet te veranderen. Ik heb ook niet de illusie dat dat kan: James Baldwin, Toni Morrison en zoveel andere schrijvers, wat zij meemaakten, waar zij over schreven, het gebeurt nog steeds. Wel hoop ik dat vrouwen, mensen die iets soortgelijks als ik meemaken hun mond opendoen, net zolang tot daders zich ongemakkelijk voelen.

“Ik heb me vaak afgevraagd wat mij als zestienjarige die de allerslechtste dingen over zichzelf dacht, geholpen zou hebben. Het had verschil gemaakt als iemand had gezegd: hou vast aan dat kleine beetje zelf dat je wel leuk vindt. Ik hoop dat mijn werk voor iemand zo’n klein beetje houvast kan zijn. Dat iemand, al is het er maar één, die slachtoffer is van seksueel geweld denkt: ‘Oké, als zij eruit is gekomen, dan lukt het mij misschien ook’.”

De deur van de kamer gaat open. Een negenjarig meisje komt kijken waar haar moeder blijft. Kamfer: “Ik heb beloofd dat ik zo een computerspelletje met haar ga spelen. Getting killed in games, haha!”

null Beeld

Ronelda S. Kamfer
Chinatown
Vert. Alfred Schaffer. Tweetalige uitgave.
Podium; 112 blz. € 22,99

Ronelda Sonnet Kamfer (Kaapstad, 1981) wordt gezien als een van de belangrijke Zuid-Afrikaanse dichters van haar generatie. Ze begon al jong met schrijven, daartoe onder anderen gestimuleerd door Antjie Krog, van wie ze les kreeg.

In 2008 verscheen haar debuut Noudat slapende honde, waarvoor ze de Eugène Marais-prijs ontving. De bundel verscheen in 2010 in het Nederlands, in vertaling van dichter Alfred Schaffer, die ook Santenkraam (2012) en Mammie (2017) vertaalde.

Kamfer zal in juni online optreden tijdens het Poetry International Festival.

Ze woont in Grahamstown met haar man, schrijver Nathan Trantraal, en hun dochter. Chinatown is Kamfers vierde dichtbundel.

Contra 30

my nefie sit en speel Contra 30

op sy TV game in die voorhuis

my pa hardloop in die gang af

my ma sleep haar voete stadig agterna

ek staan in die kombuis

my ma loop verby

die reuk van garlic volg

haar sy kom terug en skuif die krale

wat in die kombuis-entrance hang

uit die pad uit

ek het met hom gepraat

sy wys my die opgefrommelde brief

wat ek vroegoggend in haar sak gesit het

ek kyk nie op nie

sy sê ek het baie hard met hom gepraat

sy try om sag of sensitief te wees

sy sê hy sal nie weer aan jou vat nie

ek het hom sommer reguit gevra

wil jy jou eie kind opklim

ek sug en sê okay

my pa kom in die kombuis

soos ’n kind wat suiker gesteel het

hy sê sorry alles wat jy mos nou sê

is die waarheid as jy so sê

ek stap verby hom sonder om om te kyk

ek gaan sit in die voorhuis en kyk my nefie

wat Contra 30 speel

hy kom elke keer net halfway deur

die eerste stage voor hy sy dertig lewens verloor

dan moet hy weer van voor af begin

Contra 30

mijn neefje speelt Contra 30

op de televisie in het voorhuis

mijn vader rent de gang door

mijn moeder sloft erachteraan

ik sta in de keuken

mijn moeder loopt voorbij

gevolgd door de geur van knoflook

ze komt terug en schuift de kralen

voor de opening naar de keuken

aan de kant

ik heb met hem gepraat

ze laat de verfrommelde brief zien

die ik vanochtend vroeg in haar handtas heb gestopt

ik kijk niet op

ze zegt ik heb hem de wind van voren gegeven

ze probeert zacht of gevoelig te zijn

ze zegt hij zal niet meer aan je zitten

ik heb hem gewoon op de man af gevraagd

wil jij je eigen kind neuken

ik zucht en zeg oké

mijn vader komt de keuken binnen

zoals een kind dat suiker heeft gejat

hij zegt sorry alles wat je nu zegt

is de waarheid als jij het zo zegt

ik loop langs hem heen zonder om te kijken

ik ga in het voorhuis zitten en kijk naar mijn neefje

dat Contra 30 speelt

hij komt elke keer maar tot de helft van

het eerste level voordat hij zijn dertig levens kwijt is

dan moet hij weer van voren af aan beginnen

Ronelda S. Kamfer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden