De Kraai

Daar staan we dan op verdieping tieneneenhalf

Beeld Sjoerd van Leeuwen

De regen klettert op de auto. De ruitenwissers zwaaien in hoog tempo. Het polderlandschap dat Amsterdam omringt, ligt er mistroostig bij. In de verte doemt de skyline op vanuit de regenmist. In een van de torenflats moeten we zijn.

We stoppen voor de deur - met tientallen postbussen - van een hoge galerijflat van veertien verdiepingen. De overledene is thuis opgebaard, in een appartement op elfhoog.

“Twee dragers zijn genoeg”, zeg ik als ik uitstap. “We gaan immers met de lift en de kist staat boven klaar op een rijdende baar.” De andere twee dragers wachten beneden bij de rouwauto. De regen is gestopt.

Ik loop om een grote plas heen en bel aan. De deur zoeft automatisch open. We stappen met een echtpaar dat staat te wachten de lift in. Halverwege ontdekken we dat we in de verkeerde lift zitten. We moeten naar de elfde. “Deze lift stopt alleen op de even verdiepingen”, zeg ik.

We besluiten uit te stappen op tienhoog en voor het laatste stukje de trap te nemen, maar een trap vinden we maar niet. “Hiernaartoe”, roept een van de dragers. Via een gangetje vinden we een deur naar buiten, maar die komt uit op de brandtrap. “Dan nemen we die toch voor een verdieping”, zegt de drager.

Brandtrap

Onder ons ligt de diepte. We stappen over het roosterwerk van de trap naar boven. Een verdieping hoger staan we voor een dichte deur en een verdieping lager óók. We duwen en trekken. “De deur gaat waarschijnlijk maar aan één kant open”, zegt de drager met een sip gezicht.

Beneden zien we de dragers naast de rouwauto staan. We roepen, maar ze horen niets. Ik kijk op mijn horloge. We moeten nu toch wel opschieten. Er is geen tijd meer om naar beneden te lopen en dan weer naar boven te gaan. Ik zet mijn vingers tussen mijn lippen. Een schel gefluit daalt tot beneden.

Twee voorbijkomende fietsers wijzen omhoog naar ons. Naar twee heren in zwart kostuum en een dame in donker mantelpak, verwaaid in de hoogte op een stalen brandtrap. Ze alarmeren de andere dragers.

De mannen kijken eindelijk naar boven. Met grote gebaren proberen we duidelijk te maken dat we opgesloten zitten. Minuten later worden we verlost.

Met vier dragers meld ik me bij de juiste deur. We strijken allemaal onze haren nog even glad. “Waar bleven jullie toch?” vraagt een inmiddels gestreste nabestaande. Ik pak haar hand. “Geen zorgen, we zullen op tijd zijn. We kennen nu de juiste weg naar beneden.”

Mickelle Haest is terug. In ‘De kraai’ tekent ze elke week de ervaringen op van een uitvaartverzorger of die van een verloskundige. Afleveringen van haar oude rubriek, ‘Laatste wens’, vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden