Review

Cultuur gaat fataal in de richting onbalans

Vier weken geleden besprak ik een boek van oud-ambassadeur Edy Korthals Altes, waarin deze pleitte voor spirituele vernieuwing, omdat er met onze hedendaagse cultuur iets fundamenteel mis is. De uitgever van dat boek, Damon, moet iets hebben met cultuurkritiek, want bij dezelfde uitgever verscheen ongeveer op hetzelfde moment nog een boek dat onze cultuur de wacht aanzegt. Dit keer van een oud-burgemeester, Jan A.C. van Burg, die in kritische intensiteit zeker niet voor de oud-ambassadeur onderdoet.

Jan Greven

Zag Korthals Altes het verdwijnend gevoel voor het transcendente als hoofdreden voor het ontsporen van de cultuur, Van Burg zoekt het in onevenwichtigheid van de cultuur zelf, waarmee hij bedoelt, dat de richting waarin onze cultuur zich ontwikkelt er één is van onbalans. Zowel het idee 'cultuurbalans' als het idee 'gerichtheid van de cultuur' ontleent Van Burg aan de historicus Huizinga. Huizinga vond dat cultuur altijd streven of gerichtheid inhield. Anderzijds onderstreepte hij het belang van evenwicht tussen de geestelijke en de stoffelijke waarden van een cultuur.

Anders dan Korthals Altes, die kerken en godsdiensten aansprak om zich in te zetten voor herbeleving van het transcendente, richt Van Burg zich vooral op overheid en politici. Deze tijd, zo stelt hij, schreeuwt om (politieke) beleidskeuzen met als belangrijkste keuze of de huidige Westerse ontwikkeling van overheersing van economie en technologie en de stelselmatige aanjaging van consumptie en begeerte moet worden voortgezet en verder bevorderd.

Het zal duidelijk zijn, dat Van Burg dit beschouwt als een retorische vraag. Hij wil het tegendeel: afremming van die ontwikkeling en een accentverschuiving met meer nadruk op de sociale, geestelijke, kunstzinnige en ook educatieve segmenten. Alleen dan wordt de balans in de ontwikkelingsrichting van de cultuur hersteld.

De enige instantie, die zo'n keus volgens Van Burg kan afdwingen is de overheid, die ook een klimaat kan bevorderen, waarbinnen bezinning op zin en grondslagen van het menszijn, cultuur en streven naar oude en nieuwe normen en waarden kan gedijen. Met dit pleidooi voor een actieve cultuurpolitiek grijpt Van Burg terug naar de godsdienstwetenschapper G. van der Leeuw, die als cultuurpoliticus zowel oog had voor de zakelijke voorwaarden van ons leven zowel als besef van de geestelijke zin. Beide moeten volgens Van der Leeuw terug te vinden zijn in de waarden die uiteindelijk richting geven aan de cultuur.

In de huidige cultuur constateert Van Burg een fatale eenzijdigheid, gesymboliseerd in de boodschap van de minister van economische zaken die ons 'als een hogepriester' voorhoudt: Consumeer, groei en be winner. Tegenover die waarden, stelt Van Burg de zijne: respect voor de natuur, zelfbeheersing, matiging, soberheid, duurzaamheid, bedachtzaamheid, betrouwbaarheid, integriteit, evenwicht tussen individu en gemeenschap, solidariteit en, ten slotte, rust.

Ergens in zijn boek citeert hij een ex-topman van bierbrouwer Grolsch, die zich afvraagt of het bij hem vroeger niet iets te veel om het geld gedraaid heeft. Van Burg voert hem graag als getuige à décharge op, maar merkt tegelijk wel op, dat de man in kwestie dat wel pas zegt als hij al een tijdje met pensioen is.

Zelf is hij op dat punt overigens ook niet helemaal brandschoon. Toen hij indertijd als socioloog werkzaam was bij de Stichting tot Ontwikkeling van de Komgrondengebieden zette ook hij zich naar eigen zeggen in voor een rationalisering en schaalvergroting van de landbouw. En ook als burgemeester van resp. Oude Pekela en Purmerend zal hij zich zonder twijfel hard gemaakt hebben voor ontwikkelingen, waarbij het economisch aspect met een hoofdletter geschreven werd.

Maar zijn pleidooi is te authentiek, te zeer ook gedragen door emotie om zijn boek te vergelijken met het pleidooi van een corpsstudent, die na in zijn actieve jaren ruim genoten te hebben, na zijn afstuderen pleit voor terughoudendheid in het alcoholgebruik ter sociëteit. Tegelijk, zo neem je ook hier waar, helpt het voor de ontwikkeling van bezonkenheid wel, als er enige afstand is tot de harde werkelijkheid van het dagelijks economisch en politiek bedrijf.

Van Burg beroept zich voor zijn boodschap op haast klassiek geworden leermeesters: Huizinga, Van der Leeuw, Banning, Dippel, en niet te vergeten Galbraith. Tegelijk kun je je bijvoorbeeld ten aanzien van Van der Leeuw afvragen of diens cultuurpolitieke opvattingen, hoe interessant en indertijd belangrijk ook, nog toepasbaar zijn. Moet een cultuur waar het economisch besef zo overheersend is als de onze niet in haar eigen, economische taal benaderd worden? Ook als het om niet-economische waarden gaat.

Meer en meer blijkt immers, Van Burg wijst daar zelf op, dat de verborgen kosten van onze eenzijdige economische ontwikkeling meer en meer op de consument/belastingbetaler worden afgewenteld. Of het nu gaat om de gevolgen van de mkz-ramp of om het mislukken van zo'n uit het lood geslagen economisch project als de privatisering van de Spoorwegen. De boodschap moet daarom niet alleen zijn, dat er evenwicht moet komen tussen economische en 'culturele' waarden, maar dat het economisch kortzichtig is om met die waarden geen rekening te houden. Je hoeft voor dat inzicht trouwens geen cultuurpoliticus te zijn. Iedere werker in de gezondheidszorg of bij de Spoorwegen, om maar bij die voorbeelden te blijven, kan het bevestigen. De verstoring van het evenwicht zit in de fatale eenzijdigheid van de economie zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden