Review

Cultureel hart Alkmaar krijgt allure

Om de hoek van de Oude Kerk in Alkmaar is de afgelopen jaren een klein cultureel eldorado gegroeid. Het ensemble omvat nieuwe onderkomens voor de bibliotheek, het Stedelijk Museum en het cultureel centrum Artiance en een verbouwing van theater De Vest. Het laatste onderdeel, het museum, opent vandaag officieel de deuren voor het publiek. Michel Tombal van het architectenbureau Mecanoo tekende voor het ontwerp. Voor de gevelpartij koos hij voor eenvoud en ingetogenheid in het aanschijn van de monumentale kerk.

Minimalisme wordt steeds meer een trend in de architectuur. Na jaren van compositiegevels -waarin bij voorkeur meer materiaalsoorten in duidelijk onderscheidbare vlakken worden gecombineerd- zijn we nu toe aan min of meer 'monochrome' wanden. Het componeren met vlakken (waaraan Mecanoo ook driftig meedeed) kun je beschouwen als een esthetische variant op de dynamische knip- en plakarchitectuur van de deconstructivisten. De recente voorkeur voor monochromie is weer terug te voeren op het werk van de Zwitsers Herzog & DeMeuron (bekend van de Tate Modern in Londen). Zij tonen aan hoe stijlvol het werken met één soort expressief materiaal is, dat een krachtige identiteit aan een object geeft.

Tombal heeft voor eenzelfde eenduidigheid gekozen in de aankleding van de gevelwand waarachter de bibliotheek, het museum en het cultureel centrum schuilgaan: een scherm van houten lamellen die een sterke, horizontale gelaagdheid aan de langgerekte pui geeft. Aan het Canadaplein is zo'n krachtig vlak ook hard nodig om weerspraak te kunnen geven aan de dominante zijgevel van de gotische kerk er haaks op. Het complex heeft een eigentijdse signatuur, terwijl de architect niet krampachtig moeite heeft gedaan om te concurreren met de 'natuurlijke' zeggingskracht van de kerk.

Bij de verbouwing van De Vest moest Tombal een kleine krachttoer uithalen om het theater aan het plein een gezicht te geven. De Vest is zo'n product van de jaren zestig met nisjes, portalen, afgeronde ramen en andere verkneuterende details. Zo'n wand strak trekken was geen simpele opgave. Uiteindelijk is gekozen voor gedeeltelijke sloop. De daadwerkelijke entree is nu een grote glazen doos, die je een blik gunt op de feestelijkheid van de ruimte erachter. Dit werkt verademend ten opzichte van de oude situatie. Niet langer treed je binnen in een soort grot, maar ervaar je een weidsheid die de foyer iets van grandeur geeft. Dit was ook de voornaamste opdracht voor de verbouwing: het theater opener en dus gastvrijer maken.

Dit is gelukt, al hinkt de voorgevel van De Vest wel heel erg op twee identiteiten. Strak en modern bij de entree en introvert en wollig in het rechterdeel waarin op de begane grond een nieuw café en op de bovenverdieping kantoren zitten. Het vervangen van de oude ramen in dit deel door pregnante aluminium profielen zorgt voor extra stilistische verwarring. Het maakt het ensemble van straatwanden rond het Canadaplein er niet homogener op.

Nu was homogeniteit hier toch al geen haalbare kaart, doordat de 'vierde wand' aan het plein bestaat uit een rijtje huizen in de dieptreurige stijl van de jaren zeventig: blinde muren, goedkope balkonnetjes en zielloze detaillering. Stadsvernieuwingsarchitectuur van de ergste soort. Opverven kan even soelaas bieden, maar de versteende treurigheid zal er niet mee verdwijnen.

Binnen de mogelijkheden heeft Tombal van het Canadaplein uiteindelijk toch een culturele plek met allure gemaakt. Bij gebouwen als een theater of een museum gaat het echter niet alleen om het exterieur, maar zeker ook om het interieur. Naast de nieuwe zaal zijn de veranderingen in De Vest vrij beperkt gebleven. De grote zaal voldeed bijvoorbeeld nog prima en is onberoerd gelaten. Het museum is een ander verhaal, dat is volledig nieuw.

Het Stedelijk Museum zat in een reeks van aan elkaar gekoppelde oude panden (veelal zeventiende en achttiende eeuw) aan de Doelenstraat. Een charmant en karakteristiek onderkomen voor de collectie, maar te klein om effectief als museum te kunnen opereren. Nieuwbouw is desondanks een grote stap. Trouwe bezoekers zullen de historische ambiance zeker missen en in het nieuwe museum misschien zelfs last van 'pleinvrees' krijgen. Licht en ruimte domineren de entree. Deze ruimtelijkheid wordt nog eens geaccentueerd door de zaal voor tijdelijke exposities, die als een diep gat achter een glazen pui achter de entreebalie ligt. Een vrij ongenaakbare, twee verdiepingen hoge ruimte met onbewerkte betonnen wanden, die monumentaal werkt, maar voor schilderijenexposities ook voor de nodige hoofdbrekens kan zorgen. Een nadrukkelijke rol is weggelegd voor het auditorium, dat als een zelfstandige witte doos in de hoge ruimte hangt.

De rest van de museumzalen is rond deze 'lege' kern gelegd. Verdeeld over drie lagen zijn het vier zalen, twee grote en twee kleinere. De grote zalen en één kleine herbergen opstellingen van de historische collectie op een speelse en educatieve manier, vermengd met vooral schilderijen van oude meesters. De kleinste zaal (eigenlijk meer een soort overloop) is gevuld met de Bergense School uit de jaren twintig. Hedendaagse kunst ontbreekt in de vaste opstelling.

,,Wij willen een soort culturele VVV zijn'', legt projectleider Anne Marie Feld uit. ,,Vanuit dit museum moeten de bezoekers de stad gaan ontdekken.'' En: ,,We willen de schilderijen graag tonen in de context waarin ze zijn ontstaan, dus met attributen eromheen die er betrekking op hebben. We hebben nu drie keer zoveel ruimte als in het oude museum. Nu kunnen we dus eindelijk zo uitpakken als we willen.''

Directrice Sandra de Vries: ,,Hoewel het onderkomen aan de Doelenstraat zeer pittoresk was en is, had het ook veel beperkingen. Het was er niet mogelijk om een samenhangend verhaal te vertellen. Onze uitgangspunten voor het nieuwe museum waren vanaf het begin duidelijk: het moest een historisch museum worden over de stad en omgeving. Aantrekkelijk voor gezinnen met kinderen, toeristen en scholieren. Het moest uitnodigen voor herhalingsbezoek.'' In samenwerking met historici heeft het museum draaiboeken gemaakt voor de opstellingen, die vervolgens door het Amsterdamse Buro Platvorm zijn vormgegeven.

Belangrijk vindt De Vries ook de interactie met de buren. ,,Het auditorium wordt door alle vier instellingen gebruikt. Verder bevordert de ligging aan het plein de samenwerking tussen de verschillende instituten.'' Daar zal het de gemeente mede om te doen zijn geweest bij het investeren van de 45 miljoen gulden die de bouwactiviteiten rond het Canadaplein kostte. En Tombal heeft er vorm aan gegeven met de nadrukkelijk samenbindende lamellenpui.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden