Boekrecensie

Cudjo, de laatste slaaf met herinneringen aan zijn Afrikaanse thuis

Cudjo Lewis in Africatown, circa 1925.

Zora Neale Hurston laat de letterlijke stem horen van de laatste tot slaaf gemaakte Afrikaan op Amerikaanse bodem.

In 1927 reisde de Afro-Amerikaanse schrijfster Zora Neale Hurston (1891-1960) een aantal malen van New York naar het in Alabama gelegen Africa Town, om er te praten met Oluale Kossola, op zijn Amerikaans Cudjo genoemd. Hij was de laatst levende Afrikaan die als slaafgemaakte van zijn geboorteland, het huidige Benin, naar Amerika werd verscheept. Daarmee was hij, in Hurstons woorden, ‘de enige man op aarde die in zijn hart de herinnering draagt aan zijn thuis in Afrika; aan de verschrikkingen van een slavenrooftocht; aan de barracón (slavenschuur); aan de naargeestige kanten van de slavernij; en die 67 jaren in vrijheid achter zich heeft in een vreemd land’. Op basis van haar gesprekken met Cudjo schreef Hurston haar boek ‘Barracoon’, dat pas kortgeleden voor het eerst verscheen. Het voorwoord is van de zwarte schrijfster en activiste Alice Walker.

Zora Neale Hurston Beeld Corbis via Getty Images

Bij de registratie van Cudjo’s levensverhaal wilde de antropologisch geschoolde Hurston, die bekendheid kreeg met haar boek ‘En ze keken naar God’, diens stem zo authentiek mogelijk laten klinken. Literaire verwerking deed er minder toe. Voor haar uitgevers was dat een onoverkomelijk struikelblok. Ze stonden erop dat Cudjo’s relaas zoveel mogelijk werd ontdaan van zijn specifieke taalgebruik. Hurston weigerde, en dus bleef ‘Barracoon’ ongepubliceerd.

Bij de snel na verschijning tot stand gekomen – zeer geslaagde – vertaling zag Robert Dorsman zich geconfronteerd met de vraag hoe hij moest omgaan met Cudjo’s taaleigen. Moest hij kiezen voor een Nederlands dialect of zich houden bij de algemene omgangstaal? Gelukkig is er uiteindelijk gekozen voor een tweetalige editie, met de originele versie op de linker- en de vertaling op de rechterpagina’s.

‘Barracoon’ is niet alleen de individuele geschiedenis van een tot slaaf gemaakte, maar ook het indringende relaas van “de wreedheden die Afrikaanse volken elkaar aandeden, lang voordat geketende Afrikanen, getraumatiseerd, ziek, gedesoriënteerd, uitgehongerd, als ‘zwarte lading’ arriveerden in het helse Westen”, aldus Alice Walker. Cudjo, die pas 19 was toen zwarte krijgers uit Dahomey zijn vaderstad Bantè binnenvielen, herinnert zich de nachtmerrie als van gisteren. “Ze vingen mensen en ze hakten met het mes in hun nek en dan draaiden ze aan het hoofd tot het eraf kwam. O Heer, Heer!” Ouderen werden zonder meer afgemaakt, sterke jonge mannen en vrouwen gevangen genomen en op transport gezet. Voor Cudjo zou die onheilsdag zijn bestaan voorgoed in tweeën splijten.

Dat de Afrikaanse slavenhandel een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis markeert, is inmiddels genoegzaam bekend. Minder bekend, maar dankzij Cudjo’s verhaal scherp belicht, is dat de afschaffing van de slavernij geen einde maakte aan de pijn. Toen Cudjo na ruim zes jaar gevangenschap eenmaal vrij was en werk zocht in een land waar hij zich allerminst welkom voelde, ondervond hij zelfs van de in Amerika gewortelde zwarten geen sympathie.

Even beleefde hij een gelukkige tijd met zijn vrouw Seely. Ze kregen vijf jongens en een meisje die ze in liefde groot brachten. Totdat ook zij met de vooroordelen van witte Amerikanen te maken kregen. “Ze noemden mijn kinderen onwetende wilden en beweerden dat ze verwant waren aan de apen.” Tot overmaat van ramp overleed het ene kind na het andere. Ten slotte stierf ook Seely. “Mijn jongens waren mijn voeten. Mijn dochter was mijn handen. Mijn vrouw was mijn ogen. Toen zij wegging, was het met Cudjo gedaan.”

Wat ‘Barracoon’ haarscherp laat zien, is het verweesde bestaan van een man die werd afgesneden van zijn Afrikaanse wortels, en die, om Alice Walker aan te halen, “iets benoemt dat wijzelf het liefst vermijden: hoe eenzaam ook wij zijn in dit nog steeds vreemde land. En dat waar we naar verlangen, zoals in Cudjo’s geval, voor eeuwig verloren is.” Maar we krijgen ook oog voor de perversiteit van de witte American Dream die alleen maar verwezenlijkt kon worden omdat de ander was beroofd van zijn Afrikaanse droom.

Cudjo’s verhaal heeft ook een keerzijde. Het toont hoe alles wat hem werd aangedaan niet leidde tot bitterheid en wrok, maar tot inzicht, wijsheid en liefde. Weer is het Walker die onder woorden brengt wat ze van Cudjo heeft geleerd: “Hoewel het hart misschien bezig is te breken, kan geluk bestaan in een ogenblik. En doordat het ogenblik waarin we leven alle tijd is die er echt is, kunnen we doorgaan. We dragen onze wonden en onze remedies met ons mee.”

Zora Neale Hurston
Barracoon. Oluale Kossola, overlevende van het laatste slavenschip
Vert. Robert Dorsman De Geus; 267 blz. € 18,50

Lees ook:

‘Washington Black’ is fris en beeldend en anders dan andere antislavernijromans

Voor haar voor de Man Booker Prize genomineerde roman ‘Washington Black’ liet Esi Edugyan zich inspireren door Jules Verne

Amerika is de cipier van de zwarten

Interview van Sybilla  Claus met Colson Whitehead over zijn boek ‘De ondergrondse spoorlijn’:, een hard, maar fantasierijk boek over de slavernij. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden