EssayIngmar Heytze

Coronagedicht schrijven? Doe het niet! (of gebruik de volgende tips)

Met een mondkapje voor werkt dichter Ingmar Heytze zich door honderden corona­gedichten heen. Hij knapt er niet van op.  Voor wie zich toch niet kan beheersen, heeft hij vijf tips.

We leven in interessante tijden, zoals de bekende Chinese verwensing luidt. Literair gezien zijn het misschien zelfs unieke tijden. Waarschijnlijk is het in Nederland nog nooit voorgekomen dat er in zo’n korte tijd zoveel gedichten over hetzelfde onderwerp zijn geschreven en ook nog eens direct beschikbaar gesteld via internet.

Dat is heel begrijpelijk. Corona speelt een rol in het leven van iedereen, en stijgt daarmee met stip naar een plaats in de toptien van de eeuwige universele onderwerpen voor poëzie, ergens tussen liefde, dood, taal, kosmos en de menselijke staat. Natuurlijk mogen we hopen dat het virus die hitlijst snel weer verlaat, maar nu we er voorlopig toch niet omheen kunnen: wat voor gedichten levert het op?

De eerste oogst: honderden gedichten

Het hoofdloket van de virusgerelateerde dichtkunst is coronagedicht.nl, nu ruim 700 gedichten en 300 dichters sterk. Het is een initiatief van Mario Reijnen en Dichter Des Vaderlands Tsead Bruinja. De snelheid waarmee zij hebben gehandeld is voorbeeldig: de site ging 18 maart al online met als eerste bijdrage het gedicht ‘Quarantijden’ van Reijnen zelf.

De Corona houdt ons binnen
We moeten er maar wat op verzinnen
Hoe we met deze isolatie
Komen tot een werkende situatie
De één gedijt prima thuis
De ander gewoon niet
En nog een ander ding is zeker
Er ligt ons nog wel een tijdje
Zo in het verschiet

Het rijmt, dat scheelt, en het geeft blijkt van een vooruitziende blik, zowel over de lockdown als over de bijdragen die zouden volgen: rijpe en groene dichters door elkaar, van overbekend tot obscuur en alles daartussenin, en van sterk wisselend poëtisch allooi.

De pandemische alomtegenwoordigheid van virusverzen – niet alleen op coronagedicht.nl trouwens – zorgde al snel voor kritische geluiden in dichterskringen. Op Facebook stelde de veelbelovende dichter Sacha Landkroon op 25 maart: “Dichters, het is niet verplicht om iets over Corona te schrijven! Een groot dichteres, luisterend naar de naam Esther Jansma, leerde mij ooit dat het voor echte poëzie wenselijk is om los te komen van je onderwerp; een zekere afstand in acht te nemen bij het schrijven van teksten die een eeuwigheidswaarde mee moeten krijgen.”

Landkroon zegt in dat bericht meer verstandige dingen, maar dit is wel de kern: we kunnen misschien beter even wachten met dichten totdat dit achter de rug is, en de motieven van dich­ters die wél meteen aan de slag gaan, zijn niet op voorhand te vertrouwen.

Daar zit wat in. Maar wat als je juist wilt schrijven over hoe het is om geen idee te hebben wanneer je zelf de eeuwigheid in verdwijnt, omdat er een virus rondgaat als een revolver voor Russische roulette, maar dan met een wat groter magazijn? Wat als je deze vreemde maanden wilt vangen nu we er met zijn allen middenin zitten? Wat als je geen zin hebt om te wachten tot je de emotionele afstand hebt bereikt voor een vers met eeuwigheidswaarde, omdat je dat tegen die tijd, deo volente, altijd nog kunt schrijven? En zou het niet zo zijn dat de literaire kwaliteit van een ‘echt’ gedicht meer te maken heeft met de vaar­digheden van de dichter dan met het moment waarop hij of zij aan het werk ging? Landkroon wil vast niet beweren dat wie nu emo­ti­oneel incontinent kreupelrijm de wereld in slin­gert, mettertijd wél in staat zal zijn om een kwalitatief goed gedicht over corona te schrijven.

Ingmar Heytze (1970) schrijft poë­zie, dagboeken en columns. Hij de­buteerde in 1997 met ‘De allesvre­zer’. Zijn jongste dichtbundel heet ‘Ik wilde je iets moois vertellen’ (2018).

Negentig procent van álles is rotzooi

Wat de kwaliteit betreft, voldoen de ruim 700 bijdragen aan coronagedicht.nl vooralsnog keurig aan de Wet van Sturgeon. Nooit van gehoord? Toen de sf-schrijver Theodore Sturgeon (1918-1985) voor de voeten werd geworpen dat 90 procent van alle sciencefiction rotzooi was, antwoordde hij: ‘ja, maar 90 procent van álles is rotzooi’. Wat dat betreft heeft corona nog niet geleid tot een literaire revolutie, hooguit tot een duidelijk schrikbeeld van wat Li Edelkoort zou kunnen bedoelen met ‘de eeuw van de amateur’.

Uit de tien procent niet-rotzooi delf ik ‘Webcam quarantaine’ van Joost van Gijzen op:

We hebben dezelfde diepvriespizza
mozzarella besteld, en weggespoeld
met hetzelfde merk cola – mijn inwendige
mens is identiek aan die van haar.

Zachtjes op de achtergrond bij allebei
muziek van Maan. Ons kledingcompromis
(zij draagt geen ruitjesoverhemden, ik
geen off-the shoulder tops) ligt klaar –

Een wijnrode pyjama. Samen steken we
een sigaret op, al rook ik normaal niet, en
nemen plaats op bed. Tot we zeker weten
dat we vrij van de symptomen zijn gebleven,


is dit onze manier om toch dichtbij te komen.
Waar denk je nu aan? vraagt ze –
dan ga ik daar ook aan denken.

Het laat zich raden hoe het verder zal gaan met corona als literair onderwerp wanneer het virus eenmaal overwonnen is. Er komt een bloemlezing met de vijftig mooiste gedichten van coronagedicht.nl, aangevuld met een paar gerelateerde gedichten die elders verschenen. Dan daalt het magnetisch geladen stof neer over de website. Hooguit zal een letterkundige met een open geest, zoals Kila van der Starre, zich af en toe door het hele volume heen ploegen op zoek naar tendensen die we nu nog niet zien.

De coronagedichten zijn ook poëtische dagboekbladen, en volgens mij is het precies die eigenschap die de hele verzameling later historisch interessant zou kunnen maken. Een tweede dagboek van Anne Frank zal het niet worden, maar het is op zijn minst een veelkleurige lappendeken van poëtische reacties op een opmerkelijk tijdsgewricht.

Heelkunst is het niet

Het probleem met de toekomst is altijd hetzelfde: zo ver zijn we nog niet. Corona is overal en altijd aan de orde, en dat duurt nog wel even. Waarschijnlijk is het nu vooral therapeutisch om coronagedichten te schríjven. Na het lezen van alle haiku, rijmpjes, verzen, aanklachten, hartekreten én geslaagde gedichten over corona kom ik tot de conclusie die Menno Wigman ooit in het gedicht ‘misverstand’ trok over de poëzie in het algemeen: ‘een heelkunst is het niet’.

Als u dan toch zo nodig wil dichten - hier zijn de vijf tips

1.  Zet een kookwekker op vijf minuten en schrijf alle woorden en begrippen op die je met corona associeert: masker, virus, ziekenhuis, anderhalve meter, intensive care, doventolk. Als de wekker gaat heb je een lijst met woorden die je niet mag gebruiken in je gedicht.

2.  Schrijf niet om je hart te luchten, maar omdat je benieuwd bent naar het nieuwe gedicht. Als je met dat uitgangspunt kunt schrijven, blijkt naderhand vaak dat je alsnog je hart hebt gelucht, maar dan in een beter gedicht.

3.  Bedenk wat je interessant vindt om te vertellen over de huidige situatie aan iemand die je gedicht in 2120 zit te lezen – probeer je die lezer in te beelden. Zo haal je je primaire emoties een beetje uit het schrijfproces en neem je vast een voorschot op de benodigde afstand.

4.  Vermijd emotioneel geladen bijvoeglijke naamwoorden: of het virus ‘rottig’ ‘naar’ of ‘gemeen’ was en de blauwe lucht vol sterren ‘prachtig’ of ‘schitterend’, maakt je lezer wel uit. 

5.  Gebruik alleen het woord ‘ik’ als je het daarmee niet alleen over jezelf hebt, maar ook over iemand waarin die lezer zich misschien zou kunnen herkennen.

Lees ook:

Poëzietijdschrijft heeft razendknap een themanummer over corona in elkaar gedraaid

Dat coronagedichten soms wél geslaagd zijn, betoogde Bas Maliepaard onlangs in Trouw. Hij kwam een literair themanummer tegen vol geschikte voorbeelden - voor kinderen.

Corona als reusachtige doder van de menselijke creativiteit

Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand de suïcidale missie opvat om als eerste een roman over corona te schrijven, aldus columnist Sylvain Ephimenco. Hij kan een geeuw bij voorbaat nauwelijks onderdrukken. ‘Coronafictie is als kijken naar het groeiproces van kunstgras.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden