Songfestival

Cornald Maas bouwt tóch een Songfestivalfeestje

Cornald Maas: ‘Ik betwijfel of de situatie volgend jaar zo veilig is dat je drommen mensen uit heel Europa Ahoy kunt laten betreden. Wat dan? Alleen Nederlands publiek? Geen publiek?’ Beeld Martijn Gijsbertsen

Deze week had Rotterdam moeten ontploffen van de Eurovisievreugde, maar nu is het stil op straat. Toch gaat het Songfestival niet ongemerkt voorbij. Met dank aan ‘Mister Songfestival’ Cornald Maas.

 Welja, hij komt graag als ‘Mister Songfestival’ in talkshows praten over het vuurwerk, een zingende kip, valse noten of een botox-stoeipoes uit Servië, zaken waarmee het Songfestival door het grote publiek geassocieerd wordt. “Je hoeft er niet heilig over te doen en je moet er vooral grappen over maken.” 

Maar voor Cornald Maas is het festival veel meer dan dat. “Vorige week werd ik gebeld door een studente die voor haar afstuderen onderzoekt hoe het Songfestival bijdraagt aan het besef van Europese en nationale identiteit. En daar zit echt iets in.”

Daarom vond hij het belangrijk dat er dit jaar toch een Eurovisie-uitzending zou zijn, een alternatief feestje dat Europa samenbrengt.

Tegen de tijd dat officieel besloten werd het evenement een jaar uit te stellen vanwege de corona-pandemie, wisten Maas en vele betrokkenen al dat er geen redden aan was. Hij omschrijft het als ‘een ballon op het hoofdpodium die langzaam leegliep’. Maas, als commentator, lid van de selectiecommissie en wandelende Songfestival-encyclopedie nauw betrokken bij het evenement, was al een stap verder. 

“Ik zag de bui zo nadrukkelijk hangen, dat ik contact had gezocht met de leiding van AvroTros, de NPO en hoofdproducent Sietse Bakker om na te denken over een alternatief voor 16 mei, de finale-avond. Een programma dat verbindend zou zijn, de reden waarom het festival in 1956 is opgericht. Elk land is heel erg bezig met zijn eigen coronastrijd. Maar of je nu uit Italië, Nederland of Zweden komt, je deelt een lotsverbondenheid en die wordt zaterdag in ‘Europe Shine a Light’ over het voetlicht gebracht.”

Er wordt geschakeld met landen waar oud-deelnemers toepasselijke songs ten gehore brengen. “Alle deelnemers van dit jaar krijgen de gelegenheid om een videoboodschap te maken. Ik hoop dat ze het vanuit huis doen, gewoon een beetje krakkemikkig. Zodat we even contact maken met al die verschillende Europese landen, met hun eigen taal, muziek en cultuur.”

Naast de alternatieve show werkte Maas aan een documentaire over de winst van Duncan Laurence, die het Songfestival na 44 jaar weer naar Nederland haalde. Die overwinning was niet zomaar toeval en geluk. Er zat een uitgekiende strategie achter, er is jaren naartoe gewerkt. Dat verhaal wilde hij heel graag vertellen en die gelegenheid is er nu. “Natuurlijk, het was Duncan die won. Zijn liedje, zijn professionaliteit, het was zijn podium.”

Maar, zo blijkt uit de documentaire ‘De weg naar de winst’, twee Nederlandse zangeressen speelden een hoofdrol: Anouk en Ilse DeLange.

Het lag op z’n gat

“Anouk had het lef om in 2013 mee te doen aan een festival dat in Nederland verguisd werd. We hadden net de 3JS, de Toppers en Sieneke met haar draaiorgel gehad, allemaal in de voorrondes gestrand. Het lag helemaal op z’n gat, de kijkcijfers waren laag, we hadden al acht jaar de finale niet gehaald en waren het slechtst scorende land van Europa.

“En toen zei Anouk, tegen het advies van haar manager in: ‘Ik doe mee, maar op mijn voorwaarden. Ik wil carte blanche’. En ze kwam met ‘Birds’, een lied waarvan iedereen zei dat het ‘niet Songfestival’ en ‘niet Anouk’ was; de reacties waren aanvankelijk helemaal niet positief. Maar ze werd negende en ze had hoger moeten eindigen. Ik vind het misschien wel de mooiste Nederlandse Songfestivalinzending ooit.”

Toen Anouk als grote ster het had aangedurfd, wilden Ilse DeLange, Waylon en Douwe Bob het ook wel proberen.

“Ilse heeft die aanpak met haar grote perfectionisme en verantwoordelijkheidsgevoel gesublimeerd. Twee keer: in 2014 door met de Common Linnets tweede te worden, maar ook vorig jaar, met haar betrokkenheid bij Duncan Laurence.”

DeLange stuurde de selectiecommissie, die redelijk wanhopig op zoek was naar een goede kandidaat, het nummer ‘Arcade’ van haar protegé. Ze reisde als coach mee naar het festival in Tel Aviv, om alles in goede banen te leiden.

“Daar stond geen aanlokkelijk honorarium tegenover. Als zij gelooft in iets – in de muziek, in Duncan, in de regie –, dan gaat ze ervoor. Je ziet in de documentaire dat ze meer dan gemiddeld betrokken was. Zelfs bij de laatste repetitie, als je niets meer kunt veranderen, had ze toch nog opmerkingen over drie shots die niet goed waren. Daar worden sommigen gek van, maar het tekent haar, alles op alles zetten om gedaan te krijgen wat je wilt.”

En met een klinkend resultaat. Maas weet dat DeLange het vervelend vindt, als zo de nadruk op haar rol in de overwinning van Laurence wordt gelegd. “Ze belde nog op over de documentaire: ‘Het gaat toch wel over Duncan? Het is zijn verhaal’. Maar zonder haar, en Anouk, had de Nederlandse Songfestivalgeschiedenis er heel anders uitgezien”, zegt Maas.

Zelfs hij heeft wel eens getwijfeld of deelname nog wel zin had, bijvoorbeeld toen hij in Oslo de ontbijtzaal van het hotel zat in het gezelschap van twee mime-spelers die de poppen van Sienekes draaiorgel speelden. “In vol ornaat gekostumeerd”, grinnikt hij. “We hebben ook veel gelachen, hoor. En ik was erg geporteerd van Sieneke – ze was pas achttien en nog nooit in het buitenland geweest en ze deed het toch maar, heel professioneel. Ik miszeg daarmee ook niets over haar genre, maar ik wist dat je daarmee nooit een Europees publiek kon veroveren. Ik zag niet voor me hoe je dat tij ooit kon keren. Daar was Anouk voor nodig. Vrienden die ik als serieuze raadgevers beschouw en zelfs mijn eigen vriend zeiden: ‘Cornald, echt, hou ermee op. Het schaadt je imago en het wordt niets meer’.”

Kunst met de grote en kleine k

Hij is immers altijd meer geweest dan Mister Songfestival. Hij schrijft over kunst en literatuur, presenteert cultuurprogramma’s als ‘Volle Zalen’ en ‘Opium op Oerol’ en is auteur van diverse boeken. Maar hij heeft niet zo’n last van die veronderstelde kloof tussen kunst met de grote en kleine k.

“Voor de één ben ik te licht, de ander vindt me juist te grachtengordel. Dat is wel amusant. De finale van het Songfestival is natuurlijk iets anders dan een productie van het Internationaal Theater Amsterdam. De ene keer praat je over de jurk van Trijntje Oosterhuis, dan geef je een haarscherpe analyse van de nieuwe roman van Rebecca Makkai.”

Zijn liefde voor de kunst in breedste zin bracht hem er ook toe een vlammend stuk in NRC te schrijven over het gebrek aan interesse van het kabinet voor de hoge nood in de kunstwereld, veroorzaakt door de coronamaatregelen.

“Ik zag minister Van Engelshoven op televisie en ik dacht: waar blijft het beleid, waar is de visie? Dan maalt het in mijn kop, ik wind me erover op, schrijf er iets over en dan trekt de tv aan de bel en zit ik aan een talkshowtafel. Het verbaasde me dat het zoveel weerklank kreeg, want ik schreef toch geen dingen die niet al eerder gedebiteerd waren. Maar kennelijk kwam het precies op het goede moment.”

De nood is hoog

Nee, hij vindt het niet erg om, naast ambassadeur voor het Songfestival ook als woordvoerder voor de bedreigde cultuursector op te treden. “Als ik iets kan betekenen voor mijn sector, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid. Het is niet helemaal vergelijkbaar, maar ik doe het ook voor Pride Amsterdam. Je kunt zeggen: moet ik dat nu weer doen, omdat ik toevallig homoseksueel ben? Maar ik heb nu eenmaal dat podium.”

De nood in de kunstsector is hoog, hij wordt steeds van links en rechts benaderd met noodkreten. “Er is zo weinig perspectief, ik kreeg net nog een bericht van Thomas Acda, die schreef: kun je je programma dit najaar niet beter ‘Lege Zalen’ noemen? Ik mis het theater heel erg, maar ik voorzie dat er nog minstens een jaar geen normaal bezoek mogelijk zal zijn.”

En het Songfestival, als het volgend jaar in Rotterdam in de herkansing gaat? “Ik betwijfel of tegen die tijd de situatie zo veilig is dat je weer drommen mensen uit heel Europa Ahoy kunt laten betreden. Als die anderhalvemetersamenleving nog intact is, moet je nadenken over aangepaste vormen. Alleen Nederlands publiek, of geen publiek? Dingen waarvan je hoopt dat ze niet waar zijn, maar ik denk dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen daarover na te denken.”

Een kleiner opgezet festival hoeft geen nadeel te zijn, denkt Maas.

“Tot en met 1999 was de finale in een gewone theaterzaal met maximaal duizend man, daarna is het groter en groter geworden. Ik juich dat wel toe, alle toeters en bellen, maar het hoeft niet. We moeten misschien meer terug naar de kern. Dat kan ook bij Oerol, bij Pride. Je moet je afvragen wat je essentie is, je bestaansrecht, en misschien moet je terug om het levensvatbaar te houden.”

Radio 2 zendt op vrijdag 15 mei tussen 18.00 en 22.00 uur de Songfestival Top 50 uit.

Zaterdag schijnt er een lichtje in Europa

Deze week zou het Songfestival op tv te zien zijn op dinsdag, donderdag en zaterdag: twee halve finales en de grote finale. De dinsdag is geschrapt, maar op donderdag en zaterdag is NPO1 toch de Songfestivalzender.

Het begint met een speciale aflevering van ‘De beste zangers’ op donderdag 14 mei. Oud-festivaldeelnemers Lenny Kuhr, Franklin Brown, Maribelle en René Froger brengen hun favoriete Songfestivalnummers. Edsilia Rombley presenteert (20.35 uur). Daarna is de documentaire ‘De weg naar de winst’ van Cornald Maas te zien (21.40 uur).

Op zaterdag 16 mei, de avond van de finale, is ‘Europe Shine a Light’ te zien in de deelnemende landen. De show wordt vanuit een studio gepresenteerd door het presentatie-trio Chantal Janzen, Edsilia Rombley en Jan Smit. Nikkie Tutorials houdt de kijkers op de hoogte van alles wat er online gebeurt. Vanuit hun eigen land komen alle artiesten die dit jaar zouden meedoen aan bod. 

Daarnaast zullen Songfestival-coryfeeën aantreden die toepasselijke nummers ten gehore brengen: Johnny Logan zingt ‘What’s Another Year’, Gali Atari ‘Hallelujah’ en Ilse DeLange neemt met de Duitser Michael Schulte ‘Ein Bisschen Frieden’ voor haar rekening. Alle deelnemers zingen samen, via hun live-verbinding, ‘Love Shine a Light’. Duncan Laurence mag zijn nieuwe single ten gehore brengen en het commentaar wordt verzorgd door Cornald Maas. Aanvang 21.00 uur.

De Nederlandse deelnemer Jeangu Macrooy heeft twee nieuwe versies van zijn nummer ‘Grow’ opgenomen. Eén in een leeg Ahoy in Rotterdam, waar deze week het Songfestival gehouden zou worden, en één in een leeg Amsterdams Concertgebouw. De nummers staan op Spotify.

Lees ook: 

Wie zou er gewonnen hebben in Ahoy?

Songfestival gaat voor het eerst in 65 jaar niet door

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden