BoekrecensieBoek van de week

Coppens wekt twee vergeten gravinnen uit de dertiende eeuw weer tot leven

Historica Thera Coppens delft de geschiedenis op van twee vergeten gravinnen in de dertiende eeuw.

De halfblinde, verminkte Franse koning Filips II Augustus laat zijn zoon in 1209 twee dingen beloven als hij hem tot ridder slaat: doe nooit mee aan een toernooi, en ga nooit op kruistocht. Hij had de ellende gezien, was als kruisvaarder in Akko zelf ternauwernood aan de dood ontsnapt en was dol op zijn mooie zoon. Maar Lodewijk IX zou de adviezen van zijn vader in de wind slaan. Hij voerde twee kruistochten waarin honderdduizenden edelen, ridders en voetvolk, mannen, vrouwen en kinderen onder barre omstandigheden de dood vonden. Het leverde allemaal niets op, Lodewijk zou Jeruzalem nooit zien. Hij hield aan al die slachtpartijen, folteringen en dodelijke epidemieën tijdens de kruistochten wel een naam over: Lodewijk de Heilige.

Onder het gesternte van deze kruistochten groeien in Vlaanderen twee gravendochters op: de zussen Johanna en Margaretha. Hun vader graaf Boudewijn is vroom, maar ook belust op krijgsroem en geïnspireerd door de avonturen van de Ridders van de Ronde Tafel. Onverschrokken besluit hij deel te nemen aan de vierde kruistocht, en zijn geliefde vrouw Maria wil mee. Ze laten, zoals iedere kruisvaarder, de bloedrode kruisen op hun schouder naaien. Door een onverwachte zwangerschap vertrekt Boudewijn uiteindelijk eerder en moet Maria hem na de bevalling achterna reizen. Hij belandt in Constantinopel, waar hij door een speling van het lot tot keizer wordt gekroond. Zij komt door een misverstand terecht in Akko, waar ze overlijdt aan de pest. Hij is ontroostbaar, en wordt niet veel later in de strijd ontvoerd door bendes van koning Johanitsa van Bulgarije en Walachije. Waarschijnlijk is de keizer in een kerker weggekwijnd. Nooit hoorde iemand nog iets van hem.

Thera Coppens

Huwelijkspolitiek

Thera Coppens’ nieuwste boek ‘Johanna en Margaretha. Gravinnen van Vlaanderen en prinsessen van Constantinopel’ gaat over de verweesde dochters van Boudewijn en Maria. Op 6- en 8-jarige leeftijd worden de meisjes weggehaald bij hun verzorgers in Vlaanderen en overgedragen aan de sluwe koning Filips II Augustus, die hen vooral gebruikt voor huwelijkspolitiek en om hun schatrijke graafschappen Vlaanderen en Henegouwen binnen zijn invloedssfeer te houden. De meisjes worden opgevoed door de vrouw van Lodewijk de Heilige, de indrukwekkende koningin Blanche. Johanna trouwt al gauw. Margaretha wordt door haar tutor Bouchard van Avesnes, een voormalige monnik van lagere adel, meegenomen naar zijn burcht en door hem verkracht op 10-jarige leeftijd. Ze wordt door de dertig jaar oudere Bouchard gedwongen stiekem te trouwen en Margaretha krijgt meerdere kinderen, van wie twee zoons blijven leven. Deze ervaringen harden Margaretha, die jaren later met hulp van haar zus vlucht en hertrouwt. Of haar twee oudste zoons bastaarden zijn of niet, en daarmee recht hebben op haar grote rijkdommen, zal de rest van haar leven beheersen.

Johanna, gravin van Vlaanderen en prinses van Constantinopel.

Zo lang ik boeken van Thera Coppens lees, en dat is al bijna dertig jaar, is er iets dat mij altijd weer doet uitzien naar haar volgende boek. Na al die tijd weet ik nog hoe ik genoot van ‘Elizabeth R.’ (1974), haar historische roman over de regering en het liefdesleven van Elizabeth I van Engeland, waarin dat detail nog altijd op mijn netvlies staat van dat hondje dat op het schavot na de onthoofding van zijn baasje Mary Stuart nog onder haar rok vandaan springt. En door ‘De vrouwen van Willem van Oranje’ (1977) werd ik op slag orangist; de Vader des Vaderlands komt eruit naar voren als een romantische held, die de sympathie wekt van portretschilder Antonio Moro (die hem opvallend knap afbeeldde) omdat hij niet zo ijdel was om tijdens het poseren ook maar een blik op het doek te werpen. Zulke prikkelende, fictieve details zul je nu niet zo snel meer in het werk van Coppens aantreffen, al zal zij alles in het werk stellen om haar verhaal met behulp van historische feiten zo beeldend mogelijk te vertellen. Ze interpreteert hier en daar, maar dramatiseert niet meer. In de loop der jaren is Coppens echte non-fictie gaan schrijven, al is één ding gelukkig hetzelfde gebleven: ze kiest het perspectief van een vrouw aan de frontlinie van een grote geschiedenis.

Geloofwaardige analyse

Zo was Hortense de Beauharnais, dochter van Napoleons liefde Joséphine en kortstondig koningin van Nederland, voor het boek ‘Hortense’ (2006) een eersterangs getuige van de Napoleontische tijd in Nederland. ‘Suzanne’ (2014), de Nederlandse vrouw van schilder Edouard Manet, maakt het artistieke Parijs aan het einde van de negentiende eeuw van binnenuit mee. Helaas lijkt het of deze bijzondere geschiedenisboeken altijd een beetje zijn blijven hangen in het hoekje ‘vrouwenliteratuur’.

Zeker voor ‘Johanna en Margaretha’ zou dat volstrekt onterecht zijn. Coppens gaat nu nog veel verder terug in de geschiedenis. Nog verder dan Bart Van Loo met zijn ‘De Bourgondiërs’, en zelfs nog verder dan Frits van Oostrom met zijn ‘Maerlants wereld’ en ‘Nobel streven’, in welke traditie ik ‘Johanna en Margaretha’ vooral zou willen plaatsen. Het is razend knap hoe Coppens twee vrijwel vergeten gravinnen uit de dertiende eeuw uit Vlaanderen, met titels en familienamen die we nu nauwelijks meer kunnen plaatsen, uit oude archieven en boeken weer tot leven weet te wekken. Vooral de getroebleerde Margaretha (‘Swarte Margriete’) geeft zij veel kleur. De later door haar volk zo gehate gravin wordt geduid als slachtoffer van seksueel geweld. Coppens is geloofwaardig in die analyse, want waarom laat een moeder haar twee minderjarige zoons met hun vader anders zeven jaar in een kerker opsluiten? Waarom bindt zij militaire strijd met hen aan?

De reikwijdte van Coppens’ oeuvre beslaat inmiddels zo ongeveer het hele afgelopen millennium. Des te bewonderenswaardiger is het dan ook dat ‘Johanna en Margaretha’ zo’n rijkgeschakeerd beeld van de vroege dertiende eeuw geeft. Zó erudiet zijn, en dan bijzondere vrouwen van alle tijden in hun overweldigende geschiedenissen plaatsen, dat kan in Nederland alleen Thera Coppens.

Oordeel: erudiet, en met talent om de vrouw te plaatsen in een grote geschiedenis.

Thera Coppens
Johanna en Margaretha. Gravinnen van Vlaanderen en prinsessen van Constantinopel
Meulenhoff; 399 blz. € 24,99

Lees ook:

Het geheim van Madame Edouard Manet

Een van de grootste Franse schilders, Edouard Manet, had een Nederlandse echtgenote, Suzanne Leenhoff. Thera Coppens schreef een biografie over deze even onbekende als getalenteerde pianiste. Met een grote ontdekking: Suzannes zoon Léon was zeker geen kind van Manet.

Frits van Oostrom slaagt erin om Jan van Brederode tot leven te wekken

Frits van Oostrom reconstrueert virtuoos de handel en wandel van Jan van Brederode uit een wirwar van speculaties

Van Loo’s boek over de Bourgondiërs leest als een Shakesperiaans drama

Meeslepend boek over hertogdom dat zich tussen Frankrijk en Heilig Roomse Rijk wrong.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden