Review

'Contact met allochtonen leert je veel over je eigen cultuur''Waarom mijn mooie kind, waarom niet iemand anders?'

'Veel culturen - één zorg', uitgeverij Nelissen te Baarn, f 32,50.

Van een landelijke registratie op dit gebied is geen sprake, maar dat geldt ook voor Nederlanders met een handicap. De werkers in de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap krijgen steeds vaker te maken met cliënten uit een andere cultuur: Turken, Marokkanen, Antillianen.

“Over allochtonen in het algemeen is vrij veel geschreven, over gehandicapten onder hen niet. Over opvattingen van allochtone ouders over hun verstandelijk gehandicapt kind en hun verwachtingen van de Nederlandse zorg bestaat zo goed als geen literatuur. Wat is de hulp die de ander verwacht?”, vraagt Hilde Zevenbergen.

Met het boek 'Veel culturen één zorg - begeleiding van mensen met een verstandelijke handicap uit een andere cultuur' heeft ze een bijdrage willen leveren. Ze is als orthopedagoog werkzaam bij De Amerpoort in Baarn en geeft cursussen aan begeleiders in de zorg. Ze houdt zich al tien jaar met dit onderwerp bezig.

Zevenbergen: “Zoveel verschil met Nederlanders hoeft er niet altijd te zijn. De overeenkomst met Nederlandse ouders is dat het per gezin verschilt hoe het ervaren en verwerkt wordt om een kind met een verstandelijke handicap te hebben.”

Citaten van ouders bewijzen dat het wat betreft landsaard in verwerking niet zoveel hoeft uit te maken. Een Turkse ouder zegt: “Ik trok me in mezelf terug en ik werd depressief. Ik zat maar te huilen met mijn kind op schoot. Waarom mijn mooie kind, waarom niemand anders?” Een landgenoot: “We hebben dit kind zo bewust gewild. Nu is hij een mongooltje. Het geeft niet. We genieten van hem.”

Een Nederlandse ouder: “Ik heb voor haar willen zorgen, van haar willen houden. Ik heb het geprobeerd, omdat het immers zo hoort: eerst werktuiglijk geprobeerd . . . later wanhopig. Maar hoe kun je van een kind houden dat alles verstoorde?” Een tweede Nederlandse ouder: “Hij hoort bij ons, hij neemt een onvervangbare plaats in ons gezin in. We zijn God dankbaar voor dit bijzondere kind.”

Hilde Zevenbergen: “Soms verlopen het contact en de begeleiding van de hulpverlening met allochtonen ook weinig anders dan bij Nederlandse cliënten en hun ouders.” Tijdens haar eigen opleiding - ze studeerde ook culturele antropologie - begon ze zich te verdiepen in de houding ten opzichte van mensen met een verstandelijke handicap in verschillende culturen. Gaandeweg werd het haar echter duidelijk dat in één en dezelfde cultuur verschillende houdingen kunnen voorkomen.

“De meeste mensen gaan uit van verschillen en denken dat er vooral meer kennis nodig is van andere culturen. Maar kennis is pas één aspect. De kern is dat het probleem in de culturen zit. De cultuur van de ander en je eigen cultuur. Het is vooral een interactieprobleem. Hoe meer je je bewust bent van je eigen cultuur, hoe makkelijker je met allochtone cliënten overweg kunt.”

Ze illustreert het met het verhaal van de chauffeur van een busje. Een Marokkaans kind met een ernstig meervoudig handicap bezocht overdag een kinderdagcentrum. Om half vier werd het, net als de andere kinderen, met een busje naar huis gebracht. De chauffeur trof dan heel vaak alleen een broertje en een zusje thuis. Het oudste kind was acht, hooguit negen jaar. Vader en moeder waren nog niet thuis van hun werk. De chauffeur had moeite het gehandicapte broertje achter te laten, al zeiden de oudere kinderen dat zij wel op hem letten, en hij besprak het met de leiding van het dagverblijf. De ouders werden hierover gebeld door het kinderdagcentrum, maar het werd niet duidelijk of zij het ook als probleem ervoeren. Zij moesten nu eenmaal werken en broers en zus waren toch thuis?

Hilde Zevenbergen: “Nederlanders vinden dit een moeilijke situatie. Is het verantwoord? Dit zegt veel over onze cultuur als wij menen dat een kind van een jaar of acht niet in staat is die verantwoording te dragen. Pas als je je bewust bent waarom je het zelf een probleem vindt, ga je kijken hoe het in de cultuur van de ander zit.”

“Ik had een Marokkaanse cursiste die niet snapte waar het probleem zat. De ouders schatten dat broer en zus het prima aankonden. Van kinderen wordt vaak verwacht dat ze zelfstandig zijn. Al dan niet door omstandigheden gedwongen, zijn kinderen vaak al vroeg verantwoordelijk voor jongere broertjes en zusjes. Terwijl wij in Nederland soms menen dat een kind van een jaar of acht niet in staat is verantwoording te dragen voor een zwaar gehandicapt broertje of zusje. Wij vinden dat een probleem omdat we zo zijn opgevoed. In Nederland zeggen we eerder: bemoei je niet met je zus of broer.”

De Nederlandse opvoeding is gericht op zelfontplooiing en emancipatie. Hilde Zevenbergen: “Een vorm van zelfstandigheid waar in de zorg naar gestreefd wordt is zelfstandig wonen met zo min mogelijk begeleiding van mensen met een verstandelijke handicap. Dat wensen veel allochtone ouders niet voor hun kind. Je bent blij met je familie om je heen.”

Een Marokkaan legt uit dat dat vooral komt doordat de familie zo aan elkaar gehecht is. Iemand uit huis plaatsen is een afscheid. Mensen horen bij elkaar. Marokkanen willen graag voor hun familieleden zorgen, ook als die gehandicapt zijn. Ze zien niet dat een uithuisplaatsing praktisch is. En ze krijgen een schuldgevoel: 'We gooien ons kind weg'.'

Angst Wat ook nog kan meespelen, is de angst dat de zoon of dochter te veel vernederlandst. De 21-jarige Marokkaanse Yassine heeft een tijd in een gezinsvervangend tehuis gewoond. Dat ging heel goed. Ze trok veel op met leeftijdgenoten. Maar haar ouders hebben haar weer naar huis gehaald. Ze zeiden: ze praat nog nauwelijks Marokkaans, straks kunnen we niet meer met haar praten. Yassine zelf had het erg naar haar zin in het tehuis.

Maar er zijn ook wel allochtone ouders die tevreden zijn met de zorg voor hun kind in een woonvoorziening. Een enkel ouderpaar laat zelfs om die reden zijn volwassen kind achter in Nederland als zijzelf remigreren.

In het oprichten van speciale woonvoorzieningen voor allochtone verstandelijk gehandicapten die aansluiten bij hun cultuur, gelooft Hilde Zevenbergen niet. “Het hele concept woonvoorziening sluit al niet aan bij een groepsgerichte cultuur. De vraag is of een eigen huis een idee is van beleidsmakers of een wens van de ouders zelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden