Opinie

Conny Janssens spannende danstaal blijft in alles boeien

De stad inspireert choreografe Conny Janssen de komende jaren tot een dansvierluik, waarvan het eerste deel 'I'm Here' vorig seizoen leidde tot een spannende verkenning van menselijk contact in een steeds veranderende metropool. Het tweede deel 'Hear Me' bouwt het gegeven verder uit: de noodzaak van het individu om zich van al die andere medestedelingen te onderscheiden. Om maar niet onbeduidend in anonimiteit ten onder te gaan.

Sander Hiskemuller

Tien sterke dansers in een geoliede choreografie, een Conny Janssen wel vertrouwde fraaie vormgeving en twee jazzmuzikanten die live de grootstedelijke entourage swingend of vrij improviserend op noten zetten: 'Hear Me' heeft alle ingrediënten om een pittig gekruid avondje dans te zijn. Bijzonder fraai is het decor van tl-buizen dat een betoverend reflectiespel met spiegelende skatehellingen aangaat. De prachtige belichting, ook deze keer ontworpen door Pelle Herfst, laat stad 'by day' moeiteloos verglijden in stad 'by night'. Vondsten als een rijdende spot die zijn lichtbundel als een voortrazende trein van bovenaf over het toneel werpt, vertalen de stedelijke setting vindingrijk theatraal naar de bühne.

Janssens choreografie bestaat uit korte en langere dansscènes die knap organisch in elkaar overlopen. De toon wordt gezet met een dolend individu dat op versnipperde stadsgeluiden eenzaam zijn positie bepaalt. Een been dat losjes de ruimte verkent, impulsen vanuit de heupen 'slaan door' in een verschrikte pirouette. Zijn collega-dansers volgen af en aan in duetten, trio's en groepsdansen. Armen die als zwiepende metronomen het leven in de stad zijn ritme geven, in een duet raken lippen elkaar nét niet: op allerlei mogelijke manieren zoekt Janssen in haar dans de geladen emotionele spanning, haarscherp door de dansers aangevoeld. Dat maakt dat Janssens danstaal in alles blijft boeien.

Als de dansers twee rijen vormen en een danseres daartussen uitstapt voor een solo, proeven we de moed die nodig is om buiten de collectieve stroom te treden. Met trillende handen zoekt ze de vrijheid op. Doodeng, maar door een levenstintelende drang gedreven kan ze niet anders. Aangrijpend hoe ze in het daaropvolgende duet in slowmotion om haar partner heen draait. Nauwelijks aanraking, alleen energie die hen stuurt.

Zulke momenten maken Conny Janssens stad heerlijk vertoeven. Maar ook gezapig, want gaandeweg komt het wat flauwe gevoel op de tong dat deze productie worstelt met dat ene eendimensionaal uitgewerkte uitgangspunt. De dansers blijven inwisselbare individuen die zich maar heel sporadisch boven de rest weten uit te heffen. Deze stad wordt bevolkt door goed aangepaste burgers die hier en daar wat worstelen, maar toch keurig in de pas blijven lopen. Waar is het excentrieke, het vrijgevochtene, de gekte en de hysterie in deze 'metropool'? Alleen de drie dansers die als verwijzing naar het academische ballet met gekruiste voetjes totaal onverwacht over het podium zoeven, weten de toeschouwer even uit het zacht comfortabele jazzy sfeertje te schudden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden