Review

Computer is het landje van vroeger

'Verlanglijsje' voor Sinterklaas van Michaël: 'Ford Ranger 4 met afstandbedindin, boudoos F-14 Tomgat'. Verlanglijstje van Lisette: 'poppenstoeltje, vouwblaatjes, kleintillevizitje'. Michaël vond zijn inspiratie in de Intertoys-gids, Lisette in het 'Speelgoedboek' van Hausemann & Hötte, voorloper van speelgoedfabriek Jumbo. Beide lijstjes hangen op de tentoonstelling 'Speeltijd! 100 jaar speelplezier in het Amsterdams Historisch Museum.'

door Henriëtte Lakmaker

Dat Speelgoedboek liet in de jaren zestig de kinderharten sneller kloppen met raffiamandjes en insteekmozaïek. Jumbo, zelf dit jaar 150 geworden, is sponsor in natura. Op de zolder op de Amsterdamse gracht lag een historische collectie die de fabrikant aan het AHM schonk. Het museum vulde deze verzameling aan met speelgoed van andere zolders en uit hedendaagse huiskamers en speelgoedwinkels. Films, foto's, fragmenten uit oude televisieseries (Dennis the Menace!), liedjes en decors geven een beeld van wat spelen toen was, en nu, en daartussen.

Er was speelgoed waar niet over werd nagedacht (zand, houten planken voor de hut, steentjes) en waar wel, en diep, over werd geprakkiseerd: door fabrikanten (verkoopt het?), ouders (kopen we het?) en opvoedkundigen (deugt het?). Wat de kinderen ook deden, altijd viel er wel wat op aan te merken door de pedagogen.

Anno 2003 wordt er verlangend teruggekeken op de tijd dat kinderen nog op straat ongehinderd vies konden worden; in 1878 wilde men juist 'het ellendige dobbelen en andere ongezonde en onbeschaafde straatvermaken de kop indrukken'. De eerste speeltuin werd opgericht.

De rijkere kinderen speelden thuis in alle eenzaamheid met poppen en tinnen soldaatjes, totdat de geleerden vonden dat er te weinig aan de fantasie werd overgelaten. Een sober poppenhuis daagde meer uit, dachten ze. De industrie fantaseerde er ondertussen op los en bedacht meccano, lego, Fisher Price -hogere fases in de evolutie van het speelgoed sinds pedagoog Friedrich Fröbel de blokkentoren ontwierp.

Auto en televisie waren heuse bedreigingen voor het kinderspel, daarover waren veel opvoeders het eens in de jaren zestig en zeventig. Kinderen speelden steeds meer binnen. Filmregisseur Hans Hylkema maakte een prachtige collage met beelden van kinderen die tussen de auto's rolschaatswedstrijden houden, op een vlot door de grachten dobberen, op een oude matras springen. Het gemekker van de pedagogo's ging ondertussen door: al dat geloer naar de televisie is slecht. ,,Ondertussen spelen de opvoeders van de jaren zeventig zelf Twister'', is het laconieke commentaar van de tentoonstellingmakers.

En de speelgoedindustrie draaide en draait overuren. Hier en daar geven de fabrikanten een educatief tintje aan hun spul, maar het moment van verzadiging is allang bereikt, meldt de expositie op het eind. ,,Ze hebben alles al.'' Tegelijk is er veel verloren gegaan. Hier en daar is er in Amsterdam een 'landje' waar kinderen splinters kunnen krijgen bij het huttenbouwen en armen kunnen breken bij het bomenklimmen, net als vroeger, maar die plekken zijn er veel te weinig, vinden de samenstellers.

Is dat de oplossing, een van overheidswege ingesteld plekje voor 'straatvermaken'? Wat is er mis met stiekem de parkeergarage doorsluipen of verstoppertje doen in portieken of op bouwsteigers? Spel moet je niet willen regelen, dat gaat vanzelf. De meestgehoorde klacht over het hedendaags spelen betreft de computer, maar, staat er terecht op het bordje bij de gameboys: de chip geeft kinderen hun geheime speelplek terug. Vroeger deden ze buiten ongezien van alles, nu sms'en, msn'en of mailen ze zonder dat hun ouders het nog kunnen volgen.

De tentoonstelling zelf is een prettig voorbeeld van edutainment. Er is een mooie vitrine met blikken koetsjes en een draaitol, een vliegtuig van meccano waarbij de vingers gaan jeuken, buiten spelen jongens op een levensgroot Mens-erger-je-niet-bord. Dinky-toys kregen terecht hun eigen vitrine, net als de houten tolletjes uit de 19de eeuw. Aan veel dingen mag je zitten: aan de gameboy, en aan een levensgroot punnikklos. Maar hoe gaat punniken ook weer? Het weefgetouwtje is voortdurend bezet, en voor een paar minuutjes is blaasvoetballen best aardig. Helaas rijdt de Mürklintrein niet. Als je op het knopje drukt hoor je alleen tsjoek-geluiden -voor meisjes uit de jaren zestig een herkenbare situatie. Aleen het broertje mocht ermee spelen, zij stond erbij en keek ernaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden