Interview Daan Manneke

Componist Daan Manneke blikt terug: ‘Ik heb alle respect voor dat jochie van toen’

Daan Manneke: ‘Niets heerlijker dan met grote, lege partituurvellen voor je neus te zitten en die dan langzaam steeds verder in te vullen’. Beeld Bram Petraeus

Vandaag viert Daan Manneke zijn tachtigste verjaardag. De boerenzoon die naar zijn innerlijk vuur luisterde en zich vastberaden lostrok uit de orthodoxe Zeeuwse klei en componist werd. ‘Dit was het leven dat ik wilde leiden.’

Daan Manneke is al ruim zestig jaar een grote constante onder de Nederlandse componisten, ook al hoorde hij er voor zijn gevoel een tijdlang niet bij. Hij kende het gereedschap van de avant-garde van de jaren zestig en zeventig, maar voelde zich er niet bij thuis. Het was niet zijn idioom. Het was te weinig muzisch, te politiek manifest. Maar de tijden dat hij zich veronachtzaamd voelde, zijn voorbij. Zijn tachtigste verjaardag wordt deze dagen groots gevierd.

Manneke nam een paar decennia geleden al afscheid als organist en zwaaide onlangs af als koordirigent. Maar de componist Daan Manneke is nog steeds actief. Neemt een componist eigenlijk ooit afscheid?

“Nee”, zegt Manneke resoluut. “Er is geen enkele aanleiding om met componeren te stoppen. Er liggen nog allerlei projecten te wachten, en daar heb ik zin in. Zoals ik altijd met groot enthousiasme gecomponeerd heb. Niets heerlijker dan met grote, lege partituurvellen voor je neus te zitten en die dan langzaam steeds verder in te vullen. Ik hoorde onlangs dat Arvo Pärt, vier jaar ouder dan ik, besloten heeft om niet meer te componeren. Hij heeft kennelijk alles gezegd wat hij te zeggen had. En we hebben natuurlijk het voorbeeld van Rossini, die stopte met componeren toen hij nog geen veertig jaar oud was, en de laatste vier decennia van zijn leven alleen nog wat ‘oudedagszonden’ aan het muziekpapier toevertrouwde. Maar Manneke die stopt? Nee. Ik kan het gewoon niet laten.”

Je wordt er gewoon mee geboren

Nog steeds woedt er in Daan Manneke dat innerlijk vuur, de noodzaak om te componeren. Waar dat vandaan komt? Manneke weet het niet, maar het zat altijd al in hem, zo ongeveer vanaf zijn dertiende. Vanzelfsprekend was dat allerminst, want op de orthodox-protestantse klei in het Zeeuwse Kruiningen was het idee van een carrière in de muziek even bizar als uitgesloten.

“Ik was een boerenzoon, voorbestemd om het landbouwbedrijf van mijn vader over te nemen. Een strenge vader had ik, met wie ik veel strijd heb moeten leveren om door te zetten wat ik wilde. Hij heeft gelukkig nog meegekregen dat het mij in de muziek voor de wind ging, maar voor hem stond muziek destijds zo ongeveer gelijk aan de duivel. En alsof dat nog niet erg genoeg was, wist hij zeker dat er in de muziek geen droog brood te verdienen was. Armoede zou troef zijn.

“Ik kan niet zeggen dat ik een grote ambitie koesterde. Het kwam meer vanuit de vreugde om het te doen, ondanks het ontbreken van een stimulans uit mijn directe omgeving. Ik denk dat je er gewoon mee geboren wordt. Een godsgeschenk? In ieder geval is muziek een van de meest vitale en overweldigende constanten in mijn leven. De Duitse romantische dichter-dominee Eduard Mörike zei erover: ‘Wer die Musik sich erkiest hat ein himmlisch Gut bekommen, weil die Engel insgemein [...] selbsten Musikanten sein’.

“Ik heb de landbouwschool gedaan om mijn vader op te volgen. Dat werd dus niets. Het was nogal tragisch voor hem, maar schuldgevoel heb ik er nooit over gehad. Ik zou een heel slechte boer zijn geweest.

“Hoe ik dan toch doorgezet heb in de muziek? Ik weet niet welke dwingende drijfveer er in mij zat, of waar ik het vandaan haalde. Maar ik wist toen al dat ik als boer lang niet zo’n vreugdevol bestaan zou hebben als als organist of componist.

‘Mijn man is naar het koor’

“Als jochie van dertien wilde ik per se les hebben van Adriaan Kousemaker, de organist en koordirigent in de Grote Kerk van Goes. Ik trok de stoute schoenen aan en ben op mijn fietsje de twaalf kilometer naar Goes gefietst. Ik belde bij de Kousemakers thuis aan, zijn vrouw deed open. Ik vroeg of ik haar man kon spreken. En toen zei zij iets wat werkelijk een enorme uitwerking op mij had: ‘Mijn man is naar het koor.’ Die zin! Magisch. In die woorden lag zó veel voor mij besloten. Dát was het leven wat ik wilde leiden. Dat organist Kousemaker niet thuis bleek te zijn, maar ‘naar het koor was’, dat bewonderde ik gewoonweg in die man – dat heb ik trouwens mijn leven lang gehad, de neiging om mensen te bewonderen.”

Wie is Daan Manneke?

Daan Manneke componeerde tot nu toe circa driehonderd werken. Het merendeel werd in opdracht geschreven voor zeer uiteenlopende groepen en ensembles. Manneke’s oeuvre is uitgebreid gedocumenteerd op zo’n veertig cd’s. Er zijn verschillende wetenschappelijke studies aan zijn werk gewijd. Hij was oprichter en ruim veertig jaar dirigent van het kamerkoor Cappella Breda, en was 45 jaar lang aan het Conservatorium van Amsterdam verbonden, als docent compositie en analyse van de contemporaine muziek. Manneke kreeg culturele prijzen van de provincies Zeeland en Noord-Brabant, werd koninklijk onderscheiden (Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw), en kreeg in Frankrijk het Diplôme de Médaille d’Argent Société Académique Arts-Sciences-Lettres. Hij is honorair kapelmeester van de Onze Lieve Vrouwekerk in Breda.

Het jaar ervoor was Manneke al een keer naar het naburige Yerseke gefietst, omdat daar in de kerk een orgelconcert was aangekondigd. “Van mijn vader mocht ik niet naar concerten gaan luisteren, dus moest ik laveren tussen hele en halve leugens om daar toch naartoe te gaan. Een toegangskaartje had ik niet. Ik heb dat concert door de dikke muur van de kerk heen beluisterd. Vanwege die muur hoorde ik de muziek natuurlijk gefilterd, maar dat deerde mij niet. Het weinige dat ik hoorde, dát deed er toe. Het ver verwijderde is mij altijd dierbaar geweest, dat heb ik mijn hele leven lang zo gevoeld.”

“Uit deze anekdote blijkt wel dat ik het helemaal uit mezelf moest halen, dat ik van niemand in mijn directe omgeving steun kreeg. Een jaar na Yerseke ontmoette ik dus Adriaan Kousemaker. Moet je nagaan, dat je als jochie van dertien dat grote orgel in de kerk van Goes hoorde en er ook zelf op mocht spelen. Het was een bedwelmende ervaring, eentje die ik na al die jaren nog helemaal kan navoelen. En om die twaalf kilometer terug te moeten fietsen naar Kruiningen, dat vond ik gewoon heerlijk. Kon ik tenminste op mijn gemak bekomen van de bedwelming en terugkeren op aarde. Landen.”

Gebruiksmuziek, bedoeld voor het Zeeuwse koorleven

Voor Kousemaker, die ook baas was muziekuitgeverij Ars Nova, componeerde de achttienjarige Manneke zijn eerste stukken. “Kleine cantate voor de Kerstnacht, heel traditioneel. Maar weet je wat het was? Ineens bestond ik als componist. Mijn noten werden uitgevoerd. Componeren in Zeeland, dat was zo iets unieks, en nu had ik een tastbaar resultaat. Het was gebruiksmuziek, heel tonaal, bedoeld voor het Zeeuwse koorleven.

“Veel later hoorde ik van de dochter van Kousemaker dat ze haar vader destijds over mij tegen zijn vrouw had horen zeggen: ‘Ik heb nu iets wat ik nog nooit heb meegemaakt’. Waarop mevrouw Kousemaker zei: ‘Adriaan, dan moet je heel streng voor hem zijn’. Ik heb in het begin strijd moeten leveren, maar ik had naderhand ook veel geluk met de mensen die ik tegenkwam.”

Manneke praat heel liefdevol over die periode in zijn leven. Zoals hij over alle mensen die hij in zijn leven ontmoette vol bewondering spreekt. Over Jan van Dijk bijvoorbeeld, van wie hij als negentienjarige compositieles kreeg op het Brabants Conservatorium in Tilburg. Over Ton de Leeuw, leraar compositie op het conservatorium van Amsterdam. Vijf jaar lang had hij les van hem. Hun professionele relatie groeide uit tot een vriendschap. De Leeuw was een leerling van Olivier Messiaen en op aanraden van De Leeuw toog Manneke naar Parijs.

“Messiaen gaf eigenlijk geen gewone compositielessen. Je kon bij hem colleges volgen in esthetiek. Van ’s ochtends negen uur tot ’s middags één uur sprak Messiaen over van alles en nog wat. Over muziek, over orgels, maar ook over allerlei andere aspecten van kunst, religie en filosofie. Die lessen kon ik helaas niet volgen. Ik had al een gezin, ik was thuis nodig. Maar Messiaen heeft altijd een grote invloed op mijn componeren gehad.”

Psalmen bij het harmonium

Veel van Manneke’s composities zijn vocaal, dan wel vocaal gedacht. Ook in zijn bescheiden orkestrale oeuvre ademt de menselijke stem mee. Georg Philipp Telemann schreef ooit: ‘Singen ist das Fundament zur Musik in allen Dingen’. Vast een stelling die Manneke van harte onderschrijft.

“Zeker. Vroeger thuis zongen we psalmen bij het harmonium. Uit het Geneefse Psalter. Lange notenwaarden. We waren met vier kinderen en we zongen heel luid. Mijn broer was vijf jaar ouder en speelde beter op het harmonium dan ik. Dat was een stimulans. De psalmen zijn levenslang een bron gebleven. Het zijn zulke goede melodieën, reformatorisch erfgoed van grote waarde. Zingen is een van de meest basale dingen van het leven, zingen doe je zonder hulpmiddelen, met je eigen lichaam. Ik word er gelukkig van en het schijnt ook nog goed te zijn voor je gezondheid.”

In 1976 richtte Manneke het kamerkoor Cappella Breda op. Met dat koor kreeg hij een instrument in handen waarmee hij als componist kon experimenteren. Er zelf stukken voor schrijven, maar ook verrassende, ongebruikelijke programma’s samenstellen. Dufay naast Hindemith of Stravinsky. Op zoek gaan naar specifieke vocale kleuren, contrasten. Scherpe tegenstellingen – goed hoorbaar in zijn pianocyclus ‘Grote Archipel’ – vormen sowieso een rode draad in het leven van de componist, die van de Zeeuwse klei naar de Brabantse zandgronden verhuisde.

Geen groot talent voor ijdelheid

Terugkijken op zestig jaar componeren, wat levert dat voor beeld op? “Het gevoel dat ik niet anders kon dan dit pad volgen vind ik nog steeds geweldig. Opmerkelijk dat je zo overtuigd van jezelf kunt zijn. Er is veel weerstand geweest, maar een beetje weerstand kan geen kwaad. Gelukkig heb ik geen groot talent voor ijdelheid. Er was in die beginjaren geen vergelijk, dus het maakte me niet uit of ik goed gevonden werd. Ik maakte iets, maar wist niet waar het vandaan kwam.

“Een van mijn eerste stukken – psalm 121 met de tekst ‘Je lève mes yeux sur les montagnes’ – dat was gewoon beginnersgeluk. Toen het stuk dertig jaar oud was, benaderde een uitgever mij. Hij wilde het uitgeven en in een bundel opnemen. Hij adviseerde mij er nog eens goed naar te kijken, zodat ik er alle fouten uit kon filteren. Maar hoe ik ook zocht, ik kwam tot geen enkele verbetering. Opmerkelijk toch? Het heeft me geleerd om al mijn stukken te verdedigen, ook de vroege. Toen was ik ook al iemand. Ik heb alle respect voor dat jochie van twintig van toen. Psalm 121 is nog altijd mijn meest uitgevoerde werk.”

Vandaag staat November Music in Den Bosch stil bij Manneke’s tachtigste verjaardag. Pianist Ralph van Raat speelt ‘Grote Archipel’ en Cappella Breda zingt Manneke, Sweelinck en Messiaen. Op 9 november is er in de Amsterdamse Waalse Kerk een symposium rondom de componist. Op diezelfde dag klinkt ‘Grote Archipel’ opnieuw, dan in Middelburg met de zes pianisten voor wie Manneke de delen oorspronkelijk schreef. Voor deze en meer jubileumconcerten: www.daan80.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden