Boekrecensies

Colson Whitehead hoefde niets te verzinnen aan zijn gruwelschool voor straatschoffies

Overblijfselen van lichamen in een massagraf bij de Dozier School for Boys in Marianna, Florida worden geruimd. Beeld REUTERS

‘De jongens van Nickel’ is een overdonderende roman over een tuchtschool in Florida in de jaren zestig waar kinderen verdwenen. Maar ook over segregatie en het begin van de burgerrechtenbeweging.

Vijf jaar geleden werd nabij de Dozier School for Boys in Marianna, Florida een gruwelijke vondst gedaan: op een heuvel achter de school bleken meer dan vijftig kinderen te zijn begraven. De meeste overblijfselen waren niet meer te identificeren. De tuchtschool was net een paar jaar gesloten en al vaker in opspraak geweest, maar een deugdelijk onderzoek naar de misdaden had nooit plaatsgevonden.

Sinds 1900 werden op het instituut jongens in de leeftijd van 5 tot 20 jaar gevangengezet voor soms belachelijk kleine vergrijpen (roken op straat, rondhangen, winkeldiefstal), ze moesten zogenaamd leren en werken, maar werden uitgebuit, uitgehongerd, misbruikt en gemarteld. Sommige scholieren verdwenen van de ene op de andere dag. Met de vondst van de graven werd duidelijk hoe. Dozier bleek een hel en een massagraf.

Colson Whitehead veranderde in zijn nieuwe roman ‘De jongens van Nickel’ de naam van de school in Nickel Academy, verder hoefde hij zich alleen maar aan de gruwelijke feiten te houden. Het werd een heel ander boek dan ‘De ondergrondse spoorweg’, zijn vorige roman, die belangrijke prijzen won en door Obama en ­Oprah werd geprezen. In dat boek verzon hij een onderaards netwerk van treinen en fantaseerde hij op filmische wijze een nachtmerrieachtig Amerika bij elkaar. ‘De ondergrondse spoorweg’ was een roman over slavernij, maar ging op een subtiele manier ook over hedendaags racisme.

‘De jongens van Nickel’ gaat over de segregatie in de jaren zestig en het begin van de burgerrechtenbeweging, en het is opnieuw een boek met een sterke onderstroom: net als Cora in ‘De ondergrondse spoorweg’ kent de jonge hoofdpersoon Elwood Curtis een niet in te tomen drang naar vrijheid, die niet kan worden gebroken door geweld, machtsmisbruik en voort­durende vernedering. “Maar wees ervan verzekerd dat wij jullie zullen uitputten met ons vermogen om te lijden, en dat de dag komt dat wij onze vrijheid zullen heroveren.” Aldus Martin Luther King.

Elwood, een rustige, intelligente jongen uit een arme, zwarte wijk in Tallahassee (Florida), bezit één grammofoonplaat, met speeches van de dominee, en hij kent ze uit zijn hoofd. Hij kan goed leren en maakt indruk op zijn leraren, waardoor hij de kans krijgt op een goede high school verder te studeren. Door een misverstand belandt hij niet op die nieuwe school, maar op de tuchtschool Nickel.

Het ligt in Elwoods karakter om niet bij de pakken neer te zitten. Hij blijft rustig en vastberaden, en dat maakt hem aandoenlijk. “Ik zit hier vast, maar ik ga er het beste van maken, zei Elwood tegen zichzelf, en ik blijf hier niet lang.” De zachtaardige, slimme nieuweling is natuurlijk het klassieke slachtoffer op een tuchtschool, zeker als daar stereotype sadisten rondlopen als de witte opzichter Spencer.

Maar Elwood onttrekt zich als personage aan iedere vorm van stereotypering. Hij verrast steeds. Zo stelt hij koel vast na een afranseling dat men het niet eens speciaal op hem gemunt heeft: “Er zat geen hogere logica achter de wreedheden op Nickel, die kwamen enkel voort uit wrok en willekeur.” Zijn vriendschap met de laconieke, door de wol geverfde Turner sleept hem door de dagen. Ten slotte ziet hij in dat hij een radicale en zeer gevaarlijke actie zal moeten ondernemen om weg te komen van Nickel. Zal het Elwood en Turner lukken om te ontsnappen?

Beeld Hollandse Hoogte

Vanaf het moment dat die vraag de lezer in een ijzeren greep houdt, wordt het verhaal niet meer lineair verteld. We bevinden ons ineens in een bloedheet New Yorks appartement met ratten en kakkerlakken. Ook dat is een van Whiteheads onmiskenbare sterke punten: hij kan in terloopse zinnen een heel nieuw decor oprichten, beeldend en spaarzaam tegelijk, alsof hij een camera bedient in plaats van de pen. Whitehead wisselt in het slotdeel per hoofdstuk van plaats, tijd en perspectief, en pas als je het verbluffende slot van deze roman hebt gelezen begrijp je waarom.

Afgelopen jaar verschenen twee klassieke romans uit de Afro-Amerikaanse literatuur van de jaren zestig en zeventig in vertaling: William M. Kelley’s ‘Uit de maat’, en James Baldwins ‘Als Beale Street kon praten’. Colson Whitehead toont zich in deze roman de erfgenaam van deze auteurs: hij bezit een poëtisch register en een drang tot experimenteren waarmee hij aan Kelley schatplichtig is, en een harde, realistische toon die aan Baldwin doet denken. Van beiden heeft hij de warm-menselijke ondertoon die toch prevaleert in een snoeiharde wereld vol onrecht.

Tijdens het lezen vroeg ik mij zo nu en dan af wat Whitehead met dit boek precies wil. Wil hij de misstanden op de Dozier-school tonen, of inzicht bieden in hoe geïnstitutionaliseerd racisme werkt? Of is het in de eerste plaats een tijdsbeeld, een karakterschets en een spannend verhaal? Na afloop was ik zo onder de indruk dat ik de vraag uit het oog verloor. Het kan heel goed alle drie zijn.

Kort daarna las ik het schokkende bericht dat in april opnieuw resten van 27 lichamen zijn opgegraven rond de Dozier School. Het benadrukt de urgentie van dit verhaal. ‘De jongens van Nickel’ verschijnt pas over een maand in het Engels, Whitehead laat in het nawoord geen enkel misverstand bestaan over zijn bronnen, dus het is te hopen dat het boek de Dozier School in Florida opnieuw in de media brengt, en in het kielzog daarvan andere weggemoffelde racistische wandaden. “Geweld is de enige hefboom die groot genoeg is om de wereld in beweging te krijgen”, mijmert een wanhopige Elwood in ‘De jongens van Nickel’. Maar met een boek kom je soms een heel eind.

Oordeel: beeldende, aangrijpende roman over gruweldaden op tuchtschool in Florida.

Colson Whitehead

De jongens van Nickel

Vert. Harm Damsma, Niek Miedema. Atlas Contact; 222 blz. € 22,99

Lees ook:

Amerika is de cipier van zwarten

Sybilla Claus interviewde Colson Whitehead over het succes van zijn boek ‘De ondergrondse spoorweg’ en het presidentschap van Obama. “Het waren mooie tijden. En toen kwam Trump.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden