Christus

Kunstenaars worstelen er al eeuwenlang mee: hoe zag Christus eruit? In Keulen is deze zomer te zien hoe ze het vraagstuk te lijf gingen. Curator Roland Krischel maakte merkwaardige keuzes.

Het onderwerp is zo oud als de vier evangeliën: al sinds de vroegste eeuwen hebben kunstenaars zich ingezet om het leven en lijden van Jezus Christus te verbeelden. Waarbij ze steeds op dezelfde problemen stuitten: het is noodzakelijk om enige kennis te hebben van hoe de hoofdpersoon eruitzag.

Met de evangeliën als basis zou je zeggen dat de kunstenaars er wel uit konden komen. Dat blijkt niet zo te zijn. De meeste kunstenaars interpreteerden Christus als het ware met de natte vinger, waarbij ze zich niet gehinderd achtten door hun voorgangers.

Dat dat tot een enorme variëteit aan uitdrukkingswijzen leidde, is goed te zien op een expositie in het Keulse Wallraf-Richartz Museum. Daar wordt in zo’n tachtig zienswijzen evenzovele ’aspecten’ van de figuur Christus getoond. Niet langs een chronologisch traject, maar langs een nogal verwarrend thematisch pad. Misverstanden rijzen onmiddellijk. Door voor ’de Verrijzenis’ te kiezen, wordt meteen een beroep gedaan op kennis die rooms-katholieken en protestanten ieder op hun eigen wijze hebben verworven. Het Duitse museum, in de figuur van curator Roland Krischel, spreekt dan ook van een ’theologische overpeinzing’ om zijn keuze te rechtvaardigen. In een laatmiddeleeuws schilderij gaat Christus volgens de toen heersende opvatting eerst naar het voorgeborchte, waar hij Adam en Eva en de heiligen van het Oude Verbond zal bevrijden. Maar in het volgende schilderij, van El Greco uit 1600, gaat het plotseling om een Christus die gewichtloos en rechtstandig de hemel in zweeft. Om te laten zien hoe bijzonder dit feit is, hangt direct naast de El Greco een Opstanding van Rubens uit 1615.

België’s beroemdste schilder geeft Christus weer op het moment dat hij uit zijn graf opstaat. Zou je van de Greco kunnen zeggen dat Christus als mens er nog enigszins doods uitziet, bij Rubens oogt Christus springlevend, wilskrachtig en dynamisch. Rubens snijdt hier het vraagstuk aan op welk moment Christus goddelijk wordt. Bovendien verwijst hij nog naar een ander mystiek gegeven, tot dan toe nog niet aan de orde gesteld op de expositie. Rubens laat Christus uit een ongeopende graftombe klimmen, daarmee de vraag openlatend wat de aanwezigen op de derde dag na de kruisafname aantroffen bij het graf.

Je zou na deze verschillende opvattingen over de Verrijzenis verwachten dat dan het voorafgaande verhaal van de kruisiging en de lijdensgang van Christus aan de orde komt. Maar het lijkt erop dat Krischel al te bloedige scènes uit de weg wilde gaan. Na de Opstanding komt ineens een visie op het ’ware portret’ van Christus aan de orde. Deze thematiek, die vooral voor icoonschilders van belang was, leidde tot een reeks van ’Vera ikons’ die als model voor vele generaties van hoofdzakelijk Oost-Europese schilders werd gebruikt. Zo zou het ware portret van Christus teruggrijpen op een zogeheten mandylion die ergens in de 13de eeuw in Constantinopel werd vervaardigd, misschien ook wel op basis van een nog ouder voorbeeld. Dit soort mandylions werd niet door mensenhand gemaakt. Daarmee werd de weg geopend voor een eeuwenlange reeks van exacte kopieën, allemaal gemaakt op grond van dit zogezegd onbesmette voorbeeld. Omdat de tentoonstelling verder geen iconen laat zien, loopt dit thema als het ware een doodlopende weg in.

Dat blijkt helemaal als kunstenaarsvisies op de relatie van Christus met het kruis in zicht komt. Sommige voorbeelden, vooral die van moderne kunstenaars als Andy Warhol of Joseph Beuys, gaan zover in hun respect voor de (ongeziene) Christus dat zij in het bijzonder het kruis centraal stellen. Van Beuys wisten we al dat hij bijzondere aandacht voor het kruis had (hij wijdde series aan het Braunkreuz), van pop-artschilder Andy Warhol was zijn (jeugdige) religieuze belangstelling minder bekend.

Toch ontstaan ook in de museale visie op de moderne kunstenaars hier en daar flinke hiaten. Het is natuurlijk heel aardig om Lovis Corinth een van smartelijke pijn doortrokken Christus van het kruis te laten halen. Maar wie niet weet dat de schilder zelf links op de voorgrond prominent in beeld komt, zal de clou van het verhaal missen. (De schilder heeft zichzelf zo afgebeeld dat hij met grote nieuwsgierigheid én compassie naar de smartelijke Christus kijkt, alsof hij nog helemaal moet leren hoe de lijdende zoon van God eruitzag.)

De schilders in de drie voorgaande eeuwen hadden daar minder last van. De Barok was een tijd van grote zekerheid, zeker de periode na de Contrareformatie. Het is jammer dat het Duitse museum weinig op heeft met schilders als Tiepolo en Tintoretto die in het 18de-eeuwse Venetië opdrachten van de dominicanen kregen. Bij Tiepolo leefde het geloof in de rk kerk als nooit te voren. Hij deelde dan ook vrolijk in de bouwwoede die het katholicisme wist op te stuwen. Hoezeer Tiepolo ook zijn best deed om Christus te laten triomferen, op de Keulse expositie klinkt daar weinig van door.

Hetzelfde geldt voor het slotakkoord. Beschouw je het alom voelbare lijden van Christus als de apotheose van zijn leven op aarde, dan zou er nog maar één emotie getoond kunnen worden die nog smartelijker is: die van Christus ’ moeder. In haar rol van menselijke verschijning wordt zij beschouwd als waardevolle intermediair tussen de gelovige en God. Haar bewogenheid bij het aanzien van haar dode zoon zou dan toch breed in beeld moeten komen. Het is alsof de samensteller kiest voor de emotie die de kijker met Christus heeft; hij opteert niet voor de allerhoogste emotie die Christus , nog even op aarde, met een medemens heeft. Het ontbreken van een dergelijke piëta is een geweldig manco.

Weten we nu, als handreiking bij het geloven, hoe Christus eruitzag, of blijven we even ongelovig als Thomas die met een hoogst teder gebaar de doodsteek in Christus ’ rechterborst aanwijst? Terwijl we ook over de plaats van de wonde moeten twijfelen. Want was het niet de monnik Bautista die in 1657 een kopie maakte van de toen al zo beroemde Lijkwade van Turijn? Hij kopieerde de beroemde doek zo goed mogelijk, maar wilde de plaats van de steekwonde niet zonder meer accepteren. Hij koos voor de linkerborst, zonder daarvoor het bewijs te hebben gevonden. Ook Bautista was een gelovige die geen natuurkundige of historische kennis nodig had om zich als schilder voor het leven en lijden van Christus te interesseren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden