BoekrecensieEen eeuw van licht

Christiaan Huygens keek over de grenzen heen

Christiaan Huygens, geschilderd door Casper Netscher (1671)Beeld Rijksmuseum Boerhaave, Leiden

Hugh Aldersey-Williams graaft in zijn biografie van Christiaan Huygens heel diep, maar wil soms wel erg veel vertellen.

Als eerste buitenlandse lid werd Christiaan Huygens in 1663 toegelaten tot het selecte, geniale gezelschap van de Britse Royal Society. Niet veel later werd de Hollander de man die als een soort onderzoeksdirecteur leiding ging geven aan de Franse Academie van Wetenschappen. In zijn eigen land, de Republiek, waren de omstandigheden voor een groot geleerde in veel opzichten ideaal: er was sprake van een lange periode van economische bloei en de vrijheid om te denken en te onderzoeken was relatief groot. Maar één groot wetenschappelijk centrum kwam er niet van de grond. Daarvoor was de concurrentie tussen de diverse steden en gewesten te groot.

Dus zocht Huygens (1629-1695) het over de grens. Eigenlijk altijd al, laat de Brit Hugh Aldersey-Williams goed zien in Een eeuw van licht. Het leven van Christiaan Huygens. De man die centraal staat in de biografie was een sociaal dier en begreep dat vooruitgang alleen viel te boeken als de grote geesten ongeacht hun nationaliteit zoveel mogelijk samenwerkten en ideeën en vondsten uitwisselden. “De wereld is mijn land, de wetenschap mijn religie”, zou hij ooit hebben gezegd.

De Franse wetenschapper Marin Marsenne was zo onder de indruk van het talent en de liefde voor wiskunde van de jonge Christiaan dat hij deze al snel beschreef als ‘de jonge Archimedes’. Die buitengewone mathematische basis stelde Huygens in staat om grote stappen te maken op het gebied van de astronomie, optica en mechanica. Hij droeg bij aan het begrip van de werking van licht en geluid, verbeterde de telescoop en het slingeruurwerk, maar hield zich evengoed bezig met de kansen bij dobbelen en andere spelen, de toverlantaarn (hij zag al gauw geen serieuze toepassingen) en de mogelijkheden van buitenaards leven (‘niet onredelijk’).

Vermogen tot verwonderen

Christiaan Huygens schreef daarbij ook nog eens gemakkelijk en had bovendien een vaardige tekenhand, die hem in staat stelde om zijn theorieën en experimenten ook visueel inzichtelijk vast te leggen. Die talenten waren een erfenis van vader Constantijn. Die was weliswaar secretaris van de stadhouders Frederik Hendrik en Willem II, maar zijn interesse reikte verder dan alleen staatszaken: Huygens senior ontpopte zich ook op het gebied van literatuur, muziek en architectuur. Zijn zonen Constantijn junior en Christiaan kregen dezelfde breedte en vaders vermogen tot verwonderen mee. Door middel van privéonderwijs van vooraanstaande leraren werd bovendien een prima basis gelegd in tal van vakken. Constantijn junior volgde het pad van zijn vader in staatszaken. Christiaan ontwikkelde zich als wetenschapper. Beiden hadden ook vaders talent om verschillende ideeën te doordenken en slim te combineren en om, indien nodig, pragmatisch te handelen.

Tekenend voor Christiaans veelzijdigheid is de lijst met mogelijk te bestuderen vragen die hij opstelde als onderzoeksdirecteur van de Franse Academie van Wetenschappen: Wat is de diameter van de zon, de maan en de planeten? Hoe zijn verrekijkers en microscopen te perfectioneren? Hoe meet je de kracht en de snelheid van wind? Wat is het verband tussen de toonhoogte en de vorm en grootte van klinkende lichamen?

Inzichten scherpen

Met veel van die kwesties had de ‘grootste geleerde van zijn tijd’ zich al beziggehouden of zou hij zich nog gaan bezighouden. De kwalificatie ‘grootste geleerde’ komt voor rekening van Aldersey-Williams, die zelf natuurkunde studeerde aan de universiteit van Cambridge. De biograaf is bijzonder diep in zijn onderwerp en diens tijd gedoken. Hij maakte zich onder meer een beetje het Nederlands en het oud-Nederlands eigen en zocht – heel Huygensachtig eigenlijk – contact met tal van geleerden, van grote wetenschapshistorici tot schilderijenkenners, om zijn inzichten te scherpen. De auteur is vol van de vergaarde kennis, de enerverende periode en nevenpersonages. Dat heeft als nadeel dat hij heel veel wil vertellen en een tijdlang uit het oog lijkt te verliezen, dat hij een biografie schrijft. Pas op pakweg een derde van het boek komt de nadruk echt op Christiaan Huygens zelf te liggen.

Dan blijkt de brede belangstelling van Aldersey-Williams soms ook een voordeel. Zijn interesse reikt verder dan de natuurwetenschapper Huygens. Zo gaat het ook over de gebiografeerde en de muziek. Die diende als studieonderwerp, maar bleef ook altijd een bron van ontspanning en fungeerde bovendien als sociaal breekijzer. De auteur maakt ook werk van het vermeende Hollandse licht en de rol ervan in de schilderkunst en Huygens’ bestudering van het fenomeen licht. Een kracht van Een eeuw van licht is ook dat de auteur niet blijft hangen in zijn bewondering voor Huygens. Het wonderkind/genie blijkt gewoon een mens die worstelt met zijn omgeving en zijn tijd.

Opmerkelijk genoeg leed Huygens’ loopbaan relatief weinig onder de diplomatieke spanningen en oorlogen van de zeventiende eeuw. In veel gevallen kon hij zijn internationale activiteiten voortzetten of na korte tijd alweer oppakken.

Reputatie

Wie het eerst met een vondst kwam, was nog niet altijd even duidelijk. Huygens’ verbetering van de precisie van uurwerken en horloges bracht hem langdurig in conflict met de Brit Robert Hooke, die claimde al eerder soortgelijke ideeën te hebben gehad.

Hugh Aldersey-Williams

Huygens en de dertien jaar jongere Isaac Newton beschouwden elkaar als gelijken. De waardering over en weer belette hen niet om bijzonder kritisch te zijn op elkaars werk. Pas postuum zou Newton een veel grotere reputatie verwerven, omdat de machtige Britten hem op het schild hieven als symbool van rede en vooruitgang en de Nederlanders het er verhoudingsgewijs bij lieten zitten met ‘hun’ Huygens.

De geniale geleerde trouwde nooit, maar liet wel zijn oog vallen op een aantal vrouwen. De liefde hield hem ook bezig. Met een tekening van Jupiter liet hij zijn broer Constantijn meteen twee zelfgeschreven liedjes toekomen. De tekst van een ervan liet weinig te raden over: “Maar het is waar, ik beken het jouw schoonheid houdt mijn ziel gevangen, /Ach, als ik je op je achterwerk kon slaan zou ik vrij zijn, /En als jij zou willen rusten op mijn bed om mijn verlangen te bevredigen, /Zou ik honderd keer je ogen en je mond kussen en sterven van genot.”

Hugh Aldersey-Williams
Een eeuw van licht. Het leven van Christiaan Huygens
Vert. Ineke van den Elskamp en Gertjan Wallinga
Thomas Rap; 488 blz. € 29,99

Lees ook

Auteur Hugh Aldersey-Williams wil een herwaardering van deze Nederlandse wetenschapper: ‘Hij was beter dan Newton’

Volgens auteur Hugh Aldersey-Williams begreep Christiaan Huygens beter dan Isaac Newton wat gedegen wetenschappelijk onderzoek inhield. Met zijn aanpak zorgde Huygens voor een opmaat voor de moderne natuurwetenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden