InterviewMarc Albrecht

Chef-dirigent Marc Albrecht stopt na tien intense jaren: ‘Door de zevende van Mahler miste ik de geboorte van mijn dochter’

Marc Albrecht, zoals altijd joviaal op de bok. Beeld Melle Meivogel

Maandag zou chef-dirigent Marc Albrecht na tien jaar afscheid nemen van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Het feestelijke uitzwaaien wordt later ingehaald. ‘Het zal moeilijk worden om deze periode in Amsterdam te overtreffen.’

Als de telefoon in Berlijn op het afgesproken tijdstip overgaat, neemt dirigent Marc ­Albrecht als altijd joviaal op. Hij heeft duidelijk zin in het gesprek. Maar op de achtergrond is al snel het gepruttel van een baby te horen. “Ja, neem me niet kwalijk”, legt de wat onthande Albrecht uit, “mijn vrouw had eigenlijk al thuis zullen zijn. Juliette is nu zeven maanden oud en werd geboren terwijl ik in Amsterdam de Zevende symfonie van Mahler dirigeerde. Toen ik daarna met gezwinde spoed naar Berlijn vloog, was ze bij mijn binnenkomst al twee uur oud. Ik heb haar geboorte dus net gemist helaas.” Liggend in de armen van haar pratende vader gaat het gepruttel al ras over in heus geblèr. We besluiten de thuiskomst van mevrouw Albrecht af te wachten en het gesprek met een uurtje uit te stellen.

Toen Albrecht in 2011 aan zijn dubbele baan als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO) en De Nationale Opera (DNO) begon, ging dat niet gepaard met al te veel toeters en bellen. In september van dat jaar startte hij in het Concertgebouw met Mahlers Zesde symfonie, en een maand later begon hij in Nationale Opera & Ballet (toen nog gewoon Muziektheater hetend) met Strauss’ ‘Elektra’. Bijzondere muzikale gebeurtenissen, maar er waren geen officiële toespraken, geen publieke welkomstfeestjes. Het tekende wellicht de hardwerkende, no-nonsense Albrecht. Sympathiek tot op het bot, met die joviale uitstraling op de bok, maar wars van opgelegd pandoer.

Het afscheid van Albrecht is onbedoeld nog soberder. Of eigenlijk: er is helemaal geen feestelijk afscheidsconcert. De geliefde dirigent vertrekt met stille trom. De toestand in de wereld maakt het onmogelijk dat hij vandaag met Beethovens Negende symfonie zijn publiek, zijn orkest en zijn Koor van De Nationale Opera muzikaal vaarwel kan zeggen. De laatste nieuwe productie als chef van De Nationale Opera – Strauss’ ‘Die Frau ohne Schatten’ – ging in april en mei ook al niet door.

Maar op het laatste moment besloot het NedPhO om Albrecht toch naar Amsterdam te laten komen voor een klein concert van een uur in het Concertgebouw. Het geeft Albrecht de gelegenheid om zijn musici als chef nog één keer in de ogen te kijken. Aanstaande zaterdagmiddag dirigeert Albrecht muziek van Strauss, Mahler en Schumann. Voor dertig mensen publiek. Op 30 juni wordt het concert uitgezonden via NPO Radio 4 en gestreamd op de facebookpagina van het orkest. Voor Albrecht is dit niet het alternatief voor zijn afscheidsconcert. De Negende symfonie van Beethoven wordt later volgend jaar ergens ingepland.

Een nonchalant sprongetje op de bok

Even los van al die muzikale hoogtepunten waarvan hij de aanjager was, zal dirigent Marc Albrecht (Hannover, 1964) misschien toch vooral ook herinnerd worden om de manier waarop hij het applaus in ontvangst nam. Elke dirigent heeft daar zijn eigen ritueel voor gevonden. Dat van Albrecht was bovenal innemend. Een nonchalant sprongetje op de bok, handen losjes op de leuning, het hoofd wat opzij gebogen, een brede lach op het gezicht. Nog altijd een tikkeltje verlegen? Minzaam en charmant, dat zijn misschien de goede woorden voor wat die Albrecht-houding steeds maar weer uitdrukte. Het werd een handelsmerk.

Hoe is Albrecht omgegaan met het wegvallen van dat applaus en dat sprongetje op de bok? Een musicus heeft in elk geval zijn instrument nog, maar een dirigent heeft alleen zijn handen. Loze handen als er niet op gereageerd wordt door musici. Albrecht bekent dat hij in de eerste weken van de pandemie op de rand van een zware depressie zat.

“Niet te kunnen uitvoeren, is voor een uitvoerder gekmakend. En in het begin zag het er allemaal zo uitzichtloos uit. Ik speel gelukkig aardig piano en ben dat in eerste instantie maar weer wat gaan proberen. Techniek bijspijkeren en zo. Maar het was uiteindelijk niet waar ik naar op zoek was.

Orgel leren spelen

“Aan de overkant van ons huis in Berlijn staat de Kirche am Lietzensee. Daarin staat een modern orgel, en ik bedacht ineens dat orgel leren spelen misschien meer praktisch was, en meer voldoening zou geven. Ik kon goede afspraken met de kerkgemeente maken. Elke dag ga ik daar nu heen en zit een paar uur achter het orgel in een lege kerk. Ik heb hiervoor nog nooit een orgel aangeraakt. Alles is nieuw voor me. Ik ben volledig autodidact, maar wel heel serieus bezig. Het ontdekken van zo’n overweldigend instrument als een orgel, met al die verschillende kleuren en registers, voelt een beetje aan alsof je met een orkest bezig bent. 

“Vooralsnog speel ik uitsluitend muziek van de grote Bach. Waar ik normaal iets moet kunnen uitdrukken met mijn handen, probeer ik dat nu ook met mijn voeten op de orgelpedalen te doen. Ik ben blij dat ik dit ontdekt heb. Zo kan ik deze periode voorlopig aardig overleven. Ik pendel nu elke dag heen en weer tussen de baby en het orgel. En natuurlijk is het voor de baby en mij wel heel goed dat ik zoveel vrije tijd heb nu. 

‘Als de opera moet wachten op een medische oplossing, dan hebben we grote problemen’

“Ik maak me echt zorgen over de toekomst. Hoe moet dat met het muziektheater, met de opera? Moeten we een nieuwe stijl van acteren uitvinden? Want hoe beeld je verzengende passie uit als je elkaar niet mag aanraken, of hoe regisseer je een gevecht tussen rivalen? Om over grote koorscènes nog maar te zwijgen. En met een koor repeteren, hoe moet dat? Een koorzaal is als een kooi. Als elke actie op het toneel verboden blijft, dan krijg je de afstandelijke abstractie van het regietheater van Bob Wilson. Hoe mooi dat ook kan zijn, het is niet de goede weg. Als de opera moet wachten op een medische oplossing voor het virus dan zijn we met z’n allen in grote problemen. Het streamen van uitvoeringen is natuurlijk mooi, maar het is nog niet een kwart van wat we met muziektheater live kunnen zeggen en uitdrukken.

“Voor orkesten is er wellicht een betere uitweg. Ik hoorde dat men bij het Concertgebouworkest al aan het praten is om de musici in de parterre te zetten, en het publiek op het podium en de balkons erboven. Maar het luisteren naar elkaar zal heel moeilijk worden op zo’n afstand. Het betekent de dood van alle vormen van subtiele, muzikale communicatie. Ja, ik praat daar veel over met mijn collega’s. We maken ons zorgen. En ik moet mijn gedachten een beetje beteugelen als ik aan het niet doorgaan van mijn afscheid in Amsterdam denk.

Marc Albrecht dankt de musici van het Nederlands Philharmonisch Orkest na een concert in 2018.Beeld Melle Meivogel

“Na tien intense jaren wil je de musici in de ogen kunnen kijken, ik wil ze zien, en gelukkig kan dat door het ingelaste concert nu toch nog even. Tien jaar is lang in dit vak. Ik had na mijn afscheid van Amsterdam een sabbatical tot het eind van dit jaar gepland. Om me even te herpakken. Het is soms echt té druk geweest de afgelopen tijd. Vanaf januari, als het allemaal doorgaat, zit mijn agenda alweer helemaal vol. Het is dus nog niet duidelijk wanneer ik mijn afscheidsconcert in Amsterdam kan inhalen.”

In mei 2018 maakte u bekend uw contract bij DNO en ­NedPhO niet te verlengen. Waarom wilde u eigenlijk stoppen?

“Eerst en vooral om artistieke redenen. Op een bepaalde manier heb ik hier een paar cirkels rond kunnen maken. Alle Mahler-symfonieën met het orkest, alle Strauss-opera’s die ik de moeite waard vind bij DNO. We hebben veel Wagner kunnen doen en interessante rariteiten. Ik voelde dat we bij een natuurlijk einde waren uitgekomen. Dingen herhalen is nooit een goed idee. Met het vertrek van artistiek directeur Pierre Audi bij DNO heeft mijn besluit niets te maken. Het tegendeel eigenlijk. Ik ken zijn opvolgster Sophie de Lint heel goed, en zij zou juist een reden zijn geweest om te blijven. Maar een nieuwe productie van Wagners ‘Der Ring des Nibelungen’ zit er in Amsterdam de komende tijd niet in. Dat zou voor mij een droom geweest zijn, een hoeksteen in mijn carrière die nog ontbreekt. Ik ben toe aan de ‘Ring’. Echt. Het niet doorgaan van ‘Die Frau ohne Schatten’ was erg, maar niet zó erg, omdat we dat al samen hadden gedaan in 2008. Overigens is alles voor die nieuwe enscenering klaar, het decor, de kostuums. Ik hoop dat we het later kunnen inhalen.

“En dan was er nog een andere reden. Ik ben heel gelukkig geweest in Amsterdam. Mijn familie ook. We hebben er fantastische herinneringen aan. Het zal moeilijk worden om deze geweldige periode in Amsterdam te overtreffen. Maar ik deed eigenlijk al die tijd steeds iets te veel, werkte te hard. Amsterdam had altijd mijn prioriteit, maar nu wil ik wat meer tijd voor mezelf. Ik haal even mijn voet van het gaspedaal. Ik heb tijd nodig om te resetten. Nee, er wacht geen nieuw vast orkest op mij, ik heb nergens een vaste aanstelling. Maar daar heb ik geen spijt van. Ergens als gast optreden is ook heel leuk. Je kunt het programma bepalen, je voorkeuren voor solisten opgeven, en ‘nee’ zeggen tegen dingen die je niet aanstaan. Ik kijk uit naar die flexibiliteit, dat ik weer heer en meester word van mijn eigen agenda.”

En als er een operahuis met een aanbieding komt, waartussen ook een nieuwe productie van de ‘Ring’ tot de mogelijkheden behoort?

“Ja. Het hangt ervan af waar, en of het dan daar ook verder artistiek uitdagend is. Ik ben wel echt een man voor de opera. Opera’s voorbereiden is veel uitputtender, maar het levert zo veel meer op uiteindelijk. Terugkijkend maakt dat mijn debuut twaalf jaar geleden met ‘Die Frau ohne Schatten’ nog belangrijker. Ik prijs mij daar echt gelukkig mee, omdat ik kon beginnen met de enorme orkestbezetting waar Strauss om vraagt. Ik merkte daar en toen dat we samen tot grote dingen in staat waren. We waren een match, de super-gemotiveerde NedPhO-musici en ik deelden dezelfde passie. Ik denk dat we iets hebben opgebouwd van grote waarde. Door hard te werken hebben we moeilijkheden overwonnen. Ik ben iemand die mensen graag uitdaagt, en de musici lieten zich graag uitdagen. Routineus of veilig was het nooit. Als ik het zaterdagavond zus deed, kon ik het op zondagmiddag zo doen, er was ruimte voor improvisatie. Het werd soms wat glibberig onder hun voeten, maar we vonden altijd weer vaste grond. Vertrouwen geven in spontaniteit. Ik heb veel van hen geleerd. Mijn opvolger Lorenzo Viotti zal weer andere accenten aanbrengen, en dat is goed voor het orkest. Nieuwe uitdagingen.

Wat waren in die twaalf jaar de hoogtepunten?

“Een echte ontdekking voor mij was ‘Kitesj’, de opera van Rimski-Korsakov. Pierre Audi stelde dat voor en het werd onvergetelijk voor mij. Het succes van Mozarts ‘Zauberflöte’ was een grote verrassing. Bergs ‘Wozzeck’ is een all-time favourite, en Schönbergs ‘Gurre-Lieder’ het meest bijzonder. Die productie kon nergens anders dan in Amsterdam gerealiseerd worden. Dat ik hier ‘Parsifal’ mocht dirigeren in de unieke productie van Audi zal me altijd bijblijven. En natuurlijk die Zevende symfonie van Mahler. Ik had die symfonie nog nooit eerder gedirigeerd en eigenlijk kwam daarin alles samen wat we hier in Amsterdam hebben opgebouwd. Al miste ik er wel de geboorte van mijn dochter door.”

Het NedPhO streamt deze dagen Albrechts superieure uitvoering van Mahlers Achtste symfonie uit 2019, en DNO zendt op zijn kanalen de productie van Schönbergs ‘Gurre-Lieder’ (2014) uit.

Lees ook:

De Oscars van de operawereld, dat bekt toch lekkerder dan de International Opera Awards

Afgelopen maandag bij de prijsuitreiking in Londen werd Marc Albrecht, de scheidend chef-dirigent van DNO, uitgeroepen tot ‘Conductor of the Year’.

Allemachtig, wat goed: honderden musici zorgen voor onvergetelijke uitvoering van Mahlers Achtste

Was Albrechts bezieling zaterdagavond hoor- en voelbaar, op de videobeelden van de live-stream was dat ook terug te zien. Op de momenten dat de camera lijf en gezicht van Albrecht in close-up nam, zag je het heilige vuur branden. Hier stond een dirigent voor wie een droom werkelijkheid werd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden