Prentenboek

Charlotte Dematons’ alfabet: de K is van krullen, kanker en kabouters

Kinderboekenillustratrice Charlotte Dematons: 'Al mijn nachtponnetjes hebben verf aan de boorden.'Beeld Martijn Gijsbertsen

Dag en nacht werkte Charlotte Dematons aan ‘Alfabet’: een rijk en gedetailleerd prentenboek boordevol grapjes en verwijzingen naar kunst en cultuur. Met Sinterklaas als sexy James Bond en Julius Caesar in een jeep.

Het alfabet kun je niet tekenen, daarvoor is het te abstract. Toch wilde illustrator Charlotte Dematons het abc in beeld brengen voor kinderen die nog niet kunnen lezen. Hoe dan?

De gouden ingeving kreeg ze tijdens het doorbladeren van een mooi prentenboek van een collega. Die had de letter V getekend met een varkentje erbij – logisch voor een kleuter. Alleen ging de tekst daarnaast niet over het sympathieke boerderijdier, maar over eten. “Dat snapte ik niet. Toen dacht ik: oké, bedenk zelf dan maar iets beters.”

Prompt kreeg Dematons dé inval: ze wilde per letter één plaat tekenen, met daarop alleen woorden uitgebeeld die met die letter beginnen. “Ik zag bij de B een blauwe berg, waarop een badkuip balanceert met daarin een banaan met een badmuts. En een broccoli met een bikini op een badlaken. Toen dacht ik: wát leuk! Ik werd knetter van enthousiasme.”

Schetsen, stapels, opschrijfboekjes

Drie jaar na dat eerste idee knettert Dematons nog steeds als ze vertelt over haar nieuwste prentenboek ‘Alfabet’. In haar ruime werkkamer in Haarlem trekt ze letterlijk alles uit de kast: schetsen, stapels opschrijfboekjes. Dag en nacht heeft ze eraan gewerkt, zeker het laatste jaar. “Al mijn nachtponnetjes hebben verf aan de boorden. Omdat ik metéén na het ontbijt naar mijn werkkamer ging.” Ook vakanties werden afgezegd, want ze moest dóór. “Dat vond mijn man Bas niet zo leuk, maar hij accepteert het wel, hij is lief.”

De schitterende, gedetailleerde tekeningen begonnen in onooglijke notitieboekjes. Daarin schreef de illustrator per letter alle woorden die ze kon bedenken. Bij de T bijvoorbeeld tandenborstel, tang, tatoeage, tasjesdief, tafeltennis en tampon. Dat laatste woord heeft het boek niet gehaald. “Kleine kinderen hebben daar niets mee. Wel met een piemel, poep en plas. Dus dat zit er wel in, bij de P: een putto die plast op een paraplu.”

Met die woordenlijsten was Dematons er nog lang niet: ze zocht per letter een dragend beeld, de woorden moesten samen een plek vormen, een geheel. “Het is net als bij pizza: de bodem moet goed zijn. Pas daarna kan ik verder, kan ik de kleinere tekeningen eroverheen strooien.”

Bij de A zag ze meteen een apenrots met apen voor zich. “Alleen: er is geen aap die ‘aap’ heet, ze heten gorilla of oerang oetan, dat weten kinderen ook. Dat boek wordt niks, dacht ik. Toen kwam ik tijdens een wandelingetje langs een brei- en haakwinkel. En wat zat daar in de etalage? Een gebreid aapje! Ik kon de vrouw van die winkel wel zoenen.”

Nachtenlang gepieker

Zo moest Dematons ontzettend veel problemen oplossen – aan dit boek ging nachtenlang gepieker vooraf. Voor de S wilde ze graag een stoomboot tekenen en een Sinterklaas. Maar die mocht niet zijn eigen kleren aan, want een tabberd is met een T en een mijter met een M. En die stoomboot mocht ook niet in water drijven, vanwege de W.

“Daar zat ik maar mee te tobben. Totdat een vriendin zei: ‘Joh, dan leg je die stoomboot toch in sinaasappelsap!’” En Sinterklaas, herkenbaar aan zijn staf, kreeg een strakke smoking aan. “Ik heb zijn sexy pose afgekeken van James Bond. Ja, Sinterklaas wil ook wel eens wat anders.”

Zo zit ook ‘Alfabet‘ vol grapjes, overal verstopt. Binnenpretjes zijn het, flinke doordenkers soms: “Bij de M zie je meisjes, moeders, een marktkoopman en meneren. Maar géén jongetjes. Terwijl je bij de J juist alleen maar jongetjes ziet.” Bij de F zit een fakir in de oven van een fornuis: “Die kan wel tegen de hitte. Ik had daar nooit een teer figuurtje neergezet.” En bij wijze van knipoog naar een enkele intimus: het nijlpaard heeft een van Dematons’ eigen nachtponnetjes aan.

Verwijzingen naar kunst en cultuur

Een ander Dematons-kwaliteit: het boek barst van de verwijzingen naar kunst en cultuur. Atlas, Asterix, Bach, Beethoven, Jip en Janneke, Julius Caesar, de Venus van Botticelli, de golf van de Japanse kunstenaar Hokusai – het is maar een kleine greep. “Als kinderen daar nog niet aan toe zijn, dan zien ze het niet, maar ze hebben er ook geen last van.”

Opvallend is ook de aanwezigheid van een zwart-wit-gestreept figuurtje: de letterdief. Hij steelt op elke plaat een letter én een voorwerp en geeft het boek zo een extra verhalende laag. Kleuters kunnen ernaar zoeken, kijken langer. Die vertragende truc bedacht Dematons tijdens schoolbezoeken. “Ik zag de oogjes van de kinderen razendsnel over de pagina’s schieten, een paar seconden, en dan waren ze alweer klaar. Ik dacht: heb ik daar een maand aan zitten tekenen?”

Want ja, Dematons’ veelgeroemde, realistische stijl is zeer arbeidsintensief. Heeft ze eenmaal de grove schets, de setting, dan gaat ze alle afzonderlijke voorwerpen bestuderen. “Hier tegenover zit een tandarts, ik vroeg: mag ik in de pauze je tandartsstoel tekenen.” Bij de F hoort fluitekruid, dat jatte ze uit een perkje en zette ze in een glas op haar bureau. De bakfiets zocht ze op internet op. Pas na grondige studie tekende ze al die duizenden voorwerpen met inkt en verf, acryl en aquarel door elkaar, in de definitieve compositie.

“Ik heb wel een lossere stijl geprobeerd, maar dat werkt niet. Een aronskelk: die kun je niet tekenen als zomaar een bloem, die moet herkenbaar zijn.” Het bedenken van alle grapjes, verwijzingen, oplossingen, de compositie: dáár knettert en vonkt het bij Dematons – het is nog te zien in haar ogen. Het uiteindelijke tekenen is een kwestie van hard werken. “Dat is gewoon arbeid.”

Het langst zat ze aan de letter K, waarin ze 362 woorden verwerkte. Anderhalve maand deed ze over het klaslokaal, waarin kinderen zitten met krullen, kuifjes, kroeshaar, een jongetje is kaal. “Dat staat ook voor kanker, dat zien kinderen in het echt ook om zich heen.” Toen de plaat al bijna af was, ontdekte ze een cruciale fout: “Ik was het kampvuur vergeten! En ik had bijna geen ruimte meer...” De oplossing was typisch-Dematons: ze tekende een kabouterkampvuur.

‘Sinterklaas’ alleen nog op internet te koop

Charlotte Dematons (62) groeide op in Evreux, Frankrijk. Dankzij een Franse vader en een ­Nederlandse moeder is ze ­tweetalig. Ze deed de Rietveld Academie in Amsterdam en ­specialiseerde zich in kinder­boeken. Recent illustreerde ze ­‘Alleen op de wereld’, in een ­hertaling van Tiny Fisscher. Voor haar prentenboeken ‘Grimm’ en ‘Nederland’ kreeg ze Zilveren ­Penselen, voor ‘Sinterklaas’ (2007) een Gouden Penseel.

Dat laatste boek, waarvan ze 209.000 exemplaren verkocht, barst van de zwarte pieten. Dematons tekende ze vóór het zwartepietendebat en was zich van geen kwaad bewust. “Ik heb nooit iets naars bedoeld. Voor mij is Sinterklaas een feest voor alle kinderen, dus als een deel van hen last heeft van Zwarte Piet, dan houdt het op.” In 2017 liet ze het boek uit de verkoop halen. Op internet worden ze nog voor grof geld aangeboden, wat Dematons heel vervelend vindt.

‘Alfabet’ is uitgegeven door Hoogland & Van Klaveren en kost 24,90 euro.

Lees ook:

Keizer ei is een verhaal vol ei-woorden

Karst-Janneke Rogaar schrijft een verhaal met alle ei-woorden erin, dat logisch verloopt én leuk is om te lezen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden