null

InterviewCécile Huijnen

Cécile Huijnen, vioolmeisje tegen wil en dank: Klassieke muziek is geen saai en seksloos gebeuren

Beeld Mark Kohn

Virtuoos violist Cécile Huijnen tekende een half leven aan ervaringen op in columns, nu gebundeld in een boek. ‘Het tuttige imago dat wij hebben moet eraf.’

Kak staat er in goudgele kapitalen op de cover. Over dat woord en over de foto op het omslag van het boek is duidelijk nagedacht. We zien een roodharige violiste in een leren broek, viool en strijkstok in de hand, die op haar hoge hakken door de modder banjert. Een van de hakken blijft in de blubber steken, en we zien een blote voet met roodgelakte nagels.

Best een absurdistisch beeld, dat zijn oorsprong vindt in een allergie. Want de violiste Cécile Huijnen op de foto is allergisch voor het woord vioolmeisje, en de hele berg aan associaties die daar bij hoort. Een term die in dezelfde categorie valt als paardenmeisje of balletmeisje, verduidelijkt ze met een vies gezicht.

Vioolmeisje in motorjack

Maar Huijnen, in 1987 winnares van het Oskar Back Concours en nu al jaren concertmeester van Phion (voorheen Het Gelders Orkest), wás een vioolmeisje. Tegen wil en dank, en onaangepast, dat wel. Het meisje verscheen het liefst in een motorjack op het conservatorium. Voor de allereerste les daar kwam ze te laat. En aan studeren had ze een bloedhekel.

Desondanks groeide Huijnen uit van veelbelovend talent tot doorgewinterd en virtuoos violist. Met inmiddels een half leven aan ervaringen. Die heeft ze opgetekend in tientallen columns, sinds kort gebundeld in een boek. Met Kak als titel dus.

null Beeld

Terugkerende nachtmerrie

In de column met die titel beschrijft Huijnen tot in detail een terugkerende nachtmerrie waarin ze als soliste moet optreden, verdwaalt raakt in de onbekende concertzaal waar deuren op slot zitten, ze de verkeerde jurk heeft meegenomen, geen panty bij zich heeft, en eenmaal op het podium zich bij de inzet van het orkest realiseert dat ze het verkeerde vioolconcert heeft ingestudeerd. Kak.

“Ik heb schrijven altijd leuk gevonden”, zegt Huijnen na een middagrepetitie op een winderig terras. “Ik koesterde al heel lang de wens om over ons vak, het vak van orkestmusicus, te schrijven. Er wordt veel óver ons geschreven, maar nooit door ons.

Pittige schrijfcursus

Om het schrijfvak beter onder de knie te krijgen, ben ik een half jaar uit mijn violistenbestaan gestapt en heb een pittige schrijfcursus gedaan. Pittig, omdat je daar meteen moest kunnen incasseren. Want de feedback die je op die cursus kreeg was behoorlijk kritisch. Dan dacht je dat je iets leuks had geschreven en dan kwam daar direct een bak kritiek over heen. Zo van: Baf! Maar daar heb ik wel veel van geleerd. Ik wilde geen leverancier van knullige hatseflatsstukjes worden.”

Nadat Huijnen de cursus had afgerond vroeg NPO Radio 4-presentator Lex Bohlmeijer haar of ze de columns in zijn programma Passaggio wilde voorlezen. Op de site Classics to Go werden ze gepubliceerd onder de titel Snapshot Klassiek. En nu dus het boek.

Muzikantenbestaan

Huijnen heeft in violist Theo Olof wat dat betreft een beroemde voorganger. De concertmeester van het Residentie Orkest en het Concertgebouworkest publiceerde in 1958 het boekje Daar sta je dan, vol anekdotes uit zijn muzikantenbestaan.

“Ja, ik ken het uiteraard. Olof was de chroniqueur van het klassieke leven in die jaren. Ik heb zijn boekje vorig jaar herlezen, en er zitten zeker parallellen in, al was het een hele andere tijd. Ons leven van alledag, daar schrijf ik over. Wat ik allemaal op een dag doe, dat ik een opvlieger krijg op het podium, dat ik met een kapotte auto op de vluchtstrook sta, hoe je een concert door komt als je de dirigent niet ziet zitten. Ik wil mensen nieuwsgierig maken, dat ze zeggen: ‘Wat grappig, dat wist ik helemaal niet’.

“Mensen kijken vaak raar aan tegen orkestmusici, nog steeds. Terwijl wij hele normale mensen zijn. Het tuttige imago dat wij hebben, dat moet er af. Klassieke muziek, dat is echt geen seksloos en saai gebeuren waar maar weinig gelachen wordt. Er wordt juist veel gelachen, en je hebt die relativering ook nodig.

Zwarte apenpakjes

“En ik denk echt dat de concertpraktijk gaat veranderen. Dat collectief dat in zwarte apenpakjes op het podium zit en daar steeds maar weer de formule van ouverture, soloconcert en symfonie herhaalt, dat is eindig. Het moet veranderen. We gaan de wijken in, en naar scholen, spelen met film, zoeken de samenwerking met toneel, dans en met artiesten uit de lichte muziek.

“Bij Phion hebben we nu de vernieuwende CLASSSH-concertreeks, waarin klassieke muziek bijvoorbeeld gecombineerd wordt met een dj die zijn eigen muziek draait. Bij harde technomuziek voel je de trillingen, maar bij de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj ook. Dat soort verbanden, daar kijken mensen van op.

“Je probeert het zo interactief mogelijk te doen. Alleen al een openingspraatje vooraf, waarbij je met een microfoon de zaal toespreekt, doet wonderen. Gewoon je bezoekers welkom heten en vragen hoe het met ze is. En zet die bezoekers eens in het orkest, of eromheen, dicht op de musici, laat ze meeklappen.

Cécile Huijnen: ‘Ik wilde geen leverancier van knullige hatseflatsstukjes worden’.  Beeld Julie Blik
Cécile Huijnen: ‘Ik wilde geen leverancier van knullige hatseflatsstukjes worden’.Beeld Julie Blik

#MeToo in de muziekwereld

Huijnen zit in haar columns niet verlegen om een mening. Zo bekent ze helemaal niet zo van de muziek van Mahler te houden, en cross-over juist erg leuk te vinden. Niet voor niets vormt ze al jaren een duo met accordeonist Marieke Hopman, geen vanzelfsprekend instrument in de klassieke wereld. Ze schrijft over #MeToo in de muziekwereld, en uiteraard over het dedain voor de kunsten bij de overheid.

“Ik ben zo blij dat we weer spelen, weer een doel hebben. Maar een orkest is ook een grote molen. Als concertmeester ben je een aanspreekpunt, en krijg je veel mee van de frustraties rondom de recente fusie van Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten. En van de jaren ervoor toen onze banen werden gehalveerd. Maar het hoort nou eenmaal bij mijn concertmeestersbaan, en daar zitten ook mooie en bevoorrechte kanten aan. Mijn ‘schrijversbaan’ geeft me daarnaast veel voldoening. Ik doe dat voor mezelf, thuis in mijn joggingbroek, wanneer het uitkomt en ik zin heb. Dat voelt als een enorme vrijheid.”

‘Kak’ van Cécile Huijnen is verschenen bij uitgeverij GrowingStories.

Lees ook:

Hoe blijven topmusici in vorm, nu de lockdown duurt en duurt?

‘Als Usain Bolt niet traint, loopt hij ook minder hard’
Cécile Huijnen, concertmeester van Phion (een fusie van Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden