CD-recensies

CD's op vrijdag

Eventjes voelde de muziekredactie zich deze week weer alsof ze voor het eerst verliefd was, met de overrompelende Kacey Musgraves. Als dit geen godsbewijs was, dan levert componist Jean-Philippe Rameau dat wel met zijn opera L'Enfers. Twee keer vijf sterren! Ook mooi: de turkpsych van Altin Gün, vooral moedig zijn het debuut van de Noorse violiste Eldbjørg Hemsing en de experimenteerdrift van The Voidz. 

Een infuus met donsveertjes 

POP
Kacey Musgraves
Golden Hour (MCA Nashville)

Weet u nog, die allereerste keer verliefd? Je voelde je gewichtloos­­, onbezonnen, onbezorgd. Maar goed, alles gaat kapot, wat overblijft is grauwe sleur. Hemelzijdank is daar Kacey Musgraves. Vraag niet hoe, maar de Amerikaanse countryzangeres slaagt er met haar overrompelende ‘Golden Hour’ in dat verloren gevoel uit het ­ongrijpbare te destilleren en te verpakken in dertien compleet ontwapenende liedjes.

In de contreien rond Nashville is deze 29-jarige Texaanse al een grootheid, dit album gaat ervoor zorgen dat ook de rest van de wereld haar leert kennen. Zoals Taylor Swift eerder deed, slaat Musgraves met ‘Golden Hour’ een perfecte brug tussen country en pop. Ze kleurt haar nummers met lapsteel en ukelele, maar waarom zou ze er niet óók een vocoder en autotune ­tegenaan gooien?

Op ‘Love Is  A Wild Thing’ ­halen we de hooi binnen, ­terwijl ze met ‘High Horse’ een radiohit aflevert zoals Katy Perry die al lang niet meer heeft geschreven.

Het is alsof ze een infuus vol donsveertjes rechtstreeks op de ziel aanlegt. Je voelt die warme ochtendzon op je huid in de weidse opener ‘Slow Burn’, na hoogtepunt ‘Butterflies’ zijn wij ook allemaal verliefd op die man waarop ze ­gewillig wacht (‘Lonely Weekend’) maar van wie ze heus begrijpt dat hij er soms met de noorderzon vandoor moet, in z’n Chevy Silverado (‘Space Cowboy’). Inderdaad, Kacey, de wereld en al zijn magie is machtig prachtig! (‘Oh, What A World’).

Soit: zo nu en dan smeert deze southern belle wel erg zoete stroop, maar het is allemaal zo ontzettend oprecht, open en eerlijk dat we haar die bleue naïviteit direct vergeven. 

Dat ik ooit nog eens de volle vijf sterren aan een country­album zou geven... Zo sterk is Kacey Musgraves. (Joris Belgers)

Uniek project rondom geniale Jean-Philippe Rameau 

KLASSIEK 
Stéphane Degout/Raphaël Pichon

‘Enfers’ (Harmonia Mundi)

★★★★★


Het feit dat u bij Johann Sebastian direct weet over wie het gaat, en bij Jean-Philippe waarschijnlijk niet, maakt duidelijk hoe scheef de verhoudingen gegroeid zijn. Het is al Bach wat de klok slaat. Maar er is ook Rameau – Jean-Philippe Rameau. Hij creëerde geniale muziek op de grens van de late Barok en het classicisme. De componist uit Dijon werd twee jaar voor Bach geboren en stierf op zijn tachtigste, toen Mozart al een jochie van acht was.

Het lijkt wel of de muziek van Jean-Philippe Rameau de vindingrijkheid van musici en zangers bij het samen­stellen van cd-projecten op een bijzondere manier in gang zet. Zo hadden we Marc Minkow­ski, die met zijn Musiciens du Louvre ‘Une symphonie imaginaire’ ­samenstelde uit de instrumentale stukken van Rameaus ­opera’s en balletten. Een wonder van een cd. Later kwamen Teodor Currentzis en MusicAeterna met het even schitterende project ‘Eternal light’, waar­in instrumentale muziek ­uiterst origineel aan ­vocale werd ­gekoppeld. Op beide cd’s stond ­Rameau’s top-aria ‘Tristes apprêts’ uit ‘Castor et Pollux’, evenals de ­onaards mooie ­‘Entrée de ­Polymnie’ uit ‘Les Boréades’.

Als deze twee wonderbaarlijke ­muzieken je niet over de Rameau-streep kunnen trekken, dan weet ik het niet meer. Ze staan eveneens op de nieuwe cd van bariton Stéphane Degout en dirigent Raphaël Pichon met diens orkest Pygmalion. Het ­album heet ‘Enfers’ (Hel, maar dan meervoud) en koppelt zes Rameauopera’s ingenieus aan drie van hervormer Gluck. Frappant hoe die op elkaar lijken.

Degout en Pichon namen als uitgangspunt een recent opgedoken anoniem Requiem, waarin de teksten uit de dodenmis gezet zijn op thema’s uit ‘Castor et Pollux’. En zo klinkt ‘Tristes apprêts’ hier onder de woorden ‘Requiem aeternam dona eis Domine’. De cd is opgebouwd volgens de vaste delen van de ­dodenmis en daaronder zijn steeds toepasselijke stukken samengevoegd. Stukken die zich meestal in de hel afspelen, en die fraai organisch in elkaar overgaan. Deze muziek werd ooit gezongen door de ­beroemde tragédien Henri Larrivée, die nog met Gluck samenwerkte.

Stephane Degout

‘Écoutons’, zingt Degout op de openingstrack uit ‘Zoroastre’. Dan stopt hij middenin de frase en klinkt plots de barokke, dissonante clusterbom van Jean-Féry Rebels ‘Chaos’ uit ‘Les Élémens’. Het is een bijzonder inventief begin van een album dat meer van dit soort vondsten fantastisch aan elkaar rijgt. De aria van Anténor uit ‘Dardanus’ is een vroeg hoogtepunt, waarin ­Degout werkelijk subliem legato zingt en waarin zijn waanzinnig mooie timbre prachtig uitkomt. ­Instrumentaal, vocaal, Rameau, Gluck, solo, ensembles – ze wisselen elkaar in fraaie variaties af. ­Degout laat zich ondersteunen door andere zangers, van wie Sylvie Brunet vol vuur de vlammende scène van Phèdre uit ‘Hippolyte et Aricie’ zingt. Maar het is vooral ­Degout zelf die een verpletterende indruk achterlaat. Hij wordt door de al even gedreven Pichon en diens virtuoze musici op handen gedragen. (Peter van der Lint)

Altın Gün doet geen concessies naar westers publiek 

POP
Altın Gün
On (Les Disques Bongo Joe)
★★

POP
Altın Gün
On (Les Disques Bongo Joe)
★★

De muziek op het debuutalbum van de Amsterdamse band Altın Gün lijkt een crossover van psychedelische westerse rockmuziek en Turkse folk. Dat is het in zekere zin ook, maar de vork zit net even ingewikkelder in de steel. Ze bedachten die stijlenmix niet zelf. Dat deden hun Turkse voorgangers als Erkin Koray en Selda Bağcan in de vroege jaren zeventig. Op ‘On’ vinden we vooral herinterpretaties van hits uit die tijd, op hun beurt vaak weer afgeleid van Turkse standards – qua status grofweg vergelijkbaar met ‘Al die willen te kaap’ren varen’. 

Altın Gün doet het met liefde en blijft trouw aan de originele muziek, zonder knieval naar het westerse publiek. Het grootste verschil zit hem in de productie; ‘On’ klinkt volvetter dan de soms wat blikkerige opnames van weleer.

Het idee voor de band kwam van Jasper Verhulst, oud-bassist bij Jacco Gardner. Via een oproep op sociale media vond hij Nederlands-Turkse muzikanten Erdinc Ecevit Yildiz en Merve Dasdemir, die om beurten de vocalen voor hun rekening nemen. Hij zingt meestentijds ingetogen, iets timide. Haar zang heeft meer body; een fijne afwisseling. Als festivalband was Altın Gün een instantsucces. ‘On’ is de bevestiging. (Klaas Knooihuizen

Stoere violiste met een missie


KLASSIEK
Eldbjørg Hemsing
Borgström Sjostakovitsj (BIS)
★★★☆☆

Eldbjørg Hemsing heeft een missie: de Noorse violiste wil de muziek van haar landgenoot Hjalmar Borgström op de kaart zetten. Borgström was componist en criticus aan het begin van de vorige eeuw en schreef een bescheiden oeuvre. Hemsing blies het stof van de vergeten partituur van Borgströms Vioolconcert en toog aan het werk. Stoer dat ze zich op haar debuut inspant voor deze volstrekt onbekende compositie, muziek die haar doet denken aan de ongerepte Noorse natuur. 

Eldbjørg Hemsing

Hemsing toont spierballen, haalt moeiteloos topnoten en is gretig in het uitdiepen van Borgströms romantische gebaren. De Wiener Symphoniker onder leiding van Olari Elts luisteren goed naar hun soliste, ook in het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj.

Essentieel minpunt is dat Hemsing in haar klank zelden een vanzelfsprekende poëzie toelaat of iets fluweligs invoegt, dingen die net voor dat magische randje aan een uitvoering kunnen zorgen. Ze pakt het wel stevig aan met opnamen: deze herfst al volgt Dvoráks Vioolconcert met het Antwerp Symphony Orchestra onder Alan Buribayev. (Frederike Berntsen

Julian Casablancas doet volledig waar hij zin in heeft

POP

The Voidz

Virtue (RCA / Sony) 

★★★☆☆

Je hoort dat pingelgitaartje, dat dreinende orgeltje en natuurlijk die verveelde, druggy zang van Julian Casablancas, en je denkt ‘nou, The Voidz verschilt helemaal niet zo van diens andere band The Strokes’. Maar dan knalt het roer volledig om. Nummer twee klinkt als geschifte electropunk op z’n Bollywoods. Vervolgens tapt de band met de vuistpomp-rock van ‘Pyramid of Bones’ wéér uit een andere vaatje. Je werpt een blik op de tracklist, en je beseft, er volgen hierna nóg twaalf nummers.

Casablancas en de zijnen doen volledig waar ze zin in hebben. Leuk en aardig, maar ook een tikkeltje vermoeiend. Het Strokes-DNA is nooit ver weg, daarnaast slaan ze de luisteraar om de oren met metal, funk, psychedelica en zelfs hiphop – nuja, hiphop zoals witte mensen die maken (‘ALieNNatioN’). 

Neen, dit is geen muziek om voor je plezier op te zetten, maar muziek die je uitdaagt om even een blik te werpen in de wijdlopige chaos die er moet heersen in de hersenpan van Casablancas. Dit is experimenteren om het experimenteren. Maar, en dat is het goede nieuws: gek genoeg stuit de band daarbij een paar keer op een aantal smakelijke producties, zoals het gierende ‘Black Hole’ of het hysterische ‘We’re Where We Were’. Vast onbedoeld. Maar toch. (Joris Belgers

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden