CD's op vrijdag

CD's op vrijdag: Vampire Weekend, Jamila Woods en Kevin Morby

Jamila Woods

Het vierde album van Vampire Weekend is met afstand de langste, maar wel een beetje stuurloos. Jamila Woods brengt met het bijzondere album ‘Legacy! Legacy!’ een inventieve combinatie van lome beats en elegante gitaarklanken. En het Belgische Hast is de zoveelste geweldig goede én leuke band die de opwindende Belgische scene voortbrengt.

POP

Vampire Weekend | Father of the bride (Spring Snow/Sony)
★★☆☆☆

‘Een van de onnozelste dingen die ik ooit heb geschreven,’ zei Ezra Koenig in een interview in Oor over ‘We belong together’. Er valt best het een en ander op die (dis)kwalificatie af te dingen. Zoals elk Vampire Weekend-liedje kent het duet met Danielle Haim de nodige productionele gekkigheidjes die het enigszins optillen. De tekst is op het eerste gehoor nogal gemakzuchtig, tot je beseft dat zwart en wit, dag en nacht, en links en rechts weliswaar bij elkaar horen, maar in de eerste plaats tegenpolen zijn. ‘We go together like Keats and Yeats’ zingt Haim. De namen van dergelijke highbrow dichters kom je in dit type zoetsappige kampvuurliedjes normaal gesproken niet tegen. Daarna, in koor: ‘We stay united like these old states.’ Wie weet hoe Koenig over zijn thuisland - de Verenigde Staten - denkt, snapt dat de bezongen relatie geen sprookjeshuwelijk is. Deze kanttekeningen maken ‘We belong together’ minder onnozel dan het had kunnen zijn, maar het blijft behelpen.

Dat geldt voor meer nummers. Van ‘Hold you now’ blijft slechts het gesampelde refreintje van het Choir Of All Saints From Honiara hangen. ‘Unbearably white’ is hooguit vanwege de titel interessant - Vampire Weekend wordt wel de witste band ter wereld genoemd, een bijnaam die ze te danken hebben aan de terloopse manier waarop ze Afrikaanse invloeden in hun muziek integreren. ‘Rich man’ is wat dat betreft het toppunt: het nummer leende zijn lome gitaarmelodie van een nummer van S.E. Rogie uit Sierra Leone en voegt vrijwel niets aan het origineel toe.

‘Sympathy’, met flamencoritme en opgeknipte vocalen, behoort juist tot het beste wat Vampire Weekend ooit maakte. Hier doen ze wat ze in het verleden zo vaak bewezen te kunnen: liedjes maken die je direct bij de kladden grijpen, terwijl ze tegelijkertijd iets ongrijpbaars hebben, zodat ze ook op lange termijn niet vervelen. Hoewel minder pakkend mogen we het licht psychedelische ‘Big blue’ en film-noir-soundtrack-zonder-film ‘My mistake’ tot de beste momenten van dit album rekenen.

Liefhebbers van Koenigs teksten zullen blij zijn dat het vierde album van Vampire Weekend met afstand het langste is. Koenig citeert zichzelf, er zijn intertekstuele verwijzingen en geen enkele dichtregel is eenduidig. Best leuk om je daar een keer een middagje op stuk te bijten. Muzikaal is ‘Father of the bride’ echter te stuurloos om de lengte te rechtvaardigen. (Klaas Knooihuizen)

Een springplank voor de gedachten van Woods

POP
Jamila Woods | Legacy! Legacy! (Jagjaguwar/Konkurrent )
★★★★☆

“Mijn voorouders houden me in de gaten”, zingt Jamila Woods op haar album ‘Legacy! Legacy!’. Daarmee is geen woord te veel gezegd, want het tweede album van de Amerikaanse zangeres en dichteres staat geheel in het teken van de rolmodellen die voor haar kwamen. Ieder nummer draagt de voornaam van een Afro-Amerikaanse denker of kunstenaar. Zo eert Woods bekende landgenoten als James Baldwin, Eartha Kitt en Miles Davis. Maar ook in Nederland minder bekende namen als schrijfster en antropologe Zora Neal Hurston, dichteres Sonia Sanchez en science fiction-schrijfster Octavia Butler krijgen een nummer. Niet dat de nummers letterlijk over de personen gaan, ze vormen eerder een springplank voor Woods om haar gedachten over haar leven en haar Afro-Amerikaanse erfenis te laten gaan. Zo herinnert ze zich op ‘Zora’ hoe ze steevast het enige zwarte kind in haar klas was. En in ‘Sun Ra’ laat ze strijdbaar weten dat ze een krijger is, die zich niet uit schaamte haar woede laat afnemen. Ook de muzikale verpakking van de songs maakt van ‘Legacy! Legacy!’ een bijzonder album. Woods pendelt tussen soul en r&b en gaat daarbij zelden voor de meest voor de hand liggende optie. Zo zinderen haar songs regelmatig van de spanning en zet ze met een inventieve combinatie van lome beats en elegante gitaarklanken aantrekkelijke en toch uitdagende songs neer. (Saskia Bosch)

Een seculiere blik op het geloof

POP
Kevin Morby | Oh My God (Dead Oceans)
★★★★☆

Met ‘Oh My God’ heeft Kevin Morby een conceptalbum afgeleverd waar de religie van afdruipt, zónder direct religieus te zijn. De Amerikaanse singer-songwriter kijkt op zijn vijfde plaat met een seculiere blik naar het geloof.

Hij bezingt de schoonheid, maar ook de grillen van de natuur, zoals de vuurzee in de heuvels van Californië, de tornado’s in thuisstad Kansas City. Het verlies van overleden vrienden. Stukgelopen relaties. Voor agnost Morby schuilen in ‘Oh My God’ zowat alle mogelijke emoties. Van geluk en liefde tot aan woede en angst. Altijd weer kun je je beroepen op die drie woorden.

Morby, met zijn spreekzang als Lou Reed en Bob Dylan, houdt zijn nummers minimalistisch, klein. Juist daardoor zit ‘Oh My God’ boordevol hoogtepuntjes. De jazzy saxofoon op ‘Ballad of Faye’. Het achtergrondkoor op ‘O Behold’. De dromerige harp op ‘Piss River’. De zwierige trombone op ‘Hail Mary’.

En wat te denken van de conga’s en het monotoon brommende orgel op gospelsong ‘Nothing Sacred/All Things Wild’. Muziek is zijn alles, zijn geloof. Maar, zegt Morby erbij, dan moet het wel interessant blijven. Hij wil zich niet conformeren aan enkele muziekstijlen als americana en rock-‘n-roll. En dus blijft hij zich vernieuwen. Dat is zonder meer gelukt. (Frank Hettinga)

Tempo omhoog, volume knop omlaag

JAZZ
Hast | Elegy (Solidude Records)
★★★★☆

Hast is de zoveelste geweldig goede én leuke band die de opwindende Belgische scene voortbrengt. Een echte band ook vooral, van vijf jonge mannen die begrepen hebben dat ze hun conservatoriumlessen het best maar kunnen vervangen door iets wat eigen is en wat ze gezamenlijk in hun oefenruimte hebben bedacht en uitgeprobeerd. Dat zijn enerzijds trage, zelfs bijna landerige stukken waarin de altsaxofoon en de twee gitaar hun melodielijnen sierlijk en stemmig in elkaar laten overlopen. Dat is mooi, maar leuker en opwindender wordt het wanneer het tempo omhoog en de volumeknop open mag. Door verschillende ritmes tegen elkaar in te spelen, ontstaat muziek die stuitert als een pogo-stick en die eivol humor en verrassende vondsten zit. Met name gitarist Roeland Celis speelt heerlijk dwars. Soms ongegeneerd vingervlug als een virtuoos uit de metal die even losgelaten wordt. Soms schijnbaar volledig buiten de toonsoort terwijl hij geleidelijk naar de juiste toon toe kruipt en duidelijk maakt dat het allemaal zo hoort. Dat zou een truc kunnen zijn, maar dat is het niet. Hast is geen bedenksel, maar een toonbeeld van speelplezier. (Mischa Andriessen)

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden