CD'S OP VRIJDAG

CD's op vrijdag: topuitvoering van een Finse jonge hond en dagdromen met Jessica Pratt

Rouvali Beeld Jussi Virkkumaa

De muziekrecensenten van Trouw hadden een aangename week. Drie beluisterde cd's kregen vier sterren en een opkomende Finse dirigent, al vergeleken met de geheimzinnige Tadzio uit Visconti’s film ‘Dood in Venetië’, is zelfs goed voor de maximale score.

Fins talent zorgt voor een opwindende uitvoering van Sibelius’ symfonieën

KLASSIEK
Santtu-Matias Rouvali | Sibelius’ Eerste symfonie (Alpha)
★★★★★

Dit is de start van een nieuwe integrale opname van de zeven symfonieën van Jean Sibelius. Het is een start om rechtop bij te gaan zitten, en die heel overzichtelijk begint met de Eerste symfonie uit 1899. Vanaf de eerste geluiden op deze cd, een zachte paukenroffel onder een smachtende klarinetsolo, weet je dat hier iets bijzonders staat te gebeuren. Als daarna de eerste violen ruig en gul het eerste thema aankondigen (een van Sibelius’ meest geniale ingevingen) weet je het zeker: dit wordt een topuitvoering. En die eerste indrukken en verwachtingen zijn veertig minuten later, maat voor maat, deel voor deel, ­alleen maar bevestigd en overtroffen. Dit ís een topuitvoering.

Verantwoordelijk voor deze enthousiaste ontboezemingen is de Finse dirigent Santtu-Matias Rouvali, 33 jaar jong en sinds september 2017 chef-dirigent van het Gothenburg Symphony Orchestra (Göteborgs Symfoniker). Een jonge combinatie dus van een nog onbekende dirigent en een orkest dat met vorige chefs als Charles Dutoit, Neeme Järvi en Gustavo Dudamel een zekere internationale faam verwierf. Door deze samenwerking met Rouvali zou die faam weleens rap kunnen toenemen. Rouvali zou niet de eerste jonge hond zijn die vanwege uitstekende dirigeerkwaliteiten een regionaal orkest naar onverwachte toppen voert. De vergelijking met de jonge Simon Rattle, die van het City of Birmingham Symphony ­Orchestra een boven zichzelf uitstijgend ensemble maakte, diende zich meteen aan.

Rouvali is samen met de jonge Tsjechische dirigent Jakub Hrůša (35) door het Philharmonia Orchestra in Londen aangesteld als principal guest conductor. In The Guardian werd Rouvali met zijn blonde krullen al vergeleken met de geheimzinnige Tadzio uit Visconti’s film ‘Dood in Venetië’, en dezelfde krant karakteriseerde hem als ‘het meest recente talent voortkomend uit de grote Finse dirigententraditie’. In Londen hebben ze met Rouvali en Hrůša in ieder geval twee enorme talenten binnengehaald. Opvallend dat het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) hen volgend seizoen allebei laat debuteren in Amsterdam. Dirigeerbeurten om met oren op steeltjes en argusogen te volgen, omdat het chefloze KCO immers zoekende is.

Terug naar Sibelius, die met zijn Eerste symfonie enorme nationale gevoelens opriep in Finland, dat toen nog een autonoom Groot Hertogdom was in het Russische Rijk. Klinkt Finse muziek beter onder een Finse dirigent? Het is een intrigerende vraag, maar een paar van de allerbeste Sibelius-opnamen zijn inderdaad van Finnen, die het vak, net als Rouvali, leerden van de illustere pedagoog Jorma Panula: Sakari Oramo, Jukka-Pekka Saraste en Osmo Vänskä. Rouvali’s ouders waren musici in het Lahti Symphony Orchestra, het orkest waarmee Vänskä een internationaal geprezen Sibelius-cyclus maakte.

Alles wijst erop dat de cyclus van Rouvali in Gothenburg dezelfde lauweren gaat vergaren. Zijn Sibelius is zinderend, brandend van verlangen, met een ritmische stuwing die bepaald opwindend klinkt. Op foto’s ziet Rouvali er uit als een sierlijke balletdanser (die armen!) en op YouTube-filmpjes zie je hem druk in de weer. Iets te veel gebaren misschien, maar als dat een effect sorteert zoals op deze geweldige cd, doet dat er geenszins toe. (Peter van der Lint) 

Wanneer trompet spelen op schaatsen lijkt

JAZZ
Teus Nobel Liberty Group | Journey Of Man (Painted Dog ­Records)
★★★☆☆

Een pikstart. Zo zou je de eerste maten van deze plaat noemen, wanneer trompet spelen lijkt op schaatsen. Het jonge talent Teus Nobel en zijn drie man sterke band petsen er direct vanaf de eerste tel stevig in. Maar dan wordt het spannend, Nobels volgende noten klinken aarzelend.

In plaats van de felle hoge waarmee hij begon, kiest hij nu voor lage, haast gemonkelde tonen die zo’n beetje verdwijnen, weggemoffeld worden in het diepdonkere groepsgeluid van bas en drums en toetsen. Tegenover de bravoure van het begin, brengen Nobel en zijn mannen plotseling iets breekbaars in.

‘Journey Of Man’ is Nobels vierde plaat. Vanaf zijn debuut, bijna zeven jaar terug, geldt hij als een belofte. Maar de trompettist heeft moeten leren dat een noot die in technisch opzicht mislukt, soms juist meer zegt.

Nu hij vader wordt, lijkt hij zich die les extra goed te hebben ingeprent. Steeds wisselt hij krachttoeren af met passages die Nobel op zijn kwetsbaarst tonen. Hij doet het zijn zoon eens goed voor: zo onvermijdelijk en mooi kan falen zijn. (Mischa Andriessen

Materiaal voor een fijnproever

KLASSIEK
Stephen Waarts, Gabriele Carcano Schumann | Bartók - vioolsonates (Rubicon)
★★★★☆

“De componisten op deze cd hebben allebei voorvechters nodig.” De Nederlands-Amerikaanse violist Stephen Waarts koppelt Schumann aan Bartók, en is van mening dat liefde en volledig commitment vereist zijn om hen echt op waarde te kunnen schatten.

Ze zouden snel op onbegrip kunnen stuiten. Dit in tegenstelling tot andere componisten wier genie wellicht gemakkelijker te herkennen en te appreciëren valt. Waarts, begin twintig, studeert aan het muziekinstituut de Kronberg Academy, en lijkt op deze debuut-cd zijn ziel en zaligheid bloot te leggen. Zo zangerig en liefdevol speel je alleen als de stukken die je uitvoert je diep raken, of als je er op z’n minst een lans voor wilt breken.

Schumanns Eerste vioolsonate en die van Bartók: fijnproeversmate­riaal. Waarts en zijn begeleider, ­Gabriele Carcano, hebben de neus in dezelfde richting staan, uit hun spelraffinement in deze werken spreekt wederzijds begrip.

Een perfectionistische luisteraar kan zich voorstellen dat een vrijere vorm van expressie, zoals die naar voren komt in drie ‘Hungarian Folktunes’ van Bartók, het geheel nog meer kleur had gegeven. Maar wat hier nog niet is, gaat komen – zeker weten. (Frederike Berntsen

Vergeten aria's vol allure gebracht

KLASSIEK
Maarten Engeltjes | Bach Forgotten Arias (Sony)
★★★★☆

‘Ik heb deze aria’s bewust losgeweekt uit het theologische harnas van de cantate om te tonen dat hun schoonheid en betekenis op zichzelf staan.’ Countertenor Maarten Engeltjes maakt in het cd-boekje van ‘Bach Forgotten Arias’ zijn beweegredenen overduidelijk. En zingend doet hij dat nog meer. Zelden zijn aria’s uit de meer dan tweehonderd Bach-cantates los te horen. 

Waar zangers hele solo-recitals vullen met aria’s geplukt uit barokke opera’s, gebeurt dat met de geestelijke varianten van Bach maar hoogst zelden. De elf aria’s die Engeltjes op deze nieuwe cd zingt zijn niet de bekendste, maar allemaal de moeite waard om gehoord te worden. Met het door hem opgerichte barokorkest PRJCT Amsterdam toog de zanger naar de Grote Kerk in Elburg voor deze opname. Een symbolische plek, omdat daar de carrière van Engeltjes als jongenssopraan begon. 

Sindsdien is Engeltjes uitgegroeid tot een internationaal gelauwerde countertenor, en deze cd zal aan die roem alleen maar bijdragen. Hoogtepunt? Het heerlijke ‘Kommt, ihr angefochtnen Sünder’ uit cantate 30, dat zich met een prachtig lucide en luchtige begeleiding van het orkest als een wurm in je oor nestelt. Maar Bach is Bach en eigenlijk zijn al deze ‘vergeten’ aria’s hoogtepunten. Engeltjes zelf staat dankzij zijn soevereine en soepele stem met allure boven de materie. Een prachtig eerste project van deze nieuwe barokformatie. (Peter van der Lint

Een uiterst aangenaam universum

POP
Jessica Pratt | Quiet Signs (City Slang/Konkurrent)
★★★★☆

De Amerikaanse singer-songwriter Jessica Pratt heeft de titel van haar nieuwe album goed gekozen. ‘Quiet Signs’ heet haar derde plaat en dat is precies wat ze levert: verstilde popsongs, die een grote mate van ontspanning en intimiteit uitstralen. Pratts uitvalsbasis is folkpop, maar op haar nieuwe plaat zijn ook invloeden uit de jazz en soul hoorbaar. Voor haar derde plaat koos Pratt voor het eerst voor opnames in een professionele studio.

Op voorhand maakte ze zich zorgen dat dit tot een te gepolijste sound zou leiden. Dat blijkt niet het geval. De negen songs van ‘Quiet Signs’ klinken geen moment gelikt. Dat is vooral te danken aan de sobere instrumentatie. Pratts songs worden gedragen door haar dromerige vocalen en spaarzame gitaarpartijen, terwijl mede-producer Al Carlson de sound verrijkt met ingetogen fluit- en pianoklanken. Wat opvalt aan het album is dat het bij Pratt minder draait om individuele songs, en meer om de sfeer die plaat als geheel oproept. En dan kunnen we vaststellen dat het uiterst aangenaam is om je in Pratts universum onder te dompelen. Want luisteren naar ‘Quiet Signs’ is alsof je in een zonnige weide ligt te dagdromen. (Saskia Bosch

Jessica Pratt treedt op 27 maart op in Paradiso Noord in Amsterdam, op 28 maart in Kantine Walhalla in Rotterdam en op 30 maart op het Rewire Festival in Den Haag.

Muziekrecensies 

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden