CD's op vrijdag

CD's op vrijdag: Tim Knol, The National en de Weinberg Symfonieën

Tim Knol en zijn Blue Grass Boogiemen tijdens de 15.000ste uitzending van Met het Oog op Morgen. Beeld ANP

Hoewel The National een stapje vooruit doet in hun album ‘I Am Easy To Find’ ligt de verveling toch op de loer. Mirga Gražinytė-Tyla laat zien de muziek van Weinberg door en door bestudeerd te hebben en Tim Knol voegt met ‘Happy Hour’ nu ook bluegrass aan zijn muzikale spectrum toe.

Mirga debuteert op het gele Von Karajan-label

KLASSIEK
Mirga Gražinytė-Tyla | Weinberg Symfonieën 2 en 21 (Deutsche Grammophon)
★★★★★

We zijn een nieuw tijdperk binnengetreden, en toch ook weer niet. Wie herinnert zich niet de beroemde platenhoezen van Deutsche Grammophon met het klassiek-ogende gele cartouche? Dat cartouche was een kwaliteitsstempel. Vaak bevond het zich boven een foto van dirigent Herbert von Karajan, de ster-dirigent van het Duitse label. In meestal peinzende poses, de ogen gesloten en de baton in zijn hand werd Von Karajan neergezet als de alwetende maestro. En zie: in het tijdperk dat de vrouwelijke dirigenten het glazen plafond aan diggelen slaan, staat Mirga Gražinytė-Tyla, chef-dirigent van het City of Birmingham Symphony Orchestra, in precies zo’n Von Karajan-pose op de hoes. En profil, ogen gesloten en de baton recht omhoog. De peinzende, alwetende maestra.

De Litouwse werd onlangs ingelijfd bij het prestigieuze Deutsche Grammophon en dit is haar debuut-cd. Dubbele namen zijn altijd lastig. Yannick Nézet-Séguin (ook een DG-dirigent) werd al snel liefkozend Yannick genoemd. Waarschijnlijk vergaat het Gražinytė-Tyla net zo, en is straks het noemen van Mirga genoeg om te weten over wie het gaat. Haar debuut op het gele label is in elk geval spraakmakend. Ze koos voor twee onbekende symfonieën van de Poolse componist Mieczysław Weinberg (1919-1996), en werkte daarvoor samen met Gidon Kremer en zijn Kremerata Baltica. Twee gelijkgestemde Baltische zielen.

De muziek van Weinberg is aan een kleine opmars en opwaardering bezig. Weinberg ontvluchtte Polen voor de nazi’s en kwam uiteindelijk in de Sovjet-Unie terecht, waar hij het als Jood niet heel veel beter had. Zijn 21ste symfonie uit 1991 is zo’n beetje zijn laatste werk en heeft als bijnaam ‘Kaddish’, net als de Derde symfonie van Leonard Bernstein. Het is een uitgebeende compositie met even vervreemdende als schitterend-stille soli voor viool (Kremer is hier geweldig op dreef), klarinet, piano, contrabas en sopraan. Mirga zingt die sopraannoten in het laatste deel zelf. Dat ijle, onschuldige stemmetje, het slaat in als een bom. Net zo verpletterend als het spelende kind aan het eind van Alban Bergs opera ‘Wozzeck’. Dat zingt ‘Hop, hop’, bij Weinberg is het ‘La, la, laa…’.

Dat Mirga de muziek van Weinberg door en door heeft bestudeerd, hoor je aan deze doorwrochte uitvoering, waarin ze de gekwelde, uitgebeende ‘Lento’-passages even overtuigend laat spelen als de meer sarcastische delen, waar Weinbergs ritmiek als het knallen van een zweep klinkt. Het zou zomaar eens kunnen dat deze opname van de 21ste symfonie Weinberg voorgoed op de kaart zet. Een referentie-opname. Gražinytė-Tyla had zich geen beter en origineler debuut kunnen wensen.

Dinsdag is Mirga Gražinytė-Tyla voor het eerst te gast in het Amsterdamse Concertgebouw. Met haar orkest uit Birmingham en pianiste Yuja Wang voert ze muziek uit van Weinberg, Prokofjev en Stravinsky. (Peter van der Lint)

Niet wéér hun bekende trucje

POP
The National | I Am Easy To Find (4AD / Beggars)
★★★★☆

Net als The National in herhaling dreigt te vallen, zet de band op zijn achtste album tóch een stap vooruit. Niet dat het roer plots drastisch om gaat. Niet dat ze verrassen, met een ander geluid, sfeer of opbouw. Het gros van de nummers volgt nog altijd hetzelfde sjabloon dat we na acht albums zo goed kennen van de band uit Cincinnati. Weids opgezette rode wijn-muziek, troostrijk gedragen rock met die broeierige bariton van Matt Berninger als lijdend voorwerp, die waar nodig heerlijk kolkend explodeert.

Maar het perspectief is op ‘I Am Easy to Find’ nét wat opgeschoven. De nadruk ligt meer op sfeer en geluid dan op compositie. En, belangrijk: niet alles draait meer om de zang van Berninger. Dat komt met name door de vele (louter vrouwelijke) gastbijdragen van onder anderen Sharon van Etten, Lisa Hannigan of Mina Tindle – zangeressen die een kristalhelderen pendant vormen voor die schurende mannenstem van Berninger. Dat werkt prachtig, getuige het fenomenaal opgebouwde ‘Oblivions’, of het gejaagde ‘Where is her head’.

Alleen: zodra de band in oude patronen vervalt – die continu terugkerende staccato drums, de zweverige piano-drones - ligt verveling op de loer. Bovendien is de plaat met zestien nummers en 63 minuten niet bepaald licht verteerbaar. Maar het getuigt van gewiekste zelfkennis dat de bandleden niet wéér hun bekende trucje uitvoeren, maar tegelijkertijd precies doen waar ze goed in zijn. (Joris Belgers)

Tim Knol knalt met de Blue Grass Boogiemen

POP
Tim Knol & Blue Grass Boogiemen | Happy Hour (I Love My Label)
★★★★☆

Na vijf platen vol americana en countryrock voegt Tim Knol op ‘Happy Hour’ nu ook bluegrass aan zijn muzikale spectrum toe. Samen met wie anders dan het vermaarde kwartet Blue Grass Boogiemen uit Utrecht, dat al bijna dertig jaar het metier beheerst.

En weer toont de zanger zijn veelzijdigheid. Met gelegenheidspunkband The Miseries gaf Knol al eens flink gas. Zo ook nu weer. In een moordend tempo, 28 minuten en 10 seconden, knallen Knol en de Boogiemen er twaalf liedjes doorheen.

Bluegrass kan al snel uitlopen op een flauwe imitatie, maar Knols stem blijkt perfect te passen bij de ratelende en jengelende banjo en mandoline en zwierige fiddle.

Alsof zijn wieg niet in Hoorn maar in Kentucky stond, waar de muziekstijl zijn oorsprong vindt. Grondlegger Bill Monroe vernoemde zijn band naar de bijnaam van de Amerikaanse staat: ‘The Blue Grass State’.

Knol schreef de liedjes samen met Boogieman Arnold Lasseur. Op de enige cover ‘Pain In My Heart’ zingt vader Ton Knol mee, die zijn zoon met de Amerikaanse muziekstijl in aanraking bracht door hem op elfjarige leeftijd mee te nemen naar het Utrechtse Blue Highways festival. Wie daar optraden? Precies: de Blue Grass Boogiemen.  (Frank Hettinga)

Een pietje-precies en wat lossere strijkers 

KLASSIEK
Emerson String Quartet & Jevgeni Kissin | Mozart, Fauré, Dvorák (Deutsche Grammophon)
★★★☆☆

Het management van het Emerson String Quartet stelde voor: is het een idee om samen te werken met Jevgeni Kissin? De strijkers koesterden bewondering voor het spel van deze Russische pianist, dus waarom niet?

Het plan werd doorgezet en het resultaat bleek een succes. Het vijftal dook de repetitieruimte in, wisselde ideeën uit en stelde een programma samen met muziek van Mozart, Fauré en Dvorák. Vorig jaar volgde een reeks van acht concerten in Europa en in de Verenigde Staten. De primarius van het kwartet noemde de optredens met Kissin de hoogtepunten van het concertseizoen. Tijdens het slot van de tour in Carnegie Hall, New York, stonden de microfoons van Deutsche Grammo­phon open.

Kissin is een virtuoos, maar desondanks veel meer dan zijn partners een pietje-precies, droger en strakker in zijn benadering. Het mag de pret gelukkig niet drukken. Hoewel de Emersons niet zitten met enkele onsamenhangende, niet al te zuivere zinsneden en een wat vet geluid, ademen de gloedvolle uitvoeringen van Mozarts en Fauré’s Eerste pianokwartet en Dvoráks Tweede pianokwintet passie en energie. (Frederike Berntsen)

Er broeit wat onder al die notenslingers

JAZZ
Franz von Chossy | 
Life Theater (o-tone music)
★★★★☆

Op sommige musici - meestal niet de minste - heeft de tijdgeest geen vat. De Duits-Nederlandse pianist Franz von Chossy gaat bijvoorbeeld consequent zijn eigen gang. In het soort jazz dat hij maakt, klinken verre en vooral fraaie echo’s door van volksmuziek en klassieke componisten als Maurice Ravel en Claude Debussy.

Het is gentleman’s muziek: beheerst, maar sierlijk, weelderig en toch subtiel. Muziek waarin de melodie voorop staat en piano, bas, drums en in enkele nummers ook cello, alles inzetten om de melodielijnen optimaal tot hun recht te laten komen.

Tegen de mode in stipt Von Chossy zijn ideeën niet alleen aan, maar werkt hij ze helemaal uit. Rustig en zorgvuldig bouwt hij de negen composities op, opereert hij als een edelsmid, die vijlt en slijpt tot de gezochte glinstering verschijnt.

Die welluidendheid zou kunnen leiden tot spanningsloze muziek zoals de nu zo populaire neo-klassiek. Bij Von Chossy gebeurt dat niet. Omdat onder al die elegante notenslingers wel degelijk iets broeit. Dan zorgt een goed geplaatste dissonant voor het noodzakelijke contrast.

Er zit ook donkerte in deze muziek, weemoed, diepte.

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden