Recensies

CD's op vrijdag: Tamino, Pärt en een hele lange Rossini

Met Tamino is België weer een lijzige singer/songwriter rijker, zo eentje die doet denken aan Jeff Buckley, maar die op zijn debuutalbum wel degelijk een eigen geluid laat horen. Verder werden de klassieke collega's overrompelt door Pärt en een hele lange van Rossini, kan de duimpiano alias mbira naar hogere sferen leiden en speelt Kurt Vile nog steeds onophoudelijk ergens op zijn gitaar. 

Tamino overtuigt met mix van luisterpop en Arabische klanken

POP
Tamino
Amir
(Communion Records)
★★★★☆

Ah, weer een Jeff Buckley-kloon, denk je bij het beluisteren van het openingsnummer van het debuutalbum ‘Amir’ (Prins) van de Belgische zanger Tamino. Maar dat is net even te snel geoordeeld. Inderdaad, Tamino’s hoge stemgeluid, de slepende ritmes, de gedragen sfeer, het doet allemaal denken aan wijlen Buckley. Maar de Vlaming blijkt bij beluistering van het hele album wel degelijk een eigen geluid te pakken te hebben en vocaal meer te kunnen dan alleen maar hoog zingen.

Zo overtuigt Tamino’s eersteling met een veelheid aan sferen en rijk geschakeerde en toch subtiele instrumentaties. Veel van die instrumenten speelde de muzikant zelf in, hoewel hij incidenteel ook werd bijgestaan door de formatie Nagham Zikrayat. Op nummers als ‘So it goes’ laat de zoon van een Egyptische vader en Belgische moeder iets van zijn roots doorschemeren middels een fraai Arabisch getint intro. Ook ‘Each time’ is met zijn melancholieke strijkers een geslaagde crossover van ingetogen luisterpop en klassieke Arabische muziek.

Daarnaast blijkt Tamino over een veelzijdige stem te beschikken. Op ‘Indigo night’ laat hij zijn vocalen bijvoorbeeld donkerbruin kronkelen in een mysterieus klinkende song, die vanaf de eerste luisterbeurt fascineert. De geest van Buckley zweeft soms boven de plaat, maar dat neemt niet weg dat ‘Amir’ een prima debuut is. (Saskia Bosch

Rossini’s laatste opera voor Italië overrompelt bij Elder in elke maat

OPERA

Sir Mark Elder
Rossini ‘Semiramide’ (Opera Rara)
★★★★★

Opera’s die lang duren - zeg maar een uurtje of vier én langer - associëren we meestal met die van Wagner. Maar ‘Les Troyens’ van Berlioz of ‘Guillaume Tell’ van Rossini zijn ook van die tankers. Omdat in de doorgecomponeerde partituren van Wagner moeilijk te couperen valt, zijn die meestal in zijn geheel te horen. De werken van Berlioz en Rossini daarentegen vielen vaak ten prooi aan het snoeimes en kwamen in gehavende vorm op de planken. En er is nog een Rossini-opera, die pas de laatste jaren weer helemaal compleet opgevoerd wordt, en dat is ‘Semiramide’.

Het onvolprezen Opera Rara presenteert nu een studio-opname van dit glorieuze werk (vier uur pure muziek) in een uitvoering die staat als een huis. Op cd hadden we al de live-opname uit Pesaro van 25 jaar geleden, gedirigeerd door Rossini-maestro Alberto Zedda, die samen met Philip Gossett de kritische uitgave van de partituur verzorgde. Uit hetzelfde jaar stamt een complete, maar nogal mislukte Deutsche Grammophon-opname onder leiding van Ion Marin. Goed én historisch belangrijk als de Zedda-opname was, hij wordt op alle fronten overtroefd door die van Sir Mark Elder voor Opera Rara. En hoewel velen goede herinneringen zullen hebben aan de oude Decca-opname met Joan Sutherland en Marilyn Horne, is die niet compleet en veroorlooft dirigent Richard Bonynge zich vrijheden die nu niet meer door de beugel kunnen.

Dat er nu een nieuwe studio-opname is van de laatste opera die Rossini voor Italië schreef (Venetië, 1823) mag een wonder heten, omdat dat een vermogen kost. Opera Rara vond er gelukkig de geldschieters voor en dat er in de studio lang geschaafd kon worden aan de uitvoering betaalt zich dubbel en dwars uit. Na het maken van de opname was de goed ingezongen cast in september 2016 te bewonderen in de Proms in Londen. De uitvoering kreeg de ene na de andere vijfsterrenrecensie.

Geheel terecht, want bij Sir Mark Elder overrompelt deze lange opera in elke maat. Wat de nieuwe opname vooral zo bijzonder maakt, is het Orchestra of the Age of Enlightenment, een orkest dat speelt op instrumenten die Rossini herkend zou hebben. Elder haalt uit die ‘oude’ instrumenten verrassende kleuren, die de opera een prachtige classicistische grandeur geven. Meteen al in het eerste grote ensemble houdt Elder de teugels magistraal in de hand en laat hij Rossini doen waar die zo goed in is: het maat voor maat opbouwen van een climax. Opvallend dat Rossini in dit ensemble ook Semiramide laat meezingen en haar niet de gebruikelijke opkomstaria (aria di sortita) gaf. Russin Albina Shagimuratova laat hier overigens al meteen horen dat ze voor de rol van Semiramide geboren lijkt. Ook de meest angstaanjagende Rossini-roulades rollen met het grootste gemak uit haar strot. Haar twee duetten met Daniela Barcellona (als Arsace) zijn onwaarschijnlijk mooie hoogtepunten. De Italiaanse legt werkelijk elk onsje stemschoonheid en pathos in haar rol. Prachtig is Mirco Palazzi als slechterik Assur, die van zijn waanzin samen met Rossini een waar huzarenstuk maakt.

Ook in de kleine rollen is magnifiek gecast (Barry Banks als Idreno, Gianluca Buratto als Oroe) en de zorg die aan de partituur is besteed klinkt door in elke maat. Wat geweldig dat zo’n opname in deze tijden nog mogelijk blijkt. Na de opname van Zedda is dit de nieuwe referentie-opname van dit meesterwerk. (Peter van der Lint)

De intensiteit grijpt je bij de keel

KLASSIEK

Viktoria Mullova
Pärt
(Onyx)
★★

Op de super-de-luxe geluidsinstallatie van haar geruisloze Tesla moet violiste Viktoria Mullova de muziek van Arvo Pärt hebben grijsgedraaid, en dan vooral zijn koorwerken. Tijdens het feestje in Parijs ter ere van Pärts tachtigste verjaardag speelde ze op verzoek van dirigent Paavo Järvi een aantal stukken van de Estse componist, die bij de repetities aanwezig was. De samenwerking tussen de partijen beviel, en van het een kwam het ander. Op Mullova’s nieuwe cd, met werken van Pärt, dirigeert Järvi het Estonian National Symphony Orchestra. Een kraakheldere toon is het eerste wat opvalt aan het album. Dat moet ook wel. Ieder smetje in de klank zou de kracht van deze lucide muziek onderuithalen.

In de Estonia Concert Hall in Tallinn heeft Mullova - onder toeziend oog van de inmiddels 83-jarige Pärt - ‘Fratres’, ‘Tabula rasa’, de ‘Passacaglia’ en meer vastgelegd. De intensiteit van het spel, dat nu eens donker-, dan weer lichtgekleurd is, grijpt je bij de keel. Hier is tot in de kleinste details gewerkt aan een verpletterende weergave van Pärts dwingende, serene taal. (Frederike Berntsen

Laat Kurt Vile maar lekker pielen 

POP
Kurt Vile
Bottle It In
(Matador)
★★★★☆

Het is misschien een beetje flauw, maar vooruit: op de nieuwe Kurt Vile staat een nummer dat ‘One Trick Ponies’ heet. Daarop zingt de Amerikaan óók nog eens dat hij altijd al een zwak heeft gehad voor herhaling. Goh.

Het gaat hier over vriendschap, maar het had heel goed op zijn muziek kunnen slaan. De gitaarheld houdt er namelijk al albums lang dezelfde stiel op na: het maken van muziek waar heel veel gebeurt, zonder dat je dat echt merkt. Want Vile wiegt zijn luisteraar namelijk langzaam naar een sluimerstand met zijn kabbelende, kalme en vredige gitaarliedjes, omlijst met wiebelige, monotone praatzang. Het is softrock in die typisch Amerikaanse spijkerbroekenstijl van Tom Petty of Bruce Springsteen, maar dan gespeend van enige agressie of urgentie. Kurt Vile hoeft niet zo nodig. Kurt Vile is iemand die gaat zitten, de gitaar ter hand neemt, de bandrecorder aanzet en dan wel ziet waar hij uitkomt.

Dat levert pareltjes op, zoals het tien minuten durende ‘Bassackwards’, met een groove zo vredig als een ondergaande zon. Alleen heeft het ook een beetje iets van die wielerwedstrijd waarbij je in slaapt valt, en een uurtje later wakker wordt zonder iets gemist te hebben. Toch is het juist dit gebrek aan focus wat Viles muziek zo heerlijk maakt, wat duidelijk wordt wanneer Vile zich wél zet tot een compacte Americana-ballad - het zouteloze ‘Rollin With The Flow’. Nee, Laat Kurt Vile maar lekker pielen. (Joris Belgers)

Koningin van de mbira leidt naar de trance

WERELD
Stella Chiweshe
Kasahwa: Early Singles
(Glitterbeat)
★★★★☆

In de tijd dat Zimbabwe nog Republiek Rhodesië heette, was het traditionele muziekinstrument de mbira (duimpiano of lamellofoon) verboden. De muziek die de mbira voortbracht, werd gedacht contact met de wereld van de geesten te leggen. Wie, Stella Chiweshe, de Zimbabwaanse koningin van de mbira op het instrument bezig hoort, kan zich daarbij levendig iets voorstellen. 

Het is buitenaardse, onwereldse muziek, vaak vernoemd naar de staat waarin zij de luisteraar brengt: trance. Het is ook elementaire muziek, meestal alleen voortgebracht door de mbira en de spreekzang van Chiweshe, soms aangevuld met wat spaarzame percussie. Uit dat minimale instrumentarium komen ritmische en melodische patronen voort die zich ondanks de constante herhaling steeds net niet laten vangen. Voor wie het nuchter wil zien dan misschien niet afkomstig uit het geestenrijk, maar toch zeker wel ongrijpbaar en bezwerend. Een effect dat nog eens wordt aangezet doordat Chiweshe geen moment met een luisteraar bezig lijkt te zijn, zo in zichzelf gekeerd dat de luisteraar wel nieuwsgierig haar kant op komt. ‘Kasahwa’ brengt haar vroegste, onbereikbare singles eindelijk binnen ieders bereik. (Mischa Andriessen)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden