CD's op vrijdag: over Solange, Schubert & Stravinsky

Beeld Max HIrschberger / Solange

De cd-oogst van deze week: Solange die een geheel nieuw pad inslaat,;  een prachtige verzameling van het complete werk van Berlioz; Jaap van Zweden die zich prima op zijn plek voelt in New York - en meer.  

Solange klinkt ongrijpbaar anders

POP
Solange | When I Get Home
(Columbia)
★★★★☆

Solange

Even achterover leunen, even uitblazen. Daar was Solange Knowles wel aan toe na de uitputtende wereldtournee die volgde op haar daverende doorbraakalbum ‘ A Seat at The Table’ uit 2016. Waarmee ze, inderdaad, haar plek aan tafel opeiste. Dat deed ze met die beladen plaat niet alleen als sterke, zwarte vrouwelijke stem in het racismedebat, ook binnen de popmuziek, waarmee ze uit de schaduw van haar zus Beyoncé trad.

Na die tournee kampte ze met gezondsheidsklachten. Ze trok zich terug, in de geborgenheid van haar thuis, in haar geboorteplaats Houston. Over die geborgenheid van haar jeugd gaat ‘When I Get Home’, een eerbetoon aan de buurt waarin ze opgroeide.

Solange slaat daarbij duidelijk een andere weg in: dit keer geen hapklare strijdliederen of gloedvolle funksoul zoals op het vorige album. Dit zijn eerder op broeierige jazz gestoelde hypnosesessies waarmee ze zich langzaam een weg onder je huid brandt. Traditionele popstructuren heeft ze losgelaten, de tracks zijn vooral opgebouwd uit repeterende patronen. Zoals die jazzy piano onder de slowjam ‘Down with the Clique’, of ‘Stay Flo’ die bedwelmend door ratelt terwijl Solange er haar mantra’s boven prevelt.

Solange laat bovenal horen ‘anders’ te zijn. Dat werkt wisselend: de sfeer is hier belangrijker dan een pakkend nummer. Een nummer als ‘My Skin/My Logo’ klinkt eerder als een doorrookte bandrepetitie in de kleine uurtjes dan als een uitgewerkt nummer. Maar Solange levert, in al haar ongrijpbaarheid, een bijzonder kleinood van een album af. (Joris Belgers

Veel te genieten, en niet alleen voor Berlioz-fanaten

KLASSIEK
Hector Berlioz | The Complete Works (Warner)
★★★★★

Op 8 maart 1869 stierf Hector Berlioz in zijn huis aan de Rue de Calais, in de Parijse wijk Montmartre. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden, reden voor allerlei Berlioz-festiviteiten. Zo is er vanavond een uitvoering van zijn ‘Grande Messe des Morts’ in de St Paul’s Cathedral in Londen onder leiding van John Nelson. De Amerikaan geldt als een Berlioz-specialist en heeft zich als weinig ander ingezet voor de partituren van Berlioz. Zo leidde hij in Amsterdam ‘Les Troyens’ in de enscenering van Pierre Audi.

Nelson figureert opvallend vaak in de Berlioz-box ‘The Complete Works’, die Warner ter gelegenheid van het Berlioz-jaar uitbracht. Hij leidt daarin het Te Deum, en de opera’s ‘Benvenuto Cellini’, ‘Béatrice et Bénédict’ en diezelfde ‘Les Troyens’.

Dat zijn 10 Nelsons-cd’s in een box van 27 waarop het complete oeuvre van Berlioz verzameld is, voor het eerst ooit. Alle werken van Berlioz passen dus op 27 zilveren schijfjes, en Warner heeft echt zijn nek uitgestoken door er een paar wereldpremières in op te nemen. Bovendien is er een hele cd gewijd aan hele vroege opnamen zoals de allereerste opname van de ‘Symphonie fantastique’ uit 1924. Een en ander ziet er ook nog eens mooi uit. Voor de cover van de box en voor de 27 cd-hoesjes zijn schilderijen van William Turner gekozen, die andere grillige romanticus.

Herdenking van Berlioz’ 150ste geboortedag in Moskou, in 1953 Beeld AFP

Warner moest voor sommige werken licenties aanvragen. Zo is de Philips-opname van de vroege ‘Messe solennelle’ met John Eliot Gardiner in de box terechtgekomen, alsmede de opnamen van de complete liederen die Deutsche Grammophon ooit uitbracht (met onder anderen Anne Sofie von Otter en Thomas Hampson). Gardiner dirigeert hier zijn beroemde opname van ‘Les nuits d’été’ voor verschillende stemmen, zoals Berlioz het bedoelde, maar ook de versie voor één stem (de onvergelijkbare Janet Baker) is hier te horen.

Sommige keuzes zijn minder geslaagd, zoals de Requiem-opname uit Birmingham met Louis Frémaux. Van ‘Harold en Italie’, ‘Roméo et Juliette’ en ‘La damnation de Faust’ bestaan interessantere opnamen dan deze van respectievelijk Leonard Bernstein, Riccardo Muti en Kent Nagano, al is José van Dam als de duivel niet te versmaden. Helemaal in de roos zijn ‘Herminie’ (Janet Baker), ‘Cléopâtre’ (Veronique Gens) en ‘L’enfance du Christ’ (onder leiding van Gardiner).

Gens zingt ook in de wereldpremière van een fragment van de nooit voltooide opera ‘La nonne sanglante’. Berlioz hergebruikte de muziek later in Les Troyens, als het grote duet tussen Cassandre en Chorèbe. Bijzonder is ‘Le Temple universel’, hier voor het eerst georkestreerd te horen. Twee koren, die het Britse en Franse volk vertegenwoordigen, zingen ieder in hun eigen taal. François-Xavier Roth leidde deze pan-Europese hymne vorig jaar op het Festival Berlioz in La Côte-Saint-André, Berlioz’ geboorteplaats. Er valt in deze schitterend samengestelde box veel te (her)ontdekken. En niet alleen voor Berlioz-fanaten. (Peter van der Lint)

Spits en snel gespeelde Schubert

KLASSIEK
Edward Gardner | Schubert symfonieën (Chandos)
★★★★☆

Schubert werd niet ouder dan 31 jaar. Het is fascinerend dat bij grote componisten die relatief jong gestorven zijn (Mozart, Schubert) het hele scala aan levensfases in hun werk kan worden teruggevonden, van jeugdige onbezonnenheid tot de berustende wijsheid van de oude dag.

Des te sterker rijst de vraag welke onvoorstelbare muzikale hoogtepunten de mensheid door hun voortijdige dood zijn onthouden. Schuberts ‘Vijfde symfonie’ kent een deels zonnig, deels weemoedig karakter, en is gecomponeerd met volmaakt meesterschap. Niets van die geniale vanzelfsprekendheid is verloren gegaan in de grotere vorm van de ‘Achtste symphonie’, de ‘Unvollendete’, maar de sfeer is gedempter: een oudere man overdenkt zijn leven. Het City of Birmingham Symphony Orchestra gaat elastisch te werk met het hele palet aan emoties in beide symfonieën.

Ook de ‘Derde’ staat op de begin-cd in een reeks die het orkest op zal nemen met zijn voormalige eerste gastdirigent Edward Gardner. De Engelsen reageren spits en snel op Gardner en produceren een heldere, warme klank. Ze zoeken het niet in de bezonken hoek, maar koersen eerder af op welluidende en energieke uitvoeringen. Wel zo spannend. (Frederike Berntsen

Binnenkomer van Van Zweden in New York

KLASSIEK
Jaap van Zweden | Stravinsky, Debussy (DeccaGold)
★★★★☆

Een half jaar geleden begon Jaap van Zweden als chef-dirigent van de New York Philharmonic. Op die gala-avond in september dirigeerde hij in de David Geffen Hall een nieuw stuk van Ashley Fure, Ravels Pianoconcert in G (met Daniil Trifonov) en als pièce de résistance Stravinsky’s ‘Le sacre du printemps’. De live-opname van die Stravinsky is nu op cd verschenen, of beter, de cd is een samenballing van drie avonden de ‘Sacre’. De opname zal vanwege de historische achtergrond sowieso een bijzondere plaats gaan innemen in de discografie van het New Yorkse orkest. Maar ook in artistiek opzicht kan deze interpretatie zich meten met eerdere opnamen. Van Zweden en zijn virtuoze musici verschieten hun kruit niet te vroeg en bouwen gestaag op naar de afsluitende en steeds dreigender wordende ‘Danse sacrale’. In deze ritmische heksenketel verschijnt de duidelijk gebarende Van Zweden als vanzelf op je netvlies. En de koperblazers scheuren prachtig verpletterend door het klankbeeld.

De combinatie met Debussy’s ‘La mer’, dat in New York een week later op de lessenaars stond, is interessant. Van Zweden weet in deze volledig andere partituur meteen een zinderend klankweefsel te realiseren. En het orkest lijkt zich senang te voelen met de nieuwe chef. (Peter van der Lint

PONK is de folklore ver voorbij

WERELD 
PONK | Diedina (Skywardsmusic)
★★★☆☆

PONK is de folklore ver voorbijOp de opvallende hoes prijkt een gehandwerkt meisje in traditionele kledij, maar met op het hoofd een moderne koptelefoon. Dat beeld geeft precies aan waar PONK staat. Het Tsjechische trio geeft graag een eigentijdse draai aan volksmuziek. Niet zomaar heette de eerste plaat ‘Postfolklore’. Een van de liederen beschrijft hoe een jongeman tussen stad en platteland pendelt en zich nergens meer volledig thuisvoelt. Eenzelfde tweeslachtigheid zie je in het instrumentarium terug. Met zang, (alt)viool, (contra)bas en cymbaal oogt dat tamelijk traditioneel, maar het wordt totaal anders ingezet. 

Zo klinkt de viool niet zelden als een percussie-instrument en wordt zij ook wel als mandoline bespeeld. Meest opmerkelijk is dat de muziek van PONK zonder slagwerk swingt als de ziekte. Dit is de fol- klore inderdaad ver voorbij. Op momenten klinkt PONK als een punkband, op andere komt de muziek dichtbij dance. Humor en energie zijn de belangrijkste krachten, maar niet zelden kleuren viool en cymbaal prachtig weerbarstig bij elkaar. Wel is de plaat wat wisselvallig en zijn nummers soms net te vaak op een vergelijkbare manier uitgewerkt. Niettemin word je er heel vrolijk van. (Mischa Andriessen

Muziekrecensies

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden