MUZIEKRECENSIES

CD’s op vrijdag: muziek uit een psalmenpomp en blues die je moed geeft en opvrolijkt

Een Mason & Hamlin harmonium. Beeld Christo Lelie

Meesterwerken op een cd die voorgoed afrekent met het gezapige imago van het harmonium en een zanger die snikkend en croonend het liefdesverdriet van zich af schrijft. Kortom: hier zijn de CD's op vrijdag.

Fascinerende atlas van de harmoniumkunst

Klassiek
Dirk Luijmes
Harmonium Atlas (Quitone)
★★★★☆

Beeld *

‘Psalmenpomp’, ‘cirkelzaag des geloofs’, ‘hallelujah-commode’ of ‘gereformeerde hometrainer’, het zijn enkele vaak gebezigde spotnamen voor het harmonium. Ze illustreren het gezapige, orthodox-protestantse imago van dit oude ‘traporgel’.

Hoe anders was dat in de negentiende eeuw: toen gold het harmonium als hip en hypermodern. Het werd in Frankrijk uitgevonden door Alexandre Debain, die het in 1840 patenteerde. Hij ontwierp een toetsinstrument waarin de toon geproduceerd wordt door lucht langs metalen, ‘doorslaande’ tongetjes te blazen, net als in een accordeon. Hoe krachtiger de luchtstroom hoe sterker de toon, zonder dat deze, zoals bij een orgelpijp, hoger wordt. Dat maakt dynamisch spel mogelijk zoals dat op een pijporgel nooit kan. Harmoniums waren dan ook allesbehalve surrogaat kerkorgels: ze stonden behalve in kerken vooral in salons of concertzalen en er werd dans- en andere wereldlijke muziek op gespeeld. Daarnaast schreven grote componisten er kwalitatief hoogwaardige, originele composities voor.

Sinds enkele decennia maakt het harmonium een comeback door, onder meer dankzij het pionierswerk van de Nederlandse organist Dirk Luijmes. Hoewel hij voor zijn 4cd-box ‘Harmonium Atlas’ opnames maakte op acht verschillende Franse, Duitse, Noorse en Amerikaanse instrumenten, gaat het niet om een atlas van de harmoniumbouw maar van de harmoniumliteratuur. De luisteraar maakt met Luijmes een wereldreis langs negentien landen, te beginnen op de Balkan om na bezoeken aan Rusland, Duitsland, Oostenrijk, België, Nederland, Engeland en Scandinavië de oceanen over te steken naar Amerika en Australië. Op elke cd is ruimte vrijgemaakt voor muziek uit Frankrijk, het land waar de hamoniumgeschiedenis is begonnen, met werken van Alkan, Berlioz, Bizet, Guilmant, Massenet, Saint-Saëns, Tournemire en Vierne.

Bij zijn instrumentkeus hield Luijmes er maar ten dele rekening mee om muziek uit een bepaald land ook op het harmoniumtype te spelen dat daar in zwang was. Hij koos doorgaans voor het instrument waarop hij het meest recht kon doen aan de muziek. Voor het merendeel van de tracks zijn dat drie geavanceerde instrumenten van Victor Mustel uit Parijs, de Rolls-Royce onder de harmoniums, met fantastische klankmogelijkheden. Als geen ander weet kleurentovenaar Luijmes die eruit te halen. Dergelijke Franse drukwindharmoniums klinken fel en werelds. Bij Duitse en Amerikaanse harmoniums wordt de wind aangezogen, wat een wekere, mystiekere klank oplevert. Die klankverschillen zijn in Luymes’ opnames goed waarneembaar. Zuigwindharmoniums komen er op de cd’s wel wat bekaaid af helaas.

Onder de tientallen opgenomen composities bevinden zich talrijke meesterwerken naast curiositeiten in een veelheid aan stijlen. Cd 1 opent bijvoorbeeld met fascinerende, Slavisch klinkende stukjes van Janácek, gevolgd door de introverte klanken van de ‘late’ Liszt. We horen vervolgens enorme contrasten tussen Rachmaninov, Stravinsky, Bizet, Elgar, Sibelius, César Franck, Czerny, Grainger en de modernistische Josef Matthias Hauer. Dirk Luijmes staat garant voor weergaloze, fantasievolle vertolkingen, waarin hij voorgoed afrekent met het gezapige imago van de oude psalmenpomp.
Christo Lelie

*

Caspar Vos speelt met hart en ziel

Klassiek
Caspar Vos
Restart - Federico Mompou (7MNTN)
★★★★☆

Beeld *

Dat Caspar Vos (1988) kan pianospelen weten we van zijn eerste cd ‘Ego’, die gewijd was aan het relatief onbekende werk van de Russische componist Nicolai Medtner (1879-1951). Daarop vertolkte hij met hart en ziel een van de moeilijkste werken uit de pianoliteratuur, Medtner’s ‘Nightwind-sonate’. Maar ook in de rest van het Medtner-recital op deze cd viel de enorme betrokkenheid van Vos bij dit repertoire op. Dat uitte zich in heel persoonlijk en precies uitgevoerd spel.

Van Medtner naar Federico Mompou (1893-1987) is een enorme stap. Een Spanjaard in plaats van een Rus, uitgebeende muziek in plaats van de notenlawine van de Nightwind-sonate. Maar wat op deze nieuwe cd Restart is gebleven, is de hart- en zielbenadering van de pianist. Vos koos een selectie van langzame, dromerige stukken, voornamelijk uit de ‘Impressions intimes’ en ‘Cançons i danses’. Vos speelt ze met een heel bijzondere fijngevoeligheid en klankbeheersing.

Slechts af en toe gaat het tempo wat omhoog. Van mij had dat voor de afwisseling wel vaker gemogen. Dat neemt niet weg dat Vos opnieuw bewijst dat hij een van de beste Nederlandse pianisten van zijn generatie is.
Sandra Kooke

*

Vol vaart maar met een lichte toets

Klassiek
Robin Ticciati
Bruckner, Zesde symfonie (Linn)
★★★☆☆

Beeld *

Sinds 2017 is Robin Ticciati chef-dirigent van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, en hij laat er wat cd’s betreft geen gras over groeien. De derde opname van deze combinatie bevat Bruckners Zesde symfonie.

Bruckner ademt iets onnoemelijk groots. Zijn akkoordreeksen hebben een onontkoombare werking, die veel met het begrip tijd te maken heeft: de tijd die genomen wordt om de muziek te laten spreken. Ticciati geeft een heel eigen definitie van dat begrip. Hij houdt van vaart en van een lichte toets. Hij maakt tempo, en vliegt in zekere zin over Bruckner heen. Alles is volledig verzorgd, de klank die het orkest produceert is om door een ringetje te halen. Ook dat is Ticciati eigen: hij is buitengewoon genuanceerd in de uitwerking. En het past hem, de lichte stijl waarin hij een dergelijke symfonie uitvoert.

De Brit straalt iets kwetsbaars uit, evenwichtig, maar niet overrompelend. Bij zijn complete Schumannsymfonieën werkte dat perfect. Zijn Brahmsen onlangs: warm, transparant, de bezetting teruggebracht tot kamermuzikale proporties, en ook luchtig. Bruckner is andere koek.
Frederike Berntsen

*

Snikkend en croonend solodebuut

Pop
Finn Andrews
One Piece at a Time (Nettwerk Records)
★★★★☆

Beeld *

Finn Andrews en zijn Zorrohoed zijn onafscheidelijk, ook als hij zich als solo-artiest manifesteert. Maar met de gitaren, het rauwe en macabere van indierockgroep The Veils, heeft de Britse Nieuw-Zeelander wel gebroken. Ingetogen arrangementen van strijkers en piano regeren op zijn persoonlijke debuut ‘One Piece at a Time’. Zijn relatie liep stuk in 2016, ten tijde van de vijfde Veils-plaat. Andrews liet Londen en zijn band na vijftien jaar even achter zich en verhuisde naar Auckland, Nieuw-Zeeland, waar zijn moeder woont. 

Daar schreef de 35-jarige zanger snikkend en croonend het liefdesverdriet van zich af: ‘Love, What Can I Do?’ Hij bezingt de paradoxale gevoelens van pijn én opluchting op ‘A Shot Through the Heart (Then Down in Flames)’. Op ‘Al Pacino / Rise And Fall’ komt hij dichtbij Nick Cave, een van zijn helden. Evenals op het lugubere ‘One By The Venom’ – een poëtische opsomming van hoe de man met de zeis zijn prooien grijpt. 

Lang pijnigde Andrews zichzelf trouwens door zich langs de meetlat te leggen van het oeuvre van grootheid Cave. Tot hij inzag een onredelijke en nodeloze strijd te voeren. Toch is hij met deze plaat stiekem een stukje dichterbij gekomen. ‘One Piece at a Time’. 
Frank Hettinga

*

Maatschappijkritiek die monter maakt 

Wereld
Leyla McCalla
Capitallist Blues (Jazz Village / Pias)
★★★★☆

Beeld *

Een ladder waarvan iedereen roept dat je hem beklimmen moet, maar die tijdens de beklimming er almaar treden bijkrijgt. Met die treffende beschrijving van het kapitalisme begint de Amerikaanse zangeres en banjo-speelster Leyla McCalla haar nieuwste plaat.

Een mooie, maar vooral ook opmerkelijke plaat. Enerzijds omdat McCalla haar maatschappijkritiek verpakt in muziek die opvallend monter is. Blues die je moed geeft en opvrolijkt, blijkbaar bestaat dat ook.

Minstens zo bijzonder is dat McCalla muziek maakt die volledig teruggrijpt op de traditionele smeltkroesmuziek uit New Orleans. Inclusief de typische sfeer verhogende attributen zoals een whiskyfles die dient als percussie-instrument. In die zin is die muziek oud, maar ze voelt fris als ochtenddauw.

Er is wel betoogd dat er in muziek geen vernieuwing bestaat, maar dat er voortdurend muziek vergeten wordt die wanneer je haar opnieuw maakt weer nieuw wordt.

Dat toont McCalla hier maar weer eens aan. Dat doet ze met hele elegante arrangementen, vooral in de strijkers- en blazerspartijen. En soms met een volledig overstuurde elektrische gitaar. McCalla zelf zingt zonder aangezette emotie en raakt juist daardoor diep.
Mischa Andriessen 

Layla McCalla speelt op 24 maart in Lantaren-Venster, Rotterdam en op 25 maart in Bitterzoet, Amsterdam.

Een overzicht van de nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden