CD's op vrijdag: Janelle Monáe geeft het protest tegen Trump een frisse impuls

De muziekredactie had het deze week niet te moeilijk te kiezen welk album er deze week wat meer aandacht verdient: die van de Amerikaanse Janelle Monáe steekt er bovenuit, op de zorgeloze wijze waarmee ze het anti-Trump-engagement een frisse impuls geeft. Verder deinst pianist Ralph van Raat gelukkig niet terug voor Stravinsky, is het Rotterdamse Lewsberg heerlijk grootstedelijk onderkoeld, vergeet het jazztrio Contrast net wat veel noten, en blijkt het zakelijk instinct van producer Esko onfeilbaar. 

De pussy grabt gewoon terug 

POP
Janelle Monáe
Dirty Computer (Warner)

★★★★☆

Het is niet iets om vrolijk van te worden: een democratisch verkozen leider die je het gevoel geeft dat je er niet bijhoort. Dat je minderwaardig bent. Dat het volksmandaat je reduceert tot geslacht of huidskleur. Dat je dan je toevlucht zoekt in zwartgallige liedjes om uiting te geven aan alle frustraties en uitzichtloosheid, is best begrijpelijk.

Maar, wat je óók kunt doen, en dat is veel leuker, is gewoon je schouders ophalen. Gooi die middelvingers de lucht in, zwaai ze rond alsof het allemaal toch niks uitmaakt. Haal kracht uit jezelf. Leef gewoon je leuke leven. Dans en zing, terwijl om je heen de bommen neerdalen. Grab ‘m by the pussy? Nou – de pussy grabs gewoon terug. Janelle Monáe zingt het letterlijk, en die uitdagende knipoog is wat haar overweldigende derde album ‘Dirty Computer’ zo verslavend maakt.

Yep, het gaat weer over Trump. De misogyne racist in het Witte Huis heeft de popmuziek flink gebolsterd in haar verzet. En juist op een moment dat er sleet dreigt te komen op al dit gratuite engagement weet Monáe het protestgeluid toch een frisse impuls te geven.

Want met dezelfde speelsheid als waarmee ze soul, funk en hiphop aaneenrijgt vliegen alle thema’s van nu voorbij. De vrouwenzaak, LGBT-rechten, nepnieuws, populisme, racisme. Met als verbindend element: trots. Trots op haar simpele afkomst, als dochter van een schoonmaakster en vrachtwagenchauffeur (‘Django Jane’), trots op haar vrouwelijkheid (‘Pynk’), en trots op welke geaardheid dan ook (‘Make Me Feel’, ‘I Like That’).

Monáe stuurt de electrosoul van haar bejubelde vorige plaat hier meer richting vrolijke pop, hoewel de invloeden van Prince (letterlijk, hij zou een synthlijntje hebben meegeschreven) en Erykah Badu nooit ver weg zijn. Het poppy hoogtepunt is het vrolijke ‘Screwed’. Samen met Zoë Kravitz zingt ze het uit: “Let’s get screwed / I don’t care / you fuck the world up now / we’ll fuck it all back down”. Seks is politiek. Ze komt grof over, maar ach, je oogst wat je zaait. Monáe schaamt zich sowieso niet voor haar sexdrive, zie ook het stomende, suggestieve ‘Take A Byte’. Het maakt haar onweerstaanbaar, die wijze waarop ze het allemaal niet te serieus neemt maar ondertussen wel bloedserieus ís. 

En het stel geweldige, afwisselende nummers wil ook wel helpen. Niet dat de plaat muzikaal perfect is. Zo is ‘I Got The Juice’ tamelijk overbodig, als een leeg vehikel waarop Pharrell zijn bubbelige productietrucje kan etaleren. En het toch al trage ‘Don’t Judge Me’ voelt nog langer aan dan de zes minuten die het al is.

Maar dan volgen een indringend ‘So Afraid’ en het euforische, krachtige slot ‘Americans’. Waarop ze het nog één keer uitlegt. Hou gewoon van iedereen op dezelfde manier als waarop je van jezelf houdt. Het is allemaal niet zo ingewikkeld, lieve mensen. Luister nu maar gewoon naar Janelle Monáe. (Joris Belgers)

Ralph van Raat is altijd in voor een pianistische uitdaging 


KLASSIEK
Ralph van Raat
Stravinsky, Debussy
(Naxos)
★★★★☆

Waarom zou je een pianoversie beluisteren van een groots, kleurrijk orkestwerk? Voor ons ligt dat niet voor de hand, maar begin twintigste eeuw waren opnames van orkestwerken niet ruim voorhanden. Wie ‘La mer’ van Debussy of ‘Le sacre du printemps’ van Stravinsky wilde horen, moest op het juiste moment in de concertzaal zijn. Of een goede pianist kennen die het stuk in de huiskamer op de piano kon spelen. Van beide stukken werden voor dit doel snel na de première pianoversies geschreven, die door de componist werden goedgekeurd. Hondsmoeilijke stukken, waarin tien vingers alle orkestpartijen moeten spelen.

Ralph van Raat, altijd in voor een pianistische uitdaging, waagt zich eraan en speelt beide werken voorbeeldig. ‘La mer’ is zo’n kleurrijk werk dat een pianoversie altijd een slap aftreksel zal zijn. Toch is het interessant om te horen hoe Van Raat versluierde klanken en opkomende stormen uit de piano tovert.

De ‘Sacre’ is door het ritmische karakter veel geschikter om op piano uit te voeren. Van Raat speelt het met grote precisie en oog voor de opbouw. Hij bereikt daardoor een vergelijkbare spanning als bij het origineel voor orkest. Toch gaat er niets boven de orkestrale versie. Een cd voor liefhebbers dus. (Sandra Kooke

Lewsberg en de kilte van de straatstenen

POP
Lewsberg
Lewsberg
(Eigen beheer) 
★★★☆☆

Lewsberg is supercool. In alles. In de stoïcijnse gitaaraanslag van de bandleden, die hun sporen verdienden bij nederindie-bandjes als Naive Set en Rats on Rafts. In hoe zanger Arie van Vliet zich een weg door zijn teksten prevelt. In diens hoekige accent dat door zijn Engels heen sijpelt, in de kilte van de straatstenen en de Rotterdamse architectuur die wordt weerspiegeld in de alsmaar voortdreinende gitaarklanken. 

Het zijn poëzieliefhebbers, deze vier, die van hun debuutplaat net wat meer maken dan alleen een stel puntige gitaarnummers. Zo hebben ze een dialoog tussen dichters Cornelis Vaandrager en Frans Vogel door het album verweven en vernoemden ze de band naar de vroeg overleden schrijver/dichter Robert Loesberg (van de roman ‘Enige Defecten’). Geen vrolijk man, de band zegt inspiratie te putten uit diens grotestadscynisme, zwarte humor en existentialisme. Dat is te horen. Bands als Pavement, The Velvet Underground of Parquet Courts zijn de andere referenties. Lekker gruizig. Heerlijk cool.

Luister maar eens naar die sudderende treurnis in ‘Non-fiction Writer’, de uitzichtloosheid in ‘Carried Away’ of hoe dat hupsende gitaarlijntje samenvalt met die zang op ‘Smile’. Het is allemaal niet bijzonder, nieuw of overweldigend, maar bijeengenomen klopt het plaatje. Lewsberg bewees vorig weekend op Motel Mozaïque geen band te zijn die zonnebrillen, leren jacks of andere franje nodig heeft. Ze staan er gewoon. Soms is dat voldoende.  (Joris Belgers)

Die weinige noten moeten dan wel raak zijn

Die weinige noten moeten dan wel raak zijn

JAZZ
Contrast Trio
Letila zozulya 
(Bimba records)
★★★

Op de hoesfoto’s spelen snoeren de hoofdrol en anders dan bij jazz gebruikelijk is, valt nergens een mens te bekennen. Op die manier maakt het Duitse Contrast Trio meteen duidelijk dat het binnen de jazz een aparte plaats inneemt.  In de eerste plaats omdat het drietal zoekt naar een soort drielandenpunt waar jazz samengaat met volksmuziek en vooral elektronische muziek. Daarnaast doordat in die versmelting van stijlen ook de drie musici zoveel mogelijk proberen te versmelten. 

Bij momenten vormen drums, bas en toetsen een samengebalde klank waarin ze nauwelijks nog van elkaar zijn te onderscheiden. Aan spectaculaire solo’s doen de Duitsers niet. Kleine verschuivingen in tempo of dynamiek, en subtiele, melodische variaties moeten een spanningsboog opbouwen.

In de twaalf tracks op hun derde album ‘Letila Zozulya’ lukt dat met wisselend succes. Soms gebeurt er te weinig om de aandacht echt vast te houden. Wie weinig noten speelt, moet wel zorgen dat ze allemaal raak zijn. Daarentegen zijn veel stukken wel degelijk spannend en wat belangrijker is, met dit experiment is het trio een bijzondere nieuwe stijl op het spoor. (Mischa Andriessen

B-b-b-b-b beats by Esko is proeve van zijn muzikale én zakelijke bekwaamheid 

POP
Esko
Beats by Esko
(Van Klasse/Cloud 9)
★★★☆☆

Stacey Walroud (1994) groeide in korte tijd uit tot een van de meest gevraagde en bekendste hiphopproducers van ons land. Dat laatste niet in het minst doordat hij al zijn producties van een watermerk voorziet – ‘b-b-b-beats by Esko’ – zoals schilders hun kunstwerken signeren. Zijn debuutalbum is een proeve van zijn muzikale én zakelijke bekwaamheid. Vooral dat laatste is geslaagd: hij wist ongeveer elke relevante rapper te strikken. De aanwezigheid van Ronnie Flex, Sevn Alias, Bokoesam en meer dan twintig anderen zorgt ervoor dat het album hoe dan ook opgemerkt zal worden. 

Muzikaal is Esko ongekend divers: het gaat van duistere trapbeats tot het ronduit tropische ‘Hey meisje’. De diversiteit gaat ten koste van zijn identiteit. Het album draagt zijn naam, de hoes zijn beeltenis, maar verder houdt Esko zich op de achtergrond. Zijn grootste verdienste is dat hij voor elke rapper een speelveld schept waarop hij of zij het beste uit zichzelf kan halen – al moet gezegd dat er tekstueel weinig interessants gebeurt. Geld is nog altijd hét onderwerp in hedendaagse rap. De bijdrage van Hef wordt daardoor des te indringender: ‘Ik kan nu begrijpen wat mijn vader dacht / Wanneer ik hem niet checkte op een Vaderdag.’ (Klaas Knooihuizen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden