Muziekrecensies CD's op vrijdag

CD's op vrijdag: Igor Levit, I Am Oak, Miles Davis en het Concertgebouworkest

Miles Davis op het Jazz festival van Parijs in 1969. Beeld AFP

De manier waarop Igor Levit de pianosonates van Beethoven speelt, is net als de stukken zelf, als een mijlpaal te beschouwen. De live-opanmes van het Concertgebouworkest onder leiding van de ontslagen chef-dirigent Daniele Gatti zijn een toonbeeld van zijn (muzikale) grootsheid. De ‘verloren’ plaat van Miles Davis stelt daarentegen vanwege de zwakke composities en halfslachtige bewerking sterk teleur.

De adembenemende Beethoven van Igor Levit

Klassiek
Igor Levit
Beethoven Complete Pianosonates
★★★★☆

De 32 pianosonates die Ludwig van Beethoven schreef, zijn te beschouwen als een mijlpaal in de muziekgeschiedenis. De wijze waarop Igor Levit ze speelt, is opnieuw als een mijlpaal te beschouwen: zelden zal een musicus zo duidelijk de bedoelingen van Beethoven hebben blootgelegd. Adembenemend is het resultaat. Letterlijk en figuurlijk.

Burger, Europeaan, pianist: zo omschrijft Igor Levit (32) zichzelf op zijn site. Een man met eigenzinnige repertoirekeuze en goed doordachte programma’s. Op Twitter geeft hij regelmatig gepeperd commentaar op de wereldpolitiek. De revolutionaire humanist Beethoven past alleen daarom al goed bij hem.

Ook muzikaal vormen Beethoven en Levit een bijzondere match. Dat bleek enkele jaren geleden al toen zijn sterke opname van de laatste vijf sonates van Beethoven uitkwam. Te jong voor die rijpe werken? Nee hoor, de twintiger Levit wist precies wat hij ermee wilde. Vandaar dat er met spanning en hoge verwachtingen werd uitgekeken naar de 9-delige box met alle ­sonates, die vandaag uitkomt. En Levit maakt de verwachtingen waar: alle 32 sonates staan als een huis. Al is er een maar. 

Deze pianosonates vormen elk een wereld op zichzelf. Ze komen voort uit het basismateriaal waarmee Beethoven zijn sonates opbouwt: een ritmische figuur, een dwingende drive, een melodisch fragment. Levit legt die werkwijze van Beethoven fenomenaal bloot. Hij pakt Beethovens idee bij de kop en gaat er met een vurig geloof mee aan de slag in wat hij speelt.

Met zijn muzikale logica brengt hij de kracht en originaliteit van Beethovens ideeën over het voetlicht. Vooral in de allervroegste en de laatste sonates is Levit op zijn best. Opvallend is hoe precies de pianist de voorschriften van Beethoven, ­inclusief de tempo-aanduidingen, volgt. Nergens wijkt hij af van het pad dat Beethoven inslaat.

Luister bijvoorbeeld naar opus 53, de ­sensationeel gespeelde ‘Waldstein’. ­Boven het eerste deel staat Allegro con brio. Levit speelt de repeterende noten met een enorme drive, heel snel – sommigen zullen zeggen: te snel – zonder dat het buiten adem of ongecontroleerd klinkt. Het tweede deel is een echt Adagio molto: intiem, melancholiek, ­geheimzinnig. De ‘gemakkelijke’ sonate opus 79 profiteert dan weer van het razendsnelle spel van Igor Levit.

De basis van Levits spel is zijn technische surplus. Dat hoor je terug aan de messcherpe precisie, de ­mogelijkheid die hij heeft om nog even te versnellen, de ruimte die er altijd is voor de juiste accenten, de controle van de klank. Maar zijn ­belangrijkste bron is zijn brein. Hij heeft begrip, overzicht en een geweldige concentratie. Daarmee houdt hij de luisteraar in een dwingende greep.

En dan nu de maar. In een filmpje op YouTube zegt Levit dat Beethoven de meest menselijke muziek is die hij kent. Maar bij hem hoor je vooral de drive van de mens, de wil om iets voor elkaar te krijgen. Nooit is de pianist even aan het mijmeren, een beetje aan het zwieren of zwelgen. Die doelgerichte aanpak geeft zijn spel vaak een cerebraal karakter. Het is maar een kanttekening bij deze prachtige box. 

Daniele Gatti grossiert in fraaie details

Klassiek
Concertgebouworkest/Gatti
Strauss ‘Salome’ (RCO Live)
★★★★★

Even leek het erop alsof het Concertgebouworkest de live-opnamen van de ontslagen chef-dirigent Daniele Gatti stiefmoederlijk zou behandelen. Maar Gatti’s muzikale erfenis blijkt los te staan van die andere, onverkwikkelijke erfenis, die zowel dirigent als orkest ernstige en langdurige schade heeft toegebracht. Het orkest komt deze maand, en de volgende maanden met cd’s en dvd’s waarop het bijzondere meesterschap van Gatti is vastgelegd. Te beginnen met de live-opname van Richard Strauss’ ‘Salome’ uit 2017.

Het orkest en Gatti zaten in de bak bij De Nationale Opera die Ivo van Hove’s enscenering van Straus’ bloederige, bijbelse thriller presenteerde. De cd en dvd van deze zeer succesvolle productie verschenen vorige week. De details waarmee Gatti zo groots grossierde zijn magnifiek terug te horen op de cd. Met een Concertgebouworkest in bloedvorm, dat hoorbaar zin heeft in deze complexe partituur, en in de climaxen explodeert in schoonheid. Schitterende bijdragen van Malin Byström (Salome), Lance Ryan (Herodes) en Doris Soffel (Herodias). Evgenji Nikitin zingt als profeet Johannes de Doper wat vlakker. Het doet weinig af aan het succes van deze geweldige muzikale exercitie, onder een dirigent die wist hoe je zo’n werk kop en kont gaf. Ultiem bewijs voor de juistheid (in muzikale zin) van Gatti’s chefschap.

Een melancholische en warme I am Oak

Pop
I Am Oak
Osmosis (Snowstar Records)
★★★★☆ 

Op ‘Osmosis’, alweer het zesde album van I Am Oak, onderzoekt frontman Thijs Kuijken de creatieve paden van de piano. De gitaar heeft hij voor nu creatief wel even uitgespeeld. De in Utrecht gevestigde Brabander wilde een instrument ontdekken dat hij nog niet zo goed beheerste. En met die helder meanderende toetsen vernieuwt hij zich zonder meer. Maar vlak de gitaar ­zeker niet uit. Neem de knisperend, kalm solerende elektrische gitaar op ‘The Shore’ en ‘Stranger’, zoals we wel kennen van The National. 

Samen met de Spaanse gitaar en synthesizer maakt dat van ‘Osmosis’ een warm en melancholisch ­geheel. En dan komt zijn inmiddels herkenbaar tedere stem er nog ­bovenop, schurkend tegen de falset. Nog altijd geeft Kuijken weinig uit handen. Op wat drums na zijn haast alle instrumenten en zangpartijen door hemzelf ingespeeld. Toch heeft hij voor het eerst de productie overgelaten aan anderen. En misschien is dat de goede keuze geweest. 

Het album behoort zeker tot zijn meest volwassen werk tot nu toe. Op het nummer ‘Between Worlds’ verhaalt Kuijken mooi over het ambacht van de songwriter, over constant aanstaan, haast bezeten op zoek naar nieuwe inspiratie. ‘I will write down all my days. All my nights too. Each move I make.’ Het heeft een mooie bundeling liedjes opgeleverd.

‘Verloren’ album van Miles Davis stelt teleur

Jazz
Miles Davis
Rubberband (Rhino /Warner)
★★☆☆☆

Een plaat die jaren onaf in een la lag, is op de markt gebracht als ‘het verloren gewaande album van Miles Davis’. In die la lag hij niet zomaar. Deze opnamen uit midden jaren tachtig werden niet goed genoeg ­bevonden. Op zich zegt dat weinig, menig verguisde plaat is later binnengehaald als een meesterwerk.

Slecht nieuws: dat geldt niet voor ‘Rubberband’. Davis was zwaar zoekende destijds. Hij droomde van jazz die weer aansluiting vond bij Afro-Amerikaanse jongeren. Na ­jaren nietsdoen was Rubberband zijn eerste poging. Als gezegd, een die volgens de direct betrokkenen, faalde.

Nu bezien zijn er minstens twee problemen met Rubberband. Allereerst zijn de composities niet sterk, soms zelfs hemeltergend. Daarnaast is het album afschuwelijk halfslachtig bewerkt. De producers hebben het typische jarentachtiggeluid ­behouden en er tegelijk een hedendaags r&b-album van gemaakt. ­Davis zelf wilde een ruige plaat, maar deze is glibberglad. Los daarvan was Davis een pionier. Zijn platen waren belangrijke bakens die duidelijk maakten; deze kant kan muziek ook op. Jaren later is die richting allang ingeslagen en wijst Rubberband naar een bekende weg.

Bij Tetzlaff en Ticciati komt het recht uit het hart

Klassiek
Christian Tetzlaff
Beethoven, Sibelius 
★★★★☆

Nogmaals de concerten opnemen die je al eens vastlegde? Waarom zou je? Omdat de ene muzikale partner de andere niet is. Beethovens Vioolconcert en dat van Sibelius blijven top of the bill, en de uitdaging blijft groot om ze telkens uit de grond van je hart te spelen, wellicht met nieuwe inzichten. Christian Tetzlaff combineert beide stukken – Beethoven nam hij live op – en noemt de concerten mijlpalen in de geschiedenis van het vioolconcert. Omvang, uitdaging, innovatieve elementen en virtuositeit ­behoren in zijn ogen tot het rijtje ­essentiële kenmerken van deze werken. De Duitse superviolist toog aan het werk met Robin Ticciati en zijn Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en kwam tot bevlogen uitvoeringen.

Ticciati heeft een zorgvuldige hand van dirigeren, een afgerond klankbeeld vormt zijn handelsmerk. Desondanks kan hij uitnodigen tot een priemende, kale en huiveringwekkende begeleiding. Zoals Tetzlaff zegt, vloeit het uitvoeringsresultaat voort uit het emotionele gevoel voor het werk, geleid door het verhaal achter de noten, niet uit een bepaalde uitvoeringsesthetiek. ­Logisch, maar niet voor iedere ­musicus vanzelfsprekend. Wat je hoort is geen Tetzlaff-glans over ­ieder concert, maar twee bewuste en karakteristieke betogen, krachtig van toon en inhoud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden