CD-recensies

CD's op vrijdag: een oprecht alter ego, een verstaanbare sopraan en een rapper die vakwerk levert

Deze week verbaasde de muziekredactie zich erover dat zij de oprechtheid van Father John Misty zowaar geloofde. Ook verbazingwekkend is het dat sopraan Carolyn Sampson zo lang wachtte met haar fenomenale uitvoering van Schubertliederen. Verder konden we moeilijk kiezen tussen de hiphop-platen van Pusha-T en A$AP Rocky; heeft Ryley Walker zijn eigen geluid gevonden; en blijkt geen C te hoog voor tenor John Osborn. 

Nooit gedacht: Father John Misty klinkt oprecht 

POP
Father John Misty 
God’s Favorite Customer 
(Bella Union / PIAS)
★★★★☆

Een lsd-trip deed Josh Tillman ooit inzien dat het anders moest. De folkzanger, wiens soloplaten werden genegeerd, stapte achter het drumstel van Fleet Foxes vandaan, bedacht het alter-ego Father John Misty, en begon opnieuw. Deze ­Father John Misty werd zowel ­vertolker als hoofdrolspeler van zijn nummers.

Josh Tillman alias Father John Misty Beeld Patrick Post

Dat resulteerde in een ontstaans-geschiedenis (debuut ‘Fear Fun’, 2012), een gemankeerd liefdesverhaal over hem en zijn vrouw Emma (het overweldigende ‘I Love You, Honeybear’, 2015) en zijn zwartgallige magnum opus (‘Pure Comedy, 2017).

Maar ook búiten de muziek werd Father John Misty een personage. Een karikatuur, haast. Om zijn ­getrol van collega’s en media, om zijn uitspraken waarmee hij telkens weer de aandacht greep. Langzaam werd Josh Tillman overgenomen door Father John Misty. Dat moet tot problemen hebben geleid, ­getuige het eerlijke, kwetsbare ‘God’s Favorite Customer’, waarover weinig meer bekend is dan dat het voortkomt uit een moeilijke ­periode waarin Tillman het zelf ook allemaal niet meer wist.

Alleen dat al is opvallend: er is een enorm contrast tussen de haast ­afwezige publiciteit rondom dit ­album en hoe de zanger vorig jaar rondom ‘Pure Comedy’ niet uit de muziekpers was weg te slaan. Bewust, ongetwijfeld. Was die vorige een essayistische ideeënplaat over de teloorgang van onze westerse cultuur, dit album is een verzameling liedjes over de geestesgesteldheid van Tillman. En die spreken prima voor zich.

Daarmee is ‘God’s Favorite Customer’ het meest Tillman-achtige ­album dat Father John Misty tot nu toe uitbracht. Het gekke is: nu we de ironie van Father John Misty ­gewend zijn, zouden we deze ­oprechtheid helemaal niet moeten geloven. Maar we doen het toch.

Dit komt allereerst om de kwaliteit van de nummers. Daarnaast door de context – we wéten dat het niet makkelijk is om Father John Misty te zijn. En het komt ook doordat we vermoedelijk niet nóg zo’n album hadden geslikt waarop Father John Misty vanachter een pantser van zelfspot de clown uithangt.

Het grappige is dat de aanpak nauwelijks verschilt. In ‘Mr Tillman’, over de periode waarin Tillman noodgedwongen een tijdlang in een hotel bivakkeerde, neemt hij nog steeds zichzelf op de hak, als hij zingt hoe de receptionist hem maant eerst zijn oplopende ­rekening te betalen. Vooral het breekbare ‘The Palace’ maakt ­indruk, om die rauwe directheid, zingend boven een krakende piano, dat haast meteen na het schrijven ervan lijkt te zijn opgenomen.

Het meest kwetsbare moet dan nog komen. Het kan haast niet anders dan dat hij zich met ‘The Songwriter’ tot zijn vrouw richt. Hij vraagt haar hoe het zou zijn geweest als de rollen waren omgedraaid. Wat als zíj de songschrijver was geweest en zij hém zou gebruiken voor zijn kunst, zoals Father John Misty dat deed voor zijn veelgeprezen ‘I Love You, Honeybear’? Dag, lieve zangvogel, horen we hem zingen.

En dan weten we plots waaróm de zanger wekenlang in dat hotel bivakkeerde, waarom de receptionist hem vroeg of het wel verstandig was om alleen te drinken, waarom hij The Palace niet wilde verlaten om de waarheid onder ogen te ­komen.

We zijn allemaal maar mensen. En kunnen daar bitter weinig aan doen, zingt hij tot besluit. Niet eerder toonde Father John Misty zich zo menselijk. Zo zichzelf. En dat was precies wat hijzelf én zijn publiek nodig hadden. (Joris Belgers)  

Een van de beste Schubert-recitals óóit

KLASSIEK
Carolyn Sampson/Joseph Middleton
A Soprano’s Schubertiade (BIS
★★★★★

Vorige week verraste sopraan Carolyn Sampson in de uitvoering van Brahms ‘Ein deutsches Requiem’ door Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw. Sampson, vooral bekend vanwege haar pure Purcell, Händel en Bach, zong haar solo met stralende stem die met gemak de achterste rijen in het Concertgebouw bereikte. Wát ze zong, was ook nog eens woord voor woord te ­verstaan. Die verstaanbaarheid is ook de grote kracht op haar nieuwe cd ‘A Soprano’s Schubertiade’. Je zou zweren dat hier een Duitstalige zangeres zingt, niet een Britse. Ruim twintig jaar durfde ze Schuberts liederen niet aan, althans niet publiekelijk. Maar dat wachten en twijfelen heeft geloond, want deze recital is magnifiek en behoort tot het beste wat op dit gebied ooit is verschenen. 

Sampson stelde met haar begenadigde begeleider Joseph Middleton een bijzonder programma samen van bekend en onbekend, met onverwachte dwarsverbanden en een mooie opbouw. Ze durft zelfs de moeilijke bloemenballade ‘Viola’ aan. In het kleine kwartier van dit bijzondere werk vat Sampson haar ongekende interpretatiekunst samen. Adembenemend. (Peter van der Lint

Pusha T en A$AP Rocky gaan de mode voorbij

HIPHOP

Pusha T
Daytona (G.O.O.D.) - ★★★★☆

A$AP Rocky
Testing
(RCA) - ★★★

Aan de vooravond van de nieuwe Drake en Kanye West verschijnen twee andere ­belangrijke hiphopalbums. Die stemmen hoopvol, want hoewel in de uiterwaarden van het genre genoeg interessants gebeurt, dreigt de vaargeul dicht te slibben. Steeds meer jongens met gezichts-tatoeages die zich Yung dit en Lil’ dat noemen, recyclen de eens frisse wind van autotune, trapbeats en trioderaps, tot niets rest dan een natte scheet.

Pusha T is nooit met de mode meegegaan. Hij klinkt nog steeds alsof het 2001 is: lappen tekst over schijnbaar eenvoudige beats. Waar albums tegenwoordig soms meer dan veertig nummers tellen om in het streamingtijdperk meer geld te verdienen, kiest Pusha voor zeven. Hij levert vakwerk. Dat de 41-jarige miljonair nog steeds rapt over zijn tijd als drugdealer, is natuurlijk potsierlijk, maar zijn originele metaforen maken veel goed. Kanye West componeerde de jazzy beats, die doen uitzien naar zijn eigen werk.

A$AP Rockys ‘Testing’ is met zestien nummers te lang, maar muzikaal rekent hij af met elke trend. De akoestische gitaar is minstens zo belangrijk als de drumcomputer en hij zingt meer dan hij rapt. Mooi is dat niet, dapper wel. Rocky klinkt eerder spontaan dan ambitieus, een nette manier om te zeggen dat het een rommeltje is. De aandacht verslapt geregeld, hij laat ‘rapper’ op ‘rapper’ rijmen, maar de poging om het vastgeroeste genre los te wrikken is al heel wat. (Klaas Knooihuizen

Ryley Walker vindt definitief eigen geluid 

POP

Ryley Walker 
Deafman Glance (Dead Oceans / Konkurrent)
★★★★☆

Ryley Walker is niet iemand die twee keer hetzelfde doet. Was hij voorheen van de pastorale gitaarfolk, inmiddels is dat via een jazzy, geïmproviseerde twist doorontwikkeld tot een soort folkversie van ­jaren 70 psychedelica. Hij is pas 28, maar hij wordt ouder en ouder, en heeft op zijn vijfde album ‘Deafman Glance’ zijn eigen stem gevonden.

Neem het tweede gedeelte van ­‘Telluride Speed’, het hoogtepunt van dit album. Walker stijgt enkele ­minuten boven zichzelf uit in een soort mini-suite die duidelijk refereert aan psychedelica uit de jaren 70 (die dwarsfluit!), jazzmuziek (die minisolo’s!) en zelfs ingetogen metal. Ook elders op het album zijn er lange instrumentale intro’s die je eerder in de jazzmuziek zou verwachten (‘22 Days’), net als die barokke aanvliegroutes naar de kalme soundscape op ‘Accommodations’ of die theatrale climax van ‘Can’t Ask Why’.

De arrangementen zijn soms loodzwaar, maar de manier waarop ­Walker en zijn bandleden alles schijnbaar vanuit de losse pols hebben ingespeeld houdt het geheel lichtvoetig. De muziek lééft. En net als het leven kent dit album ook mindere momenten: ‘Expired’ trekt als een trage stapelwolk voorbij en het zwaarmoedige idioom waarin Walker zingt, kent weinig afwisseling. Zijn kunst schuilt vooral in dat betoverende gitaarspel. Daarmee bewandelt hij volledig zijn eigen pad, en het maakt nieuwsgierig waar dat toe leidt. (Joris Belgers

Geen C te hoog voor John Osborn


KLASSIEK
John Osborn
A Tribute to Gilbert Duprez (Delos)
★★★★☆

Nadat hij met zijn soepele, hoge tenorstem bij De Nationale Opera furore maakte in Rossini’s ‘Guillaume Tell’ en Berlioz’ ‘Benvenuto Cellini’, is John Osborn vanaf komende zondag in Amsterdam te bewonderen in een andere hondsmoeilijke rol. In een nieuwe productie van Jacques Offenbachs ‘Les contes d’Hoffmann’ zal de Amerikaanse tenor de rol van E.T.A. Hoffmann vertolken. Wat een traktatie en bovendien een mooie aanleiding om zijn recente solo-cd ‘A Tribute to Gilbert Duprez’ hier alsnog onder de aandacht te brengen. 

Duprez was een Franse ­tenor die in de hierboven genoemde opera’s van Rossini en Berlioz grote faam verwierf in Parijs. Uiteraard zingt Osborn op deze cd de twee grote aria’s uit Cellini alsmede de tour de force van Arnold uit ‘Guillaume Tell’. Het zijn mooie herinneringen aan het spectaculaire, maar nergens epaterende zingen van ­Osborn, voor wie werkelijk geen C te hoog gaat. Alsof het hem geen moeite kost, zingt hij de ene hoge C na de andere en vaak stapelt hij daar nog veel hogere tonen bovenop. Nergens wordt het geschreeuw, ­altijd mengt hij zijn borststem ­fantastisch met zijn kopregister. Verdi en Donizetti schreven ook voor Duprez, Osborn maakt van ­Donizetti’s ‘Ange si pur’ uit ‘La favorite’ een schitterend hoogtepunt. (Peter van der Lint)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden