Recensie

CD's op vrijdag: De nieuwe identiteit van Christine & The Queens

Waarom zou een artiest maar één identiteit mogen hebben? Deze week bespreekt Trouw de nieuwe cd van Christine & The Queens, die Chris heet. Héloïse Letissier, zangeres van de band, ontpopt zich hier als smachtende man. En Wilhelm Kempff, de grote Beethoven-pianist uit de vorige eeuw, blijkt zelf componist te zijn geweest. Wie had dat gedacht? Zijn kamermuziek werd op cd gezet door Quartetto Raro. Andere cd’s brachten ons niet in verwarring: Ben van Oosten weet prima raad met César Francks orgelmuziek, Socratis Sinopoulos zingt op de knievedel en Beethoven klinkt fris onder de handen van Julien Libeer en Lorenzo Gatto.

De klamme lakens zijn nooit ver weg

Christine & The Queens
Chris (Universal)
★★★☆☆

Klonk Héloïse Letissier op de vorige plaat van haar band Christine & The Queens als de smachtende vrouw, wachtend op haar geliefde (m/v), nu zijn de haren gekortwiekt, is het laatste gedeelte van haar bandnaam doorgekrast en zijn de spierballen ontbloot. Hier is Chris. En Chris wil niet je vriendin zijn, maar, vriendin, toch zeker wel je minnaar: zo zingt ze, op de dampende g-funk van 'Girlfriend'. Ook op de rest van 'Chris', de opvolger van het succesvolle 'Chaleur Humaine' waarmee ze zich vier jaar terug op de kaart zette, zijn klamme, verkreukelde lakens nooit ver weg.

Het genderfluïde Christine & The Queens is een van de leukste muzikale exportproducten van Frankrijk. Om de speelse synthpop; de aanstekelijke liveshows; om hoe Letissier deze Engelstalige plaat koppig ook gewoon in haar eigen taal uitbrengt. Maar vooral om de manier waarop ze queers een podium geeft zonder daar moeilijk of hoogdravend over te doen. Het is alleen jammer dat het dit keer muzikaal allemaal een beetje achterblijft.

Want tussen de paar knallers van potentiële hits (Girlfriend, die eightiesvibe van groovende 'Feel so good') of de gekkige synthdisco van 'Damn, what must a woman do' zitten een paar kil geproduceerde, modderige synthpoptracks die je vergeten bent zodra ze zijn afgelopen. Haar zwoele zang ontbeert juist daar de emotionele lading die nummers als 'The Walker' of 'What's her Face' zo nodig heeft. Nee, Chris is op haar best wanneer ze haar kaaklijn fier omhoog steekt.

Ben van Oosten waagt zich eindelijk aan Franck

Ben van Oosten
César Franck - The Organ Works
(MDG)
★★★★☆

Om de muziek van César Franck mooi te kunnen spelen, moet iemand eerst minstens dertig jaar liefdesverdriet hebben gekend". Met dit citaat van de bekende Franse organist/componist Jean Langlais beantwoordde organist Ben van Oosten tien jaar geleden in een interview de vraag waarom hij nog steeds geen Franck had opgenomen.

Omdat de toen 53-jarige organist echter al vele jaren gelukkig getrouwd was, parafraseerde hij Langlais vervolgens: "Ik vind dat je Francks orgelwerken eigenlijk niet voor je zestigste moet opnemen. Deze muziek is zo gerijpt dat je zelf eerst een rijping moet hebben doorgemaakt om bij de kern ervan te komen."

Inmiddels is Van Oosten de zestig gepasseerd en nu ligt zijn 4-cd-box met Francks orgelwerken in de winkel. Zijn vele fans hebben daar met smart op gewacht: Van Oosten is immers al vele jaren expert op het gebied van Franse orgelmuziek. Hij had al opnames gemaakt van de integrale orgelwerken van Vierne en Saint-Saëns, van Guilmants 8 orgelsonates, Widors complete orgelsymfonieën en muziek van Lefébure-Wély en Dupré.

Toen zijn Franck-box werd aangekondigd, schreven tientallen Nederlandse orgelliefhebbers zich in om per touringcar naar Rouen te gaan, waar het presentatieconcert werd gehouden.

Daar, in de abdijkerk Saint-Ouen, heeft Van Oosten de cd's volgespeeld. Het orgel in Rouen is een van de grootste en fraaiste instrumenten van Aristide Cavaillé-Coll, bij uitstek geschikt voor Francks muziek. Deze Parijse orgelmaker blies in de negentiende eeuw de Franse orgelbouw nieuw leven in, nadat die in de Revolutie in het slop was geraakt. Hij ontwierp een orgeltype waarvan de klankmogelijkheden vergelijkbaar zijn met die van een symfonieorkest. Het was César Franck die door de nieuwe Cavaillé-Coll-orgels werd geïnspireerd om zijn symfonische orgelstijl te ontwikkelen. "Mijn orgel is mijn orkest", was zijn credo.

Francks orgeloeuvre is relatief klein, maar de werken zijn van grote monumentaliteit en muzikale intensiteit. Het hoogtepunt is zijn 'Grand pièce symphonique', dat Van Oosten met veel temperament, kleurrijk, maar tegelijk met gevoel voor grote lijnen speelt. De forse klankexplosies van het immense Cavaillé-Coll orgel denderen via de speakers de huiskamer in. Briljante stukken als de 'Final' en de 'Fantaisie in C' speelt Ben van Oosten gloedvol en technisch uiterst verzorgd. Het intens-lyrische 'Prélude, Fugue et Variation' klinkt strakker dan verwacht. In het statische 'Prière' past deze emotioneel sobere speelwijze des te beter. Weldadig zijn de rust in de 'Fantaisie in a' en de poëzie in 'Trois Chorals'. Naast de twaalf bekende meesterwerken bevat de box een ruime selectie van Francks vroegere, postuum uitgegeven orgelstukken. Die zijn traditioneler dan zijn latere symfonische werken, maar completeren het beeld van de grote Franse orgelmeester in superieure uitvoeringen op een toporgel.

Intens gestreken tonen vol weemoed

Sokratis Sinopoulos
Under The Rose Tree (Saphrane)
★★★★

Op 'Under The Rose Tree' komt er geen vocalist aan te pas, toch wordt op deze plaat volop gezongen. Daarvoor verantwoordelijk is de Griekse musicus Socratis Sinopoulos, een excellente bespeler van de kleine, driesnarige lira, of zoals het strijkinstrument in het Nederlands heet: de knievedel. Het is een bijzonder expressief instrument dat ook de eenvoudigste melodieën meteen een emotionele lading meegeeft.

Tegelijk creëert de lira ruimte in de muziek. Zo klein als de knieviool ook is, zo breed en verdragend, is het geluid dat eruit komt. Sinopoulos speelt op deze acht jaar oude opnamen vanuit het Amsterdamse Tropentheater twaalf stukken uit verschillende Griekse, muzikale tradities.

Door voor de opvallende bezetting van lira, ud, piano en slagwerk te kiezen, komen Sinopoulos en zijn bandleden direct los van elke voorgeschreven vorm. Zonder het respect voor conventies uit het oog te verliezen, zoekt Sinopoulos' viertal vooral de vrijheid. Daardoor klinkt de muziek die zo lang op de plank bleef liggen, volledig eigentijds. En wie de korte, weemoedige teksten in het hoesboekje leest, hoort die woorden moeiteloos in de intense gestreken tonen terug.

Jonge Belgen geven Beethoven vleugels

Lorenzo Gatto, Julien Libeer
Beethoven vioolsonates 1, 10, 5
(Alpha)
★★★★☆

Pianist Julien Libeer en violist Lorenzo Gatto zijn bezig alle vioolsonates van Beethoven op te nemen, een project waarbij ze van de ene verbazing in de andere vallen, schrijven ze. Dat krijg je met Beethoven, die van elke sonate een op zichzelf staand meesterwerk maakte.

Maar het jonge duo geniet er duidelijk van om deze avontuurlijke muziek te onderzoeken. En ze blijken heel goed de weg te weten in Beethovens muziek.

Op de tweede cd uit deze serie combineren de twee Belgen Beethovens eerste en laatste sonate met de Frühling Sonate. Een mooie gelegenheid om zijn jeugdige muziek af te zetten tegen de innige muziek van de tiende sonate.

En wat doen ze dat goed! Gatto is een fantastische violist, die heel gevarieerde klanken uit zijn Stradivarius haalt, maar altijd aangenaam klinkt. Libeer doet niet voor hem onder. Het duo musiceert als een eenheid, fris, speels en met lange lijnen, waardoor Beethoven vleugels krijgt. Alleen in de finales van de sonates hadden ze hun laatste beetje terughoudendheid wel op mogen geven.

Gloedvol, maar geen prikkelend spel

Quartetto Raro
Kempff - Chamber Music (Brilliant Classics)
★★★

Een pianotrio, geschreven door Wilhelm Kempff? Niet iedereen zal onmiddellijk een melodietje van de man kunnen neuriën. Kempff was een van de grootste pianisten van de vorige eeuw, specialist in Beethoven en Schubert. Pareltjes van opnames zijn er te vinden van Chopin, Brahms en Schumann. Maar componeren? Voor Kempff behoorde het tot de dagelijkse routine, vooral in zijn jeugd. In de catalogus is van alles te vinden, van soloconcert tot opera en van kamermuziek tot symfonisch werk. Zijn Tweede symfonie is in première gebracht door het Gewandhausorchester onder leiding van Wilhelm Furtwängler. Quartetto Raro besloot tot het opnemen van het Kwartet in G-groot (fluit, viool, cello, piano) en het Trio in g-klein (viool, cello, piano). Kempffs mild-romantische werken op deze cd kabbelen gemoedelijk voort. Dat komt een beetje door de uitvoerenden en een beetje door de muziek. Quartetto Raro brengt gloedvol, maar geen prikkelend spel. Voorop staat wel dat de musici een inkijkje geven in hoe Kempffs muzikale begrip zich heeft ontwikkeld. Zijn componeren heeft langs die weg bijgedragen tot zijn grootheid.

Lees meer muziekrecensies op trouw.nl/muziekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden