Review

Carolijn Visser vereffent een oude rekening

Met 'De kapers van Miskitia' keert Carolijn Visser terug naar Nicaragua, waar ze begin jaren tachtig als journaliste werkte. Door kritische uitlatingen over sandinisten en 'revolutionaire toeristen' haalde ze zich toen de hoon van progressief Nederland op de hals.

MAARTEN ROEST

'Het goud van Bonanza', geschreven ter gelegenheid van de Boekenweek 1996, ging over goudzoekers in Nicaragua's afgezonderde Caribische regio, de Costa Atlántica. Je kon toen al merken dat Visser de hoon niet vergeten was. Elke sandinist moest het ontgelden. Idealisten ook. Duitse ecologen bijvoorbeeld, wiens goede bedoelingen volgens de schrijfster niets anders waren dan verhulde neo-koloniale arrogantie. Voor het nieuwe boek begaf Visser zich nogmaals naar de Costa Atlántica. In negen vlot geschreven korte verhalen schetst 'Nederlands meest geliefde reisverhalenschrijfster (aldus de flaptekst), het leven van de Miskito-indianen die er wonen.

Avontuurlijke anekdotes ontbreken niet. Zoals het verhaal van Barry, de eerste Miskito-piloot ter wereld, die ten tijde van de contra-oorlog zijn in beslag genomen DC-3 kaapte en ermee met een gezelschap vluchtelingen naar de Verenigde Staten vloog.

Met de kapers uit het titelverhaal vaart Visser naar een eilandengroep voor de kust. Het belooft ongemeen spannend te worden tussen de kreeftenvissers en drugshandelaren. Wapens te over en conflicten genoeg. Maar wanneer de schrijfster rustig terugvaart, is er geen schot gevallen en liggen de bij de lezer opgewekte verwachtingen in het water.

Vissers gal borrelt wanneer er buitenlandse evangelisten op de kust zijn. Vooral de Nederlandse Sabien, met de bekeringsdrang van een 19-jarige, moet haar naïeve bevoogding zuur bekopen.

Aan de schrijfster zelf kleven natuurlijk geen paternalistische smetten, ook niet wanneer ze de zielige Indianen geld toestopt en de armste stakkers maar liefst laat delen in haar huiselijke maal. Er zit ook geen zweem van superioriteit in haar verbazing wanneer een Miskito-meisje vraagt hoe laat ze de volgende dag een afspraak wil maken. In Vissers gedachte zou tijd voor Indianen een abstract begrip zijn. Of het meisje op tijd komt, maakt de schrijfster niets uit, 'ik was toch thuis'.

Misschien had ze thuis de abstracte Miskito-tijd kunnen benutten om haar Spaans zover bij te schaven dat ze uit die taal overgenomen woorden correct had kunnen spellen. Zoals comandante of internacionalista. Of om wat meer te lezen over haar onderwerp. Bijvoorbeeld om haar historische informatie over evangelische zending in Nicaragua aan te vullen met gegevens over de spectaculaire groei ervan tijdens de post-sandinistische jaren en zo een verband te leggen met Sabiens komst. Of om voor de hand liggende observaties, zoals dat Miskito's niet aan haar beeld van de introverte, teruggetrokken Indiaan beantwoorden, achterwege te laten. En curieuze uitspraken te vermijden.

Wanneer bijvoorbeeld één en dan een tweede Miskito met zijn bovenlip de richting aanwijst, heet dat 'typisch' Miskito. Afgezien van de vraag hoe representatief twee personen voor een geheel volk zijn, moet het Visser in andere delen van Nicaragua zijn opgevallen dat niet-Miskito's er hetzelfde gebruik op nahouden.

Kleinigheden als dit versterken het gevoel van onbehagen over Vissers werkwijze. Ze gebruikt een dun laagje ondergrond om haar eigen zegje te doen. De schrijfster is belangrijker dan het onderwerp. De kleuren zijn haar kleuren.

Voor de sandinisten, haar voornaamste doelwit, volstaan er twee: zwart en wit. Er moet een rekening vereffend worden.

De Miskito's lenen zich daar uitstekend voor. Een van de grootste schandvlekken op het sandinistische regime was namelijk het schrikbewind over dit inheemse volk. Hele dorpen moesten verhuizen omwille van de revolutionaire landbouwhervorming. Menige onwillige kreeg de kogel, velen liepen over naar de contra's.

Visser wekt de indruk dat zij in 1983, overstemd door verblinde pro-sandinisten, moederziel alleen berichtte over het onheil. Onvoorstelbaar. Hoe kan het anders dan dat de zaak, buitenproportioneel uitvergroot, wereldkundig werd gemaakt door de regering-Reagan en gretig overgenomen door rechtse media, ook in Nederland? Visser laat er niets over weten. Zoals ze ook niet laat weten dat revolutionaire dwepers, zoals Günter Wallraff, halverwege de jaren tachtig schreven over de misstappen van de sandinisten, zij het vergoelijkend. Noch dat er vanaf die periode ook in Nederland over het thema is gepubliceerd.

De eenzijdigheid van Vissers betoog is bedenkelijk. Elke Miskito die zij ernaar vroeg, gaf toe: de sandinisten waren fout. Logisch. Over de vuile handen van Miskito's in de contra-oorlog geen woord. Evenmin over de nasleep van de affaire. De sandinisten hebben geprobeerd hun blazoen op te poetsen, waardoor de Costa Atlántica nu een van de weinige streken van Latijns-Amerika is waar de inheemse bevolking regionale autonomie bezit.

Haar Nicaraguaanse leed moet Visser diep zitten. De sandinisten verloren zeven jaar geleden de macht, hun fouten zijn alom bekend. Je vraagt je dan ook af wie er zit te wachten op een Nederlandse trap na. Je vraagt je ook af of het grote publiek prijs zal stellen op de manier waarop zijn geliefde schrijfster trappen uitdeelt. En waarom Carolijn Visser überhaupt over Nicaragua schrijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden