Poëzie

Carmien Michels kan de taal opzwepen, zeker als ze boos is

Beeld Maartje Geels

Lang geleden woonde ik in een flat naast een plein. Op een dag had een dakloze van afgedankte meubels op dat plein een woonkamertje gebouwd. Met een versleten bank, een krakkemikkige schemerlamp, een oud tafeltje en een min of meer dode plant had iemand zonder huis een thuis proberen te maken. Het had iets ontroerends.

Ik had lang niet meer aan die woonkamer gedacht, tot ik onlangs zat te lezen in het debuut van de Vlaamse Carmien Michels. Zij zag iets vergelijkbaars:

Op een balkon begiet een vrouw haar geraniums
een schooier met zeep neuriet onder de druppels
in een volgend leven is hij Piaf

Onbekende naam

Michels was voor mij een onbekende naam, terwijl ze toch al een flinke carrière heeft gemaakt: twee romans staan er op haar naam, en vorig jaar won ze de strijd om de beste poëzievoordracht tijdens het Nederlands en Europees Kampioenschap Poetry Slam.

Ik bekeek een paar filmpjes die daarvan gemaakt werden. Op een ervan draagt ze het gedicht ‘In memoriam’ voor, dat ook in de bundel staat. Een vrouw wil daarin afscheid nemen van de liefde nadat haar man is vreemdgegaan. En al had ze dat misschien wel zien aankomen, het deed pijn toen het gebeurde:

Het is niet het schuren waarvan je schrikt
noch de gapende geur van ontucht
maar zijn blik op oneindig gericht
zijn schoenen de kamer al uit geslopen
wachten ongeduldig op de gang

Strijdbaar

De vrouw in dit gedicht klinkt strijdbaar, ondanks het bedrog weet ze dat ze opnieuw op zoek naar liefde zal gaan. Het verhaal dat ze vertelt, is niet uniek, maar de krachtige manier waarop Michels het brengt, overtuigt. En het is die toon die ‘We komen van ver’ draagt.

De bundel kent een sterke opbouw waarin een kind vrouw wordt en relaties tot familie, voorouders, vrienden, de stad, de wereld en de liefde onderzoekt. Dat doet ze in regels die even helder als vervreemdend zijn, even beeldend - ‘de zon dribbelt tussen de wolken’ - als raadselachtig, of zelfs surreëel.

Zeker als ze boos is

Michels kan de taal opzwepen, zeker als ze boos is. Want ook haar laten aanslagen, vluchtelingenstromen, het klimaat, vreemdelingenhaat niet onberoerd. In een van de meest rake gedichten uit de bundel stelt ze aan de kaak hoe een vreemdeling altijd vreemde zal blijven:

“in dit land waar je tussen regen / en hagelbui het leven zag, zal je een vreemde blijven. / Verraden door je naam / of kleur of oogopslag”.

Niet alles in dit debuut is sterk. Dat komt omdat ze soms te veel op effect uit lijkt te zijn, alsof ze bang is de aandacht van het publiek te verliezen. Maar op haar best laat Michels neven in ‘slingerplanten’ veranderen en een hotel een ‘oude jurk’ dragen, is ze beeldend en recht voor zijn raap tegelijk.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Carmen Michel - We komen van ver

Carmien Michels 
We komen van ver
Polis; 80 blz. € 19,90

Beeld Carmien Michels

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden