Cannes volgens Gilles Jacob: Kermis der IJdelheden

Het is een vertrouwd gezicht: de oude, slanke heer die bij de opening van het Filmfestival van Cannes, de premièregasten begroet op de trappen van het festivalpaleis. Gilles Jacob – hoffelijk, altijd met een lichte blos op de wangen – verwelkomt al dertig jaar de crème de la crème van de filmwereld in zijn Cannes.

In 1978 werd de oud-criticus en uitgever benoemd als baas van dit zo vermaarde filmfestival. De programmering is inmiddels overgedragen aan ’General Delegate’ Thierry Frémaux. Jacob speelt als ’President’ nog steeds een bepalende rol.

Verrassend is het dat hij nu, als 78-jarige de balans opmaakt. In maart verscheen zijn vuistdikke, autobiografie ’La Vie Passera Comme Une Rêve’. Jacob blikt daarin terug op zijn biologische en zijn cinematografische leven. In het ene hoofdstuk voert hij Maurice Pialat op, de temperamentvolle Franse regisseur die hij zo bewondert (vooral om zijn biopic ’Van Gogh’), en in het volgende hoofdstuk kan hij opeens uitweiden over het onderduikadres in Nice waar hij in de oorlog als joods jongetje terecht komt, samen met zijn moeder en zijn broer.

En zo kan een anekdotisch verhaal over de nukken van juryvoorzitter Roman Polanski opeens overgaan in het verhaal van zijn vader die op een dag zijn moeder in de steek laat. Mooi, zoals Cannes als kermis der ijdelheden in contrast staat met het echte leven. Omdat Jacob de overgangen tussen die twee werelden zo nuchter brengt, hebben ze een extra ontroerend effect.

Maar wat kan Jacob vanuit zijn bevoorrechte positie precies prijsgeven over het festivalleven, zonder indiscreet te worden? De sleutelwoorden in Jacobs optreden zijn een verfijnd gevoel voor courtoisie en politesse, hoffelijkheid en beleefdheid. Daarbij verstaat hij de kunst om op geestige wijze, en vaak tussen neus en lippen door, de grillen van de sterren aan te kaarten. Zo was de jury van 1991 bijna rond, maar er ontbrak nog een ster. „Faye Dunaway is een film aan het opnemen. Meryl Streep is zwanger. En Jack Nicholson moet basketbal kijken”, analyseert Jacob nuchter.

Whoopi Goldberg komt uiteindelijk naar Cannes, maar ze heeft meteen ruzie met Spike Lee die met ’Jungle Fever’ in competitie staat. Spike Lee heeft gezegd dat Whoopi Goldberg blauwe lenzen draagt omdat ze zich schaamt voor haar huidskleur. En zo staat het boek vol smakelijke openbaringen. Zoals die keer dat Roman Polanski juryvoorzitter was en maar één film goed vond: ’Barton Fink’ van de Coen Brothers. Geen enkele andere film kon zijn goedkeuring wegdragen. Van geen enkel jurylid duldde hij tegenspraak. ’Barton Fink’ won dat jaar de Gouden Palm, unaniem.

De portretten die Jacob van de kunstenaars schetst (onder wie ook Woody Allen en Martin Scorsese, twee andere helden), lijken nog het meest op vignettes, miniatuurtjes. Jacob legt daarin de gebruiken en rituelen bloot, het ceremonieel van de rode loper dat in Cannes met alle eerbied ’La Montée des Marches’ wordt genoemd, alsof het om staatsbezoeken gaat. De kracht van Jacob is ook dat voor hem verschillende waarheden naast elkaar kunnen bestaan: Cannes als kunst, maar ook als kermis. Of zoals hij schrijft: „Ik kan vertellen over toen ik 9 jaar was en de Tweede Wereldoorlog begon, of over toen ik 4 jaar was en werd geprikt door een bij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden