TV-columnMaaike Bos

‘Cannabis’ is een problematisch verhaal van Neerlands trots

Henk de Vries rijgt de geweldige anekdotes aaneen in ‘Cannabis’.Beeld KRO-NCRV

De vette voice-overstem van acteur Tom Vermeir in documentaireserie ‘Cannabis’ woensdag heeft een rock-’n-rollkorreltje. Je ziet manshoge wietplanten en massa’s blowende jongeren in de jaren zeventig en voelt de vrijheid en rebellie van toen. Ouwe markante kerels vertellen over hun reizen naar Afghanistan voor betere zaadjes, en kweekmethodes uit Amerika, en je denkt een aanstekelijke bingewatchserie te kijken.

Die stem, daar is menig jointje langs gegaan, klinkt het, en zijn intonatie verhult niet waar de sympathie van de serie ligt: bij de wietpioniers. Bij Henk de Vries, Ben Dronkers en Wernard Bruining die bij popfestival ‘Kralingen 1970’ hun wiet mochten verkopen, en zo op het idee kwamen van de coffeeshop. Een stickie scoren hoefde voortaan niet meer tussen de junks en dealers.

Met dat simpele idee ‘hebben zij voor ­Nederland meer gedaan dan Heineken, Goudse kaas en Johan Cruyff bij elkaar’, ­bewierookt de stem hen. Ze hebben het ‘onschuldige jointje’ losgeweekt van harddrugs en zware criminaliteit. En voor problemen met justitie hadden ze advocaat Gerard Spong. “Want als je gedonder hebt met je coffeeshop, ja... dan moe’ je bij hem wezen.”

De zesdelige serie Cannabis moest de ­balans opmaken van vijftig jaar softdrugs­beleid, vonden producent Robert Oey en ­regisseur Arjen Sinninghe Damsté. Maar als balanceer-act is de serie mislukt, weet je na aflevering 2 woensdag zeker. Nog los van die gekleurde stem.

Het beleid was zeker revolutionair: mensen op zoek naar een roes of pijnverlichting bleven weg van harddrugs en de Amerikaanse golf verslaafden bleef Nederland bespaard. De coffeeshophouders zaten wel klem tussen de legale verkoop aan de voordeur en de georganiseerde criminaliteit voor wiettoevoer aan de achterdeur.

De serie ontspoort wanneer de makers een tweede baan neerleggen en de trein daarop laten doordenderen. Opeens zit je in een pleidooi voor rechtsherstel van coffee­shophouder Johan van Laarhoven. Hij betaalde voor het gedoogbeleid de hoogste prijs, toen hij in 2014 in Thailand werd opgepakt voor zaken die in Nederland gewoon mochten, is de verteltrant. De belasting­betalende wietkoning van Zuid-Nederland kreeg daar 103 jaar gevangenisstraf voor witwassen van drugsgeld. Zijn niet zakelijk betrokken vrouw Tukta kreeg achttien jaar. Gruwelijk onrechtvaardig.

Maar in de serie krijgen zijn advocaten Gerard Spong en Sidney Smeets ruimte voor een vurig pleidooi, terwijl persofficier van justitie Wouter Bos slechts feitelijk vragen beantwoordt over het verzoek tot rechtshulp aan Thailand. Het OM heeft spijt van de medewerking en neemt op zijn site ‘afstand van de tendentieuze en suggestieve toon van met name de voice-overteksten.’

Het klinkt schandalig dat het OM een tweede brief stuurde, nu met de aangedikte vraag om een strafrechtelijk onderzoek naar Van Laarhoven én zijn vrouw en broer als verdachten, om de Thai in beweging te krijgen. Alleen stuurt het verhaal je sympathie zo ferm, dat het tegengestelde effect wordt bereikt. Is dit wel alles, ga je denken, is Johan wel helemaal die transparante jongen? In het verlengde daarvan: hoe donker is de schaduwkant van dat gedoogbeleid echt? Dit is geen subtiel geconstrueerde bingewatch-docuserie vol personages en cliffhangers, maar een problematisch verhaal geworden. Van Laarhoven zelf is net voorwaardelijk vrij, hoe zou hij kijken?

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden