EssayDiversiteit

Cancelcultuur? Onzin! Eindelijk richten musea en uitgevers zich eens op de samenleving

null Beeld
Beeld

Gevestigde kunstenaars en schrijvers die gruwen van de braafheid van deze tijd, kunsthistoricus Joke de Wolf heeft geen medelijden met ze. Het is de hoogste tijd om werk te maken van diversiteit in de kunstwereld.

‘Nee, het mag niet meer’, treurde de Belgische dichter Delphine Lecompte begin maart in het tijdschrift Humo. De hoeren op schilderijen van Otto Dix, de seksueel beladen lofzang op tienermeisje Lolita, de films van de voor sek­sueel misbruik veroordeelde Polanski mogen niet meer, meent ze. Ze gruwt van braafheid. “Kunst moet tegenwoordig opnieuw stichtend en mild en verzoenend zijn. Ik kokhals!” Dat kokhalzen doet ze niet alleen. Artistieke vrijheid is verdwenen, zeggen sommige opiniemakers en kunstenaars. Ze worden gecensureerd, vinden ze, ­gecanceld, afgezegd.

Maar kunst wordt in West-Europa zelden verboden of vernietigd. Mensen die geen subsidie krijgen, omdat hun kunst niet voldoet aan de eisen van overheidsinstanties zijn vrij om andere financiers te zoeken. Marieke Lucas Rijneveld heeft de vertaalopdracht van de performance van Amanda Gorman zelf teruggegeven, toen de Nederlandse schrijver de ophef hoorde en begreep. Het Van Gogh Museum laat de net aangekochte pastel­tekening van Degas van een naakte badende vrouw ­gewoon zien, hoe graag de journalist van Buitenhof de museumdirecteur vorig jaar ook wilde laten zeggen dat dat niet zo was.

Erdal Balci schreef een script dat ­volgens een film­producent niet ­‘woke’ genoeg was. Het einde van de vrije uitwisseling van ideeën en verhalen? Beeld Bram Petraeus
Erdal Balci schreef een script dat ­volgens een film­producent niet ­‘woke’ genoeg was. Het einde van de vrije uitwisseling van ideeën en verhalen?Beeld Bram Petraeus

Rechtvaardigheidsbeweging

Waarom willen sommige mensen zo graag zeggen dat dingen niet meer mogen? Schrijver Tommy Wieringa bijvoorbeeld, die in een van zijn NRC-columns stelt dat kunstenaars zich voor ‘tribunalen van de rechtvaardigheidsbeweging’ moeten verdedigen met ‘stalinistische zelfbeschuldiging’. Voor de context: het ging hier over de verfilming van zijn boek Joe Speedboot, de producent suggeréérde een aanpassing omdat het karakter Papa Afrika nu misschien verkeerd zou vallen. Ook schrijver Erdal Balci ziet Nederland niet meer als ‘de enorme agora van ideeën, meningen en van de vrije verhalen’ nu zijn filmproducent het door hem geschreven scenario niet bij het Filmfonds dúrfde in te dienen, omdat het niet woke genoeg zou zijn.

Er is geen stalinistisch tribunaal, er wordt hooguit een inclusiviteitstraining gegeven. Stalin was de machthebber die van bovenaf zijn mening oplegde. De voorvechters van gelijke behandeling verbieden niets en zitten bepaald niet op de troon. De voorvechters van de vrije agora, die met columns en in talkshows luidkeels hun verontwaardiging kunnen uiten, beschouwden de critici als buitenstaanders. In hun wereld en werk waren het figuranten, door ingesleten seksistische en racistische mechanismes als vanzelf­sprekend minder aanwezig in het publieke debat, minder gehoord. Minder belangrijk, tot nu. De agora-mannen en vrouwen schrikken en moeten opschuiven. Het gesprek komt, gezien de ervaringen uit het verleden, wat moeizaam op gang.

Schrijver Tommy Wieringa zag zichzelf al voor een stalinistisch ­rechtvaardigheidstribunaal staan. Beeld ANP
Schrijver Tommy Wieringa zag zichzelf al voor een stalinistisch ­rechtvaardigheidstribunaal staan.Beeld ANP

Gezien worden

Wat vooral gearriveerde kunstenaars en schrijvers vergeten, is dat kunst er niet zomaar is, het heeft een podium nodig. Een galerie of museum om in te hangen en gezien te worden, een plein om op te staan, een uitgever en een boekwinkel om gelezen te worden. Zo’n podium is geen neutrale entiteit, mensen trekken er aan de touwtjes. Mensen die, zoals bekend en bejubeld in de kunsten, niet perfect zijn. Mensen die onbewust, zo is bewezen, het liefst kiezen voor mensen die er hetzelfde uitzien als zijzelf. Die kiezen ze als mede­bestuurder of als kunstenaar, als hoofdrolspeler in de (porno)film, of als schrijver. In de praktijk kiezen witte mannen het liefst voor witte mannenkunst. Prima, maar de wereld bestaat niet alleen uit witte mannen – vroeger ook al niet. Iets meer variëteit in perspectief is vanzelfsprekend. Het is een mensenrecht.

Helaas gaat de verschuiving niet vanzelf. Ondanks meerdere feministische golven was bijvoorbeeld kunst van vrouwen tussen 1970 en 2019 op de kunstmarkt ­gemiddeld 42 procent goedkoper dan die van mannen, terwijl mensen bij blinde tests geen verschil zagen. In 2017 was slechts 13,7 procent van de kunstenaars in Amerikaanse en West-Europese galerieën vrouw. In ­Nederlandse musea is slechts 13 procent van de kunstwerken gemaakt door vrouwen. Voor kunst van zwarte mensen en mensen met een niet-westerse achtergrond zal het percentage nog veel lager liggen.

Een zwarte vertaler

Sylvain Ephimenco noemde het in deze krant racistisch om een zwarte vertaler voor te trekken bij het zoeken naar iemand die de tekst van Gorman naar het Nederlands wilde omzetten en een opvallend groot deel van de literaire wereld was het met hem eens. Taalvaardigheid en inlevings­vermogen zijn niet afhankelijk van kleur, schreef ook Stephan Sanders. In dat laatste hebben ze gelijk, maar ze gaan voorbij aan het belangrijkste aspect van het verhaal: Amanda Gorman trad bij de inauguratie van de president van de Verenigde Staten niet naar voren als kleurloos, seksloos wezen. Ze stond er als een “mager zwart meisje dat afstamt van slaven en is opgevoed door een alleenstaande moeder, dat er alleen van kan dromen president te kunnen worden”, zoals ze zelf zei. Ze verdiende en kréég het podium. Zij, als zwarte spoken word-kunstenaar, sprak in het centrum van de macht, in een land dat anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij nog uiterst racistisch is.

Sylvain Ephimenco vond het racisme om een zwarte vertaler voor te trekken voor Gormans tekst. Beeld Werry Crone
Sylvain Ephimenco vond het racisme om een zwarte vertaler voor te trekken voor Gormans tekst.Beeld Werry Crone

Het was dus racistisch om de Nederlandse vertaling níet door een zwarte spoken word-kunstenaar te laten maken. Er was een kans om in Nederland, land waar in de literaire wereld ‘de grote drie’ nog altijd witte mannen zijn, de boodschap van Gorman, en van Biden, in de praktijk te brengen. En om het podium eindelijk niet als vanzelfsprekend aan een witte schrijver te geven. Zoals in het Franse taalgebied, waar Lous and the Yakuza, een 24-jarige Congolees-Rwandees-Belgische zangeres, rapper en songwriter Gormans tekst in het Frans vertaalt.

Nederland koos voor een schrijver die weliswaar niet helemaal ‘gewoon’ is (Rijneveld is non-binair), maar net al een internationale prijs hééft gewonnen. Iemand die nota bene de connecties had om twee weken na de verontwaardigingsstorm een gedicht over de kwestie te publiceren in vier toonaangevende Europese kranten. Een ‘coup commerciale’ noemde de Franse schrijfster Alice ­Zeniter de keuze van de Nederlandse uitgever dan ook: een keuze voor de verkoop, niet voor de inhoud.

Vrouwenhaat

Zolang je zelf op het podium staat, is het moeilijk voor te stellen hoe lastig het is erop te klauteren en hoe beschadigd je kunt zijn van de keren dat je ervan af werd geduwd. Erik Kessels leek niet te begrijpen waarom zijn werk zo veel weerstand opriep, afgelopen september. De reclameman, die ook bekend is van zijn projecten met gevonden foto’s en zich dan kunstenaar noemt, maakte voor BredaPhoto Festival het project Destroy My Face. Hij liet de computer op basis van 800 foto’s van mensen die plastische chirurgie hadden ondergaan, zestig foto’s van nieuwe vrouwengezichten maken. Die bedekten op stickers van vier bij vier meter de vloer van een over­dekte skatebaan, waar skaters in de loop van zeven weken de afbeeldingen verder zouden verminken.

Toch werd het werk al na vijf dagen weggehaald. Kunstenaars, curatoren en kunstacademiestudenten waren verbijsterd door de expliciete vrouwenhaat, waartoe Kessels volgens hen uitnodigde. ‘We are not a playground’ noemde deze aanvankelijk anonieme groep zich, die in korte tijd duizenden handtekeningen verzamelde voor bij een open brief waarin BredaPhoto opgeroepen werd de stickers te verwijderen en excuses aan te bieden. In de skatewereld, van oorsprong een door mannen gedomineerd veld, vechten vrouwen al jaren voor emancipatie. Deze vrouwen voelden zich door deze installatie direct aangevallen – hadden ze net een plek veroverd op de skateramp, werden daar juist vrouwenportretten opzettelijk vernield. Alsof zij zelf weer van het podium werden geschopt.

De sponsoren van het skatepark wilden niet geassocieerd worden met vrouwenhaat en dreigden hun steun in te trekken en daarom verwijderde de skatehal de ­installatie. Tommy Wieringa en vele anderen spraken van censuur. Mocht kunst dan niet meer schokkend zijn? Was hier sprake van cancel culture, waarin mensen worden geboycot, omdat ze één moreel grensover­schrijdende faux pas maken?

In een monster veranderen

Zelf zei Kessels dat zijn werk ging over de schoonheidsdwang van sociale media hebben, een kracht die zou aanzetten tot cosmetische chirurgie. Te veel van zulke ingrepen zou ‘de persoon laten veranderen in een monster’. De skaters zouden die verandering voortzetten om ‘de vergankelijkheid van schoonheid’ te laten zien. Inhoudelijk was het al een project waarmee een eerstejaarsstudent op de kunstacademie met moeite zou wegkomen.

Erik Kessels, reclameman en kunstenaar, werd vrouwenhaat verweten vanwege zijn installatie Destroy My Face. Beeld
Erik Kessels, reclameman en kunstenaar, werd vrouwenhaat verweten vanwege zijn installatie Destroy My Face.Beeld

Een internationaal fotofestival als BredaPhoto had vragen moeten stellen over de kwaliteit. Waarom stelt deze reclameman schoonheidsidealen van vrouwen ter discussie? Hoe verantwoord je het feit dat de skaters ­ongevraagd moesten bijdragen aan het vernietigen van (bewerkte) foto’s van willekeurige vrouwen? Als het een mix van foto’s van zwarte vrouwen die hun haar ­ontkroezen, of vluchtelingen, of portretten van extreem-rechtse politici was geweest, waren er dan vooraf misschien wel alarmbellen gaan rinkelen?

Zonder de commerciële opzet van de skatehal was het werk nooit verwijderd. In die hal heeft de ‘artistieke onafhankelijkheid’ niet dezelfde status als in een museum. De grootste blunders zijn dus gemaakt door de curatoren van BredaPhoto, die dit flinterdunne project van een bekende naam op een podium zetten waarover ze zelf niet de regie hadden. Dat die curatoren allemaal mannen waren, en niet gewend aan tegenspraak, heeft daar vast aan bijgedragen – festivaldirecteur Fleur van Muiswinkel kwam in functie toen het project al was uitgewerkt.

Verbreding van de blik

Het schuift in de kunsten, eindelijk. In plaats van het op zichzelf gerichte postmodernisme richten musea en uitgevers zich nu op de samenleving, op een wereld die ­groter is dan West-Europa en de VS, waar witte mannen niet meer vanzelfsprekend aan het roer staan. Een verbreding van de blik. Kunstcriticus Hans den Hartog Jager noemde het begin dit jaar ‘de nieuwe super avant-garde’. Geen reden tot angst. Het staat iedereen vrij Gainsbourg, Nabokov en Dix te blijven koesteren. En musea bewegen langzaam mee. Het Rijksmuseum hing vorige maand drie kunstwerken van vrouwen in de eregelerij.

Er is kans op doorschieten, zoals altijd. Mohammed moet vooral niet uit De goddelijke komedie geschrapt, ­zoals een hertaler laatst dacht te moeten doen. Laat ­kunstenaars niet inslikken wat ze gevoelig achten. Kunstenaars kunnen blijven doen waar ze goed in zijn. Ja, ook daarover. Of ze daarmee vanzelfsprekend een plek op een podium krijgen, is aan de samenleving – net als vroeger.

Geen uitgever zit te wachten op nóg een Lolita. Het mooie van kunst is dat het verrast, ontregelt. Bij herhaling wordt het cliché, muzakbehang. Lecompte heeft deels gelijk. Ze schrijft: ‘Kunstenaars die weigeren kabbelende kneuterige werken te maken, die weigeren zich aan te passen en mee te lopen in de pas, worden doodgezwegen, verbannen, gecensureerd of bestempeld als ziekelijk, gevaarlijk, psychiatrisch, lelijk, ontaard, afwijkend, pervers en onwaardig.’ Wieringa of Kessels wordt hier niet dagelijks van beschuldigd. Het zijn woorden die vrouwen, zwarte en lhbtq-kunstenaars al jaren, eeuwen horen. En nu praten ze terug.

Joke de Wolf (1978) schrijft over beeldende kunst en ­cultuur voor onder meer Trouw en De Groene Amsterdammer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden