Review

Calvijn bezit nog altijd hoofdprijs voor spreken over spiritualiteit Kleurrijke 'encyclopedie' van de vroomheid

Dr. W. van 't Spijker (red.), Spiritualiteit, De Groot Goudriaan, Kampen 1993; 480 blz., f 99,00

A.A. SPIJKERBOER

Het woord kan ook nog wel andere betekenissen hebben, maar in de goed verzorgde bundel die onder redactie van Dr. W. van 't Spijker, hoogleraar in Apeldoorn verschenen is, is spiritualiteit een levensechte, authentieke vroomheid die door de Bijbel wordt opgeroepen.

Aan deze bundel hebben zeventien theologen, onder wie de hoogleraren Balke, Floor, Graafland, Van der Pol, K. Runia, Van der Velden en W. H. Velema, en een psycholoog, Drs. B. Roukema-Koning, meegewerkt.

De bundel begint met een artikel over vroomheid in het Oude Testament en een over vroomheid in het Nieuwe, en zo zijn de fundamenten gelegd. Dan wordt nagegaan welk spoor de spiritualiteit in de kerkgeschiedenis heeft getrokken, van de oude kerk via de Middeleeuwen en de Reformatie - en niet te vergeten het gereformeerde pietisme van de achttiende eeuw - naar Kohlbrugge en Da Costa in de vorige en Bavinck, Kuyper en K. Schilder in onze eeuw.

De spiritualiteit van onze tijd komt aan de orde in vrij kritisch uitgevallen artikelen over de moderne rooms-katholieke spiritualiteit, en die van de evangelische en de charismatische beweging, al zegt Runia wel uitdrukkelijk dat de kerk en de evangelische beweging elkaar nodig hebben.

Na dit historisch overzicht maakt Van 't Spijker een tussenbalans op waarin hij o.a. Berkhof, Kuitert, Wiersinga, Aleid Schilder en Graafland ter sprake brengt. In het tweede hoofddeel van de bundel wordt dan weer uitvoerig ingegaan op de spiritualiteit en verschillende thema's, zoals de kerk, de liturgie, de catechisatie, aktie, de theologie, de psychologie en het persoonlijk geestelijk leven. In een epiloog trekt Van 't Spijker tenslotte zelf een aantal conclusies.

Deze bundel is eigenlijk een soort encyclopedie van de vroomheid geworden. Je kunt er van alles in vinden: de Hebreeuwse woorden voor vroom, de droom van Perpetua (een martelares uit de Oude Kerk), een inleiding in de mystiek van monniken uit de Middeleeuwen, Da Costa's waarschuwing tegen kohlbruggiaans “zondaar-zijn-uit-de-hoogte”, een uiteenzetting over de kracht van de psalmen, Luthers barbier, die niet wist hoe hij bidden moest, waarop Luther een boekje voor de goede man schreef, de vruchtbaarheid van een met gemeenteleden voorbereide en nabesproken preek, enzovoort!

De bijdrage van mevrouw Roukema, de psycholoog, springt eruit. Zij begeeft zich op het vlak van de in ons taalgebied door Dr. H. F. de Wit geintroduceerde “contemplatieve psychologie”, die studie maakt van de psychische dynamiek die samenhangt met iemands geestelijke instelling. Een mens heeft niet alleen zijn emoties en gedachten, maar daaronder ook een persoonskern, waarin hij het gevoel heeft voortdurend tekort te schieten en bedreigd te zijn. In deze persoonskern ontstaat de behoefte aan religie, maar alles hangt ervan af hoe die behoefte bevredigd wordt: als het door de boodschap van de bijbel is word je en vrij mens, als het door een andere macht is raak je in de slavernij .

Moeilijk is het dit gevoel van tekortschieten en bedreigd zijn in jezelf te herkennen: je kunt het willen overwinnen door status en macht te verwerven of door volmaakt te zijn. Maar je komt dan wantrouwig en agressief tegenover andere mensen te staan. Maar herken je dit gevoel wel en geef je de grondhouding van zelfhandhaving prijs, dan ga je een weg op waarop je leert je vol vertrouwen over te geven en dan word je ook wat aardiger voor andere mensen.

Psychologie, zoals de psycho-analyse van Freud en de cognitieve psychologie van Ellis, kan mensen helpen hun eigen problematiek beter te doorzien en hun geloof minder krampachtig te beleven. Freud en Ellis zijn dan wel atheist, maar met hun atheisme gaan ze hun psychologieboekje te buiten. Omdat er op het terrein van de spiritualiteit ook valse munters aan het werk zijn is een bijdrage als die van mevrouw Roukema door haar nuchterheid een weldaad.

Maar de hoofdprijs voor het spreken over spiritualiteit gaat toch altijd nog naar Calvijn. Calvijn heeft het vaak over ervaring: hij zegt bijvoorbeeld dat het Evangelie “aan ons verstand geopenbaard en in ons hart verzegeld wordt”. Maar wat Calvijn allemaal aan zijn geloof beleeft wordt bij hem nooit een zelfstandig thema, omdat hij geconcentreerd blijft op wat er van God uit de bijbel op hem afkomt. Soms beleeft Calvijn helemaal niets aan zijn geloof en kent hij alleen maar angst, en dan vindt hij het zaak aan Gods belofte vast te houden. Dan is het gewoon eens even uit met de spiritualiteit.

Calvijn geeft ook heel praktische raad voor het bidden: je moet wel weten tegen wie je praat, niet steeds meer formuliergebeden want daar word je hart steenkoud van, het gebed om vergeving is het belangrijkst en dan vast geloven dat je verhoord wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden