Review

Caesarius, verteller van wonderverhalen

Hoe ging het er in dertiende-eeuws Nederland aan toe? Die vraag probeert historicus Jaap van Moolenbroek te beantwoorden in zijn bundel 'Mirakels historisch'. Daarin heeft hij de Noord-Nederlandse wonderverhalen van de cisterciënzer monnik Caesarius van Heisterbach vertaald en becommentarieerd.

Op de omslag van Van Moolenbroeks bundel is Caesarius te zien. Er is maar één portretje van hem bekend en dan, letterlijk, in miniatuurvorm. Het is aangebracht binnen de openingsinitiaal van een veertiende-eeuws Latijns handschrift dat zich nu in Düsseldorf bevindt. Een grijze en tegelijk wijze monnik is het. IJverig zit hij achter de schrijftafel met aan zijn voeten een knaapje dat in een witte pij is gehuld. De jongen kijkt vol eerbied naar zijn leermeester op, met zijn wijsvinger in een boek prikkend dat op zijn schoot ligt. Hem wordt de les gelezen, zo lijkt het.

Maar eigenlijk verbeeldt het aandoenlijke plaatje Caesarius' pedagogische aanpak: de meester is in een dialoog verwikkeld met een leerling, een novice. Niet voor niets siert het de openingspagina van Caesarius' belangrijkste werk, zijn 'Dialogus miraculorum' ofwel de 'Dialoog over wonderen'. Die dialogen schreef hij als novicemeester van het klooster Heisterbach bij Bonn tussen 1219 en 1223.

De soms twijfelende novicen ofwel nieuwelingen die in het klooster arriveerden, moesten in hun geloof gesterkt worden. Caesarius deed dat door ze verhalen te vertellen over wonderbaarlijke gebeurtenissen. Dat ze echt gebeurd waren, leed geen twijfel: Caesarius had ze immers zelf rechtstreeks opgetekend uit de mond van betrouwbare personen als abten en monniken.

Op elk verhaal volgde een kort tweegesprek tussen een novice en een monnik. Dat hijzelf die monnik was mogen we gerust aannemen. Op alles heeft hij een antwoord, soms bondig, andere keren uitgebreid. Als de novice bijvoorbeeld vraagt: "Vertel me alsjeblieft wat de remedie is tegen afgunst", volstaat Caesarius met één zinnetje: "Je laten leiden door de liefde". Maar als de novice zich elders verbaast over het feit dat demonen graag met een vrouw naar bed willen en nieuwsgierig vraagt of dat ook echt gebeurt, gaat Caesarius er eens uitgebreid voor zitten: "Zeker herinner ik me zulke gevallen. Tot waarschuwing van vrouwen die mogelijk zullen lezen of horen wat ik ga vertellen, zal ik een paar voorbeelden uit onze tijd geven..:'

Smeuïg vertellen kon Caesarius beslist en dat was ook de reden waarom zijn verhalen zo populair werden in de late Middeleeuwen. Met zijn pakkende verteltrant stak hij met kop en schouders boven de overige vertellers van wonderverhalen uit, want hij was niet de enige die zich met dit genre bezighield. De benedictijnen waren hem daarin voorgegaan: in de eerste helft van de twaalfde eeuw had de toenmalige abt van Cluny, Petrus de Eerbiedwaardige, al een grote collectie wonderverhalen bijeengebracht.

De cisterciënzer orde, waarvan Caesarius deel uitmaakte, zal daar jaloers naar gekeken hebben, want tussen hen en de benedictijnen bestond grote concurrentie. De cisterciënzers dankten in feite hun ontstaan aan de cluniacenzers: ze beschouwden de orde van Cluny als een afvallige van het oorspronkelijke gedachtegoed van het kloosterleven; de luxueuze leefwijze van de monniken van Cluny kon in de ogen van Bernardus van Clairvaux en zijn volgelingen geen genade vinden. Zij preekten de terugkeer naar het sobere, de ascese. Of, zoals Van Moenbroek het in zijn inleiding formuleert: "De cisterciënzers achtten hun leefwijze als de meest volmaakte in de kerk Gods. Dus mochten ze verwachten dat God onder hen tekenen zou verrichten, tot vertroosting en bemoediging, en ook tot waarschuwing."

Het meest duidelijke bewijs dat God juist hen gunstig gezind was, bleek natuurlijk uit hun voorman, Bernardus van Clairvaux. Niet alleen verrichtte deze vele wonderen, ook na zijn dood bleef hij heilzaam bezig.

De wonderen waren de wereld dus niet uit, zo zou je Caesarius' boodschap kunnen samenvatten. Al was de Bijbel een afgesloten boek – al moest het laatste hoofdstuk nog werkelijkheid worden met de terugkeer van Christus op aarde – dat betekende nog niet dat God zich sindsdien van de wereld afzijdig hield.

"Verzamelt de brokken, opdat zij niet verloren gaan", zo luidt de openingszin van de 'Dialogus miraculorum'. En brokken verzamelde Caesarius: bijna 750 verhalen legde hij vast. Van Moolenbroek selecteerde er 61, door Caesarius allemaal in een Nederlands decor gesitueerd. Kriskras reizen we zo langs dorpen en steden als Bozum en Bedum in het noorden, Borne en Oldenzaal in het oosten, Rhenen en Utrecht in het midden, Maastricht en Meerssen in het zuiden, om maar wat te noemen.

Het moet een flinke klus geweest zijn: niet alleen vertaalde Van Moolenbroek de Latijnse teksten in vlot – soms wat al te vlot – lezend Nederlands, ook noteerde hij steeds waar en wanneer het wonder plaatsvond, van wie Caesarius het verhaal had gehoord om ten slotte het gebeuren ook nog eens binnen een historische context te plaatsen. Zijn speurwerk dwingt bewondering af. Bovendien heeft Van Moolenbroek een behoorlijke portie humor in zijn commentaar verwerkt.

Het resultaat is dat we een aardig kijkje krijgen op, zeg maar, onze landgenoten van toen, levend in de dertiende eeuw. Betrouwbare personen, uit kloosters hier te lande, vertelden hun belevenissen aan Caesarius. Toch stelt Van Moolenbroek in zijn inleiding terecht de vraag in hoeverre het hier gaat om 'oude' wonderen die in een 'nieuw', dat wil zeggen Nederlands, jasje zijn gestoken. Van veel verhaalde wonderen bestaan gelijksoortige versies die echter elders plaatsvonden.

De verhalen kregen sprekende titels mee zoals 'De genitaliën van een gestorven Utrechtse kannunnik' of 'Een malende ridder in Kloosterrade'. Zelfs euthanasie komt aan de orde, zoals blijkt uit 'De vrijwillige dood van een monnik van Oostbroele': een benedictijner monnik smeekt om een vroegtijdige dood om zo de ondergang van zijn klooster niet mee te hoeven maken. Aanleiding was de aanstelling van een abt, die het volgens de monnik niet zo nauw nam met de kloostertucht. Koren op de molen voor de cisterciënzers, die zich hierdoor gesterkt voelden in hun keus voor het cisterciënzer kloosterleven.

Seksuele aanvechtingen, fout geklede mannen en vrouwen, priesters met trillende handen, zelfs een wonderbaarlijke luchtreis, maken deel uit van de vertellingen. Een kostelijk stuk proza uit de Middeleeuwen wordt ons met deze selectie aangeboden. Proza van een man die niet alleen overtuigd was van zijn geloof, maar ook van zijn gelijk om als cisterciënzer door het leven te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden