Opinie

Cadance-festival start met verbaal geweld

'Faces of Dance' is de ondertitel van Cadance, het tweejaarlijkse festival voor Moderne Dans in Den Haag waar dit jaar maar liefst 24 choreografen aantreden. Afgaande op de eerste twee 'dansgezichten' wensen moderne dansmakers zich tegenwoordig ook te laten horen. Hun voertaal is Engels en in een stortvloed van kreten, citaten en jammerklachten nemen zij het op tegen hun broeders en zusters van het toneel en witte doek.

De Engelsman Paul Selwyn Norton gaat daarbij als een ras-entertainer met natuurlijk acteertalent te werk. Tien jaar na zijn solo 'Johnny Panic' overziet hij de door hem doorkruiste prairies. Pingelend op een mini-vleugel weet hij zich geruggensteund door zijn Miss Liberty, deejay Liat Waysbort. Grijnzend stelt hij vast dat de Schepper haar destijds moest ontberen. Weinig van zijn geposeerde nonchalance en opgeklopte bravoure blijkt aangetast, maar wat hebben de premies van de vermaaksindustrie hem gebracht? Hij hoorde het geklap en het tikken van zijn hart en leerde een pirouette draaien. Hij weet dat zijn ruggenmerg zijn belangrijkste investering is en na zoveel jaren dolen op zijn Tennessee stud is zijn belangrijkste vondst een goudkleurig skelet, zijn golden Bill.

Wie anders is dit gouden geraamte dan het restant van de drievuldigheid Billy Forsythe, Bill Clinton en Wilhelm Tell? Norton doorboort zijn Bill met pijlen, maar koestert het geraamte ook als een bejaarde baby aan zijn borst. Bill werkt in elk geval als olie op zijn licht ontvlambare geest en lichaam. Alsof hij een oliebron heeft aangeboord spuiten brokstukken woede, waanzin en wanhoop in het rond, nu eens in improvisatie dan weer in kant-en-klare spotternij. Niets en niemand dienen gespaard, terwijl hij zich tot een Richard de Tweede met Pierre Bokma-stem opblaast en het in neonblauw oplichtende woord 'industry' aan zijn hemel vierendeelt. Nortons poging om 'the dust in us' de glanzende schijn van goud te geven werkt bij vlagen hilarisch, maar echt prikkelen doet zijn solo niet.

Veel heftiger pakt het duet 'Fat Peggy's Sober Property' uit, waarin ook Sjoerd Vreugdenhil vorm geeft aan het lief en leed dat hij met Forsythe's groep deelde. Deze in Zaïre geboren en in Nederland opgeleide danser-acteur-scenarioschrijver koppelt dit aan de cultfilm 'Whatever Happened to Baby Jane'. De zussen Jane en Blanche zijn samengesmolten tot een vrouw, hier vertolkt door ballerina Talia Paz en actrice Kate Strong. Zo bewegingsvrij de ballerina-showgirl is, zo ingeklemd tussen twee glasplaten op wielen ligt haar dramatische alter ego erbij. Vanuit haar glazen vitrine-doodskist kermt, snauwt en jammert zij het uit, terwijl Paz met haar scherpe benen en armen al dat verbale geweld pareert en van zich af laat glijden. In de rol van platgeslagen schreeuwlelijk-lijk zou de actrice het onderspit moeten delven. En toch, haar ogen en stem snijden door de ziel en de sterk vergrote live-videobeelden zijn zo aangrijpend dat de aanwezigheid van Paz als het ware verpulverd wordt. Het ware gezicht in deze dans is dat van machteloze verbittering, jaloezie en ontkenning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden